Geluk (2010)

Niemand weet volgens welke spelregels het leven binnen tien of twintig jaar zal verlopen bij ons. Maar met het oog op de enorme betekenis die de mensen gaan hechten aan het recht op geluk, zou dit voor christenen wel een regel kunnen zijn: dat ze hun eigen geluk nooit daar zoeken, waar ze dat van anderen moeten vernietigen.

Een chinees sprookje geeft hiervan een voorbeeld:

Waarom er geen oorlog kan zijn
Toen de oorlog tussen de twee nabuurvolken onvermijdelijk werd, stuurden de generaals van beide kanten spionnen om na te gaan, waar men het nabuurland het makkelijkst kon binnenvallen. Deze keerden terug en vertelden aan beide kanten hetzelfde: er was maar één plaats aan de grens die daarvoor geschikt was. Maar daar, zeiden ze, woont een brave kleine boer in een klein huis met zijn charmante vrouw. Ze houden van elkaar en men zegt dat ze de gelukkigste mensen van de wereld zijn. Ze hebben een kind. Als we over zijn terrein marcheren, verstoren we dat geluk. Dus kan er geen oorlog komen. De generaals begrepen het en de oorlog bleef uit, zoals iedereen zal begrijpen.

In deze verbluffend eenvoudige verklaring ligt niets anders opgesloten dan het gebod dat we onze naaste moeten beminnen als onszelf.

De tijd waarin men zo'n verhaal met het woord ‘utopie' kon afdoen is voorbij. Het leven van de mensen kan enkel menselijk verlopen en trouwens enkel standhouden op deze wereld, als zo'n regel niet als een utopie wordt beschouwd.

In het gedrang dat binnen deze benauwende maatschappij is ontstaan betekent ‘zijn naaste beminnen' niet op de laatste plaats: zijn eigen geluk beschermen.

Iedereen stemt er onmiddellijk mee in: je moet van je naaste evenveel houden als van jezelf. Maar de werkelijkheid is vaak toch weerbarstiger. We hebben toch zo onze eigen landjes om te verdedigen koste wat kost. Daarom deze aanrader:

Probeer het geluk van anderen niet nodeloos te verstoren!