Pater Damiaan: Radicale liefde en gelovige benadering van zijn ziekte (2009)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 129 niet laden

Het vorige weekend stonden we stil bij de figuur van pater Damiaan. Vanuit zijn brieven schetsen we een beeld van deze grote missionaris als een ijverige herder, bekommerd om het zieleheil van de hem toevertrouwde mensen.
Vandaag willen we het even hebben over twee aspecten die diepe indruk nalieten bij de tijdgenoten en bij mensen van vandaag: zijn radicale inzet voor de melaatsen en zijn moedig omgaan met zijn eigen melaatsheid.

Wat pater Damiaan naar Molokai geleid had was zijn verlangen zoveel mogelijk zielen te winnen van melaatsen. Zijn eerste brief, gedateerd 12 mei 1873, ademt nog volledig deze bekommernis. Hij bestelt miswijn, hosties, een klok, Paternosters en catechismussen, en enkele dingen voor eigen gebruik zoals een zak meel, schoenen en enkele hemden.

Maar in Molokai wordt hij direct geraakt door de ellende van de melaatsen. Aan zijn broer Pamphile schrijft hij Omringd als ik ben door melaatsen, van 's morgens tot 's avonds, zou ik mij willen vermenigvuldigen om hun ellende te verzachten. Met de aalmoezen van enkele liefdadige mensen en met de hulpverlening van de missie kan ik hun die duizend en één troostmiddel verschaffen die een zieke nodig heeft.

Als een goede herder liet Damiaan zich leiden door barmhartigheid. Indien de herder werkelijk zijn kudde liefheeft, hoe zou zijn medemenselijkheid zich kunnen beperken tot één dimensie?
Dertien na zijn aankomst in Molokai blikt hij terug op die eerste jaren op het eiland. Hij schrijft Een grote goedheid voor allen, een tedere liefde voor de behoeftigen, een zacht medelijden met de zieken en stervenden, samen met een degelijk godsdienstonderricht voor mijn toehoorders, dat is de methode die ik gebruikt heb om mijn arme zieken tot God terug te brengen. Iedereen begon in te zien dat de katholieke priester de vader is van alle armen en ongelukkigen.

Damiaan maakte inderdaad geen onderscheid tussen katholieke, protestantse of niet christelijke melaatsen. Aan zijn broer Pamphile schrijft hij Zij die de geestelijke geneesmiddelen van de katholieke priester niet willen nemen, krijgen er toch tijdelijke materiële bijstand van.
Tien jaar later schrijft hij aan zijn broer: Wanneer ik op huisbezoek ga, neem ik mijn twee apotheekkistjes mee en altijd heb ik mijn medicijnfles op zak en zo tracht ik mijn patroonheilige na te volgen. Soms gebeurt het dat ik door de lichamen van mijn ongelukkige zieken te verzorgen, geleidelijk aan hun ziel geraak.

Eind 1884 werd Damiaan voor een nieuwe uitdaging geplaatst. Er was geen twijfel meer: hij was melaats. In de brieven van die periode kan men stap voor stap zijn ontwikkeling volgen.
In oktober 1885 kondigt hij het nieuws aan aan zijn provinciaal: Welnu, eerwaarde pater, er bestaat geen twijfel meer voor mij: ik ben melaats. De Heer zij gezegend. Beklaag mij niet te veel. Ik ben heel gelaten in mijn lot. Ik vraag u slechts één gunst: smeek onze algemene overste erom dat hij iemand zou sturen die ééns per maand in ons graf zou neerdalen om mijn biecht te horen.

Door zijn geloof in de voorzienigheid komt Damiaan er toe zijn melaatsheid te aanvaarden. In oktober 1885 schrijft hij ‘Ik ben er zeker van dat de ziekte reëel is; toch blijf ik kalm en gelaten en ben ik zelfs gelukkiger te midden van mijn volk. De goede God weet wat beter is voor mijn heiliging en in die overtuiging zeg ik elke dag een goed ‘uw wil geschiede'

En aan zijn broer schrijft hij in 1887 ‘Me dunkt dat deze ziekte de weg die ons naar het dierbaar hemels vaderland zal leiden, een beetje zal inkorten en zelfs enger maken.'

Daarom meent Damiaan dat het beter is niet voor zijn genezing te bidden.
In dezelfde periode schrijft hij: ‘De heilige Maagd Maria, ons aller Moeder, in wier handen ik mijn gezondheid heb toevertrouwd sinds ik hier in dit doodsoord aangekomen ben, zou voor mij zeer gemakkelijk een wonder kunnen bekomen, maar Maria weet ook, beter dan ik, wat mijn weg naar de hemel kan inkorten'

Hij beleeft zijn ziekte als een kans om Jezus na te volgen op de weg naar Golgotha. Naar zijn broer schrijft hij: In de hoop de hemel te bereiken heb ik de ziekte als mijn bijzonder kruis aanvaard. Ik probeer het te dragen als Simon van Cyrene door het spoor te volgen van onze goddelijke meester Jezus. Gelieve mij te helpen met uw goede gebeden, opdat ik de volhardende moed zou verkrijgen om op de top van de Calvarieberg te geraken'.

Het is deze geest van Godsvertrouwen, van verbondenheid met Jezus en van innerlijke vrede dar pater Damiaan stierf op 15 april 1889.

Zusters en broeders, Moge Damiaans radicale inzet voor de zwaksten en zijn gelovig omgaan met zijn lijden inspirerend zijn voor vele christenen, tot op vandaag.
Amen.