Evangelieprikje (2009)

Stel je voor dat je alle wijsheid bezat, dat je op alles een antwoord had. Je zou niet meer moeten luisteren naar anderen, je zoektocht naar waarheid zou je geen slapeloze nachten meer bezorgen, zelfs God zou je niet meer nodig hebben. Het lijkt aanlokkelijk, maar dat aanlokkelijke zou maar van beperkte duur zijn. Want al die wijsheid en kennis zou tot verwaandheid kunnen leiden, het zou je kunnen doen geloven dat je zonder God kan. Je leeft dan wel, maar wel erg alleen, is dat het echte leven? Tegenover die categorie stelt Jezus de anawim: zij die arm zijn, zij die nog open staan voor God in het leven. Ze worden zalig geprezen door Jezus omdat zij open staan voor de volle rijkdom van het Rijk Gods.

Stel je voor dat je nooit zou treuren in dit leven. Dat zou kunnen betekenen dat je ofwel een ongevoelig mens bent of dat je je verdriet niet durft te tonen. Beiden zijn erg. Daartegenover plaatst Jezus de treurenden. Hij noemt ze zalig niet omwille van het treuren zelf, maar wel omdat ze aanvaarden dat er pijn en verdriet is in dit leven en dat ook durven tonen. Ze zijn meteen ook een oproep aan anderen om troost te schenken.

Stel je voor dat je je leven leeft volgens het principe "oog om oog, tand om tand", dat je enkel nog oog hebt voor de harde feiten van het leven, dat je, met andere woorden, die softe waarden als liefde, vriendschap, vergiffenis, ... schrapt uit je woordenboek. Zou je dan gelukkig kunnen zijn? Jezus zegt van niet: het zijn de zachtmoedigen die uiteindelijk zullen overwinnen op aarde, als de laatsten de eersten worden en de eersten de laatsten.

Stel je voor dat je niet meer geraakt wordt door onrecht in de wereld, dat je niet meer gelooft dat er nog rechtvaardigheid is. Waarom zou je dan nog proberen schoonmenselijk te leven? Daarom worden zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid zalig genoemd door Jezus. Zij zullen aan de tafel van het Rijk Gods ooit verzadigd worden.

Stel je voor dat je hart versteend is geraakt door ervaringen uit je leven, dat bitterheid beslag heeft genomen op je hart. Stel je voor dat je geen oog en oor, erger nog, zelfs geen hart meer had voor mensen die het moeilijk hebben van welk volk of geaardheid ook, wie of wat zou je hart dan nog kunnen verwarmen? Gelukkig zijn zij die barmhartig zijn, zegt Jezus, want die barmhartigheid keert als een boemerang terug. Wie nooit barmhartig is, zal er ook weinig ondervinden.

Stel je voor dat je vroom, godsdienstig leven maar een facade is voor de buitenwereld maar ook voor God, een berekende liefdesrelatie. Stel je voor dat diep in je hart de goden van hebzucht, eerzucht en heerszucht meer te vertellen hebben en ze je echt geloof gebruiken of misbruiken om hun slag te slaan, zal je dan ooit het geluk vinden van de echte God in je leven te kunnen binnenlaten? Zalig ben je, zegt Jezus, als je zuiver van hart bent, geen bijbedoelingen hebt in je liefde tegenover anderen, jezelf en God.

Stel je voor dat je onvrede schept tussen mensen om er zelf beter uit te komen, stel je voor dat je in onvrede leeft met jezelf: wie wordt daar uiteindelijk beter van? Niemand. Daarom worden zij die vrede brengen, zalig genoemd. Die vrede stichten moet eerst en vooral gebeuren in eigen hart, enkel als je in vrede leeft met jezelf kan je vrede doorgeven. Dat veronderstelt dat je vrede gevonden hebt met je eigen situatie, ondanks beperktheden. Wie daar in slaagt, mag kind van God genoemd worden.
Stel je voor dat iedereen je bewondert omwille van je geloof, je nooit kritische vragen krijgt. Hoe vlug zou je geloof niet uitdoven? Gelukkig krijgen we af en toe wat tegenwind die het vuur van ons geloof kan aanwakkeren. Tegenstanders zijn soms pijnlijk maar zijn ook goede criticasters voor ons persoonlijk geloof, zij doen ons nadenken over ons geloof. Het geloof dat God iedere mens graag wil zien, stuit sommigen uiteraard tegen de borst, het liefst van al zouden zij willen beslissen wie mag uitgesloten worden van Gods liefde. Mensen die niemand willen uitsluiten van Gods liefde, zijn een doorn in het oog, ze helpen gans "het systeem" om zeep, er moet ongelijkheid zijn tussen de mensen. Soms gaat de macht van deze mensen zo ver dat ze christenen vervolgen. Zelfs dan moet je je geen zorgen maken, zegt Jezus, voor jullie is het rijk der hemelen. Zij die vervolgen zouden misschien zich beter eens zorgen maken en tot inkeer komen.

Stel je eens voor dat Jezus je zalig noemt omdat je probeert Zijn levensweg te volgen. Hij noemt jou, één van zijn volgelingen die mee mag op de berg, zalig. Fantastisch toch? Mensen die er in slagen die acht zaligheiden in praktijk om te zetten zijn een weldaad voor de ganse mensenfamilie. Ze leggen pleisters op zoveel wonden en kwetsuren van deze samenleving, ze zijn helend voor een maatschappij die zichzelf soms verwondt. Daarom mogen we ze heilig noemen, niet alleen die namen op de kalender, ook die mensen die in ons eigen persoonlijk leven getracht hebben die zaligheden in praktijk om te zetten.

Stel je eens voor ... eigenlijk is het te mooi om waar te zijn, maar het is waar. Zo is God, en zo is de Blijde Boodschap: ongelofelijk!