Allerzielen (2009)

Inleiding

De Kerk op aarde is een gemeenschap van gelovigen waarin de verrijzeniskracht van Jezus is doorgebroken, en in de heiligen in de hemel heeft de verrijzeniskracht van Jezus Christus volledig gezegevierd. Maar voor de mensen die nog niet volledig zijn afgestorven aan zichzelf, aan eigen geest, aan eigen kracht en eer, die nog een eigen leven leiden, los van God, daarvoor is het vagevuur, om mensen door beproevingen aan zichzelf te laten afsterven.
Als mensen nog niet volledig zijn afgestorven aan eigen kracht, maken zij een loutering door. Dat kan hier op aarde gebeuren, een vagevuur op aarde, waarvan Thomas a Kempis zegt in zijn Navolging: 'Een geduldig mens heeft hier al zijn groot en heilzaam vagevuur. Overkomt hem onrecht, dan treurt hij meer over de boosaardigheid van de ander dan over het onrecht dat hij lijdt. Hij bidt graag voor wie tegen hem zijn en vergeeft van harte alle schuld. Hij draalt niet om anderen excuus te vragen, hij is eerder medelijdend dan geprikkeld. En als dat vagevuur op aarde nog niet het werk gedaan heeft, dan is er nog een vagevuur aan de andere kant van de dood.'
Dát is wat wij nu vieren. Als we de gedachtenis van de overledenen eren, spreken we van 'de Goede Vrijdag' van de herfst. En omdat zij tot de Kerk blijven behoren, wordt er ook altijd voor hen gebeden op voorspraak van de heiligen, want die horen net zo goed bij ons als de levenden en zondaars op aarde. Jezus Christus omvat met zijn verrijzeniskracht hemel en aarde, leven en dood!

Homilie

Een bruiloft was in het dagelijkse leven van Jezus' volks- en tijdgenoten een heel gebeuren. Wanneer de heer zijn bruid ophaalde, ging dat gepaard met loven en bieden over de bruidschat, en het hoorde tot de goede manieren om daar heel lang over te doen. Dat was een eer aan de bruid, maar ook aan de bruidegom. Hoe langer er geloofd en geboden werd, hoe hoger de schat en de liefde die men de scheidende bruid toedroeg.
In die tijd was men dus gewend om te wachten. Het kon kort of lang, of zelfs heel lang duren. Natuurlijk werd er dan van de dienaren die de bruidegom met zijn bruid zouden binnenhalen, verwacht dat ze zouden waken, dat ze wakker zouden blijven, en dat alles tiptop in orde was.

Die vergelijking gebruikt Jezus voor de mensen die Hem dienen en Hem geloven, zijn volgelingen, zijn dienaars. Zo waakzaam moeten ze zijn voor zijn komst. "Houdt uw lenden omgord en de lampen brandend!" (Lc 12,35).

In de parabel is die waakzaamheid alleen geboden op dat ene moment, maar voor ons geldt dat voor heel ons leven. We zijn dan ook niet zomaar dienaren, maar in de uitwerking van die parabel zijn wij de bruid zelf geworden. "De heer zal zich omgorden, hen aan tafel nodigen en langs hen gaan om te bedienen" (Lc 12,37). De dienaren zelf zijn de bruid. En wie kan zich nu een bruid voorstellen die, in afwachting van haar bruidegom die haar komt ophalen, eventjes naar een vriendin gaat om de tijd wat te korten. Zo van: 'ik merk het wel wanneer hij komt.' Nee, het leven van zo'n bruid is de ontmoeting met de bruidegom. Zij heeft vanaf dat moment geen eigen leven meer. De Bruidegom maakt heel haar leven uit.

Zo moet ons leven dus ook zijn: in afwachting van de Heer, ons leven lang wachten en niet inslapen. De lendenen omgord, de lichten aan, waakzaam, niet opgaan in de dingen van de dag, in je eigen zaakje, in je liefhebberijen, geen ruzie maken over wie de grootste is. Dat volhouden, je door niets en niemand laten afleiden, in afwachting van Iemand die je niet ziet, die door niemand gezien wordt en in wie niemand iets ziet, dat is wel heel veel gevraagd
Ook de wereld leeft in verwachting, van sinterklaas, van salarisverhoging, vakantie of je pensioen, van de nieuwe versie van je favoriete tv-programma. Er zijn ook mensen die in afwachting zijn van een bezoekje. Denkt u maar aan mensen in bejaarden- of verpleegtehuizen, mensen die wachten op een beetje aandacht, op een complimentje, een brief, een blijk van meeleven, mensen die wachten op iemand aan wie ze hun verhaal kwijt kunnen.

Dat iemand een leven lang altijd en overal in die waakzaamheid volhardt, en ondertussen niet iets anders gaat doen, niet opgaat in het gewone leven, zich niet aanpast, nu, dat is ondenkbaar. Dat is onhaalbaar, vindt ook Jezus. Daarom heeft Hij iets bedacht: de list van zijn liefde, van zijn vindingrijke liefde. In het geheim, in het Sacrament schept Hij een ontmoeting, schept Hij een situatie van ontmoeting, een ontmoeting met zijn bruid. Terwijl de eigenlijke ontmoeting nog ver weg is, is Hij er nu al in het geheim. "Daar is de Bruidegom! Trekt Hem tegemoet!" (Mt 25,6)
Zoals wij niet kunnen wachten, andere dingen gaan doen, niet kunnen volharden in het wachten, zo zou je kunnen zeggen: Hij kan ook niet wachten, vol ongeduld stuurt Hij nu al aan op een ontmoeting, nu, nu wij nog ver weg van Hem zijn.

Vandaag, op Allerzielen, moet u zich eens de gelovigen in het vagevuur voorstellen. Zij hebben niets buiten God, niets om afleiding in te zoeken, op te steunen, en ook het heilig Sacrament niet. Zij kunnen niet alleen nergens aan denken, ze wíllen ook nergens meer aan denken, ze hebben helemaal geen steun in zichzelf, in iets buiten God, maar zijn één en al verlangen naar God, één en al onrust. Dat is hun pijn. Hun verlangen is een pijn en door die pijn, die in hen brandt als een vuur, worden zij gelouterd, gereinigd. Vagevuur is een reinigend vuur. Het is een zijn zonder God en zonder iets buiten God, een verblijf in een niemandsland met niets anders in zich dan een brandend verlangen naar God. En hoe sterker dit verlangen hoe erger de pijn, en hoe erger de pijn hoe groter de zuivering, en hoe groter de zuivering des te groter het verlangen en des te erger de pijn. De zielen worden gelouterd, doordat hun dagelijkse gehechtheden en fouten weggloeien op hun brandende Godsliefde, als druppels water op een vuurplaat. En naarmate zij zich wegrukken van de schepping, treden zij des te smartelijker en altijd reiner naar hun oorsprong. Ze stoven rijp door de liefde die een menigte van zonden bedekt. Zo staan zij model voor ons verblijf hier op aarde.

Vagevuurzielen zijn zielen in de pure advent, louter en alleen levend van de verwachting van de komst van de Bruidegom. Zoals de dienaren van die heer ons als model voor ons levensgevoel worden voorgehouden, de lendenen omgord, de lampen brandend, wachtend op de terugkomst van de Heer die naar de bruiloft is, om als Hij aankomt en klopt, Hem aanstonds open te doen.
Die momenten zijn er in de eucharistie, maar die momenten zijn er in ons leven nog veel meer, want elke keer als wij onze eigen wil opgeven, wanneer wij niet onszelf zoeken, hebben wij een ontmoeting met zijn wil en met zijn liefde. De zielen van het vagevuur zijn dus niet zielig, maar ze zijn de schepselen die de meeste vreugde genieten, op de schepselen in de hemel na.