5e zondag van de Vasten

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 459 niet laden

Hoe moet je omgaan met de falende mens? Hoe gaan mensen ermee om en hoe gaat Jezus ermee om? We kunnen het leren uit het evangelie van de overspelige vrouw dat we vandaag hoorden.

 

1. Hoe gaan de mensen om met de falende mens.

- Ze brengen hem aan. Ze brengen het aan het licht. Een kluifje naar hun tand. Nieuws voor de roddelpers. Ze stallen de zwakheden van hun medemens uit.

- Ze plaatsen haar in het midden: geen beschermende kring maar een vijandige kring. De mensen rond haar zijn dreigende mensen. Ze willen haar klein krijgen. De wet is de dekmantel voor hun optreden. Ze maken zichzelf tot uitvoerders van de wet. Ze wordt een geval, geen menselijk wezen meer, een hoopje ellende.

- Eigenlijk willen ze Jezus raken. Ze gebruiken deze vrouw om Jezus te vangen. De vrouw wordt de stok om te slaan. Hun eigenlijke bedoeling is niets dan moord, de vrouw stenigen en Jezus met die steen treffen. Ze willen Jezus strikken.

Dit alles openbaart ons hoe mensen in een vernietigende houding kunnen staan tegenover de falende mens.

 

2. Hoe gaat Jezus om met de falende mens?

- Hij buigt het hoofd en schrijft op de grond, in het zand. Hij kijkt weg van dit kleinmenselijk wezen en van het klein menselijk gedoe van de aanbrengers. Hij schrijft in het zand. Wat in het zand geschreven staat, waait weg met de wind. Zand erover zouden we zeggen.

- Jezus plaatst de farizeeërs in de kring. Zij worden het middelpunt van het verhaal. Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen. Hij confronteert hen met zichzelf. Hoe sta je zelf tegenover de wet van Mozes. Wie helemaal in orde is met de wet die mag de ander straffen. Jezus wil niet het kwaad van de vrouw goedpraten, maar hij wil vooral de huichelachtigheid van de omstanders aan het licht brengen, die zich aanstellen tot rechter zonder zichzelf als zondaar te erkennen. Zo doorbreekt hij de dreigende kring van de beschuldigers. Hij bevrijdt hen van hun louter wettisch benaderen van deze falende mens. Jezus nodigt hen uit, de falende mens te benaderen vanuit hun eigen mens zijn. En hij buigt weer het hoofd en schrijft verder: hij geeft hun en ontsnappingsmogelijkheid. Ook zij worden niet veroordeeld. Hij schrijft in het zand. Zand erover.

- Jezus die zonder zonde is, die de eerste steen zou mogen werpen. Hij doorbreekt de dreigende kring en spreekt een bevrijdend woord. H. Augustinus zegt: "Wanneer die mannen van de overspelige vrouw zijn weggegaan blijven ze met tweeën over: de ellende en de barmhartigheid. Jezus spreekt een woord van barmhartigheid. "Ook ik veroordeel u niet. Ga heen en zondig niet meer". Hij verwerpt de zonde maar niet de zondaar. Hij aanvaardt haar in haar gebrokenheid. Maar tegelijk roept hij haar op om te groeien in het goede.

 

3. Blijft de vraag: hoe gaan wij om met de falende mens?

Hoe het met de vrouw verder is gegaan weten we niet. Het verhaal is niet af. Het is een open verhaal, dat wij moeten afmaken. Want deze vrouw wordt ook vandaag in onze gemeenschap geplaatst. Hoe gaan wij haar opnemen? Hier in onze kerk? Hierbuiten in het leven van elke dag.

God zegt nooit: zoek maar een andere firma. Bij hem krijg je steeds een nieuwe kans.

In deze vastentijd worden we uitgenodigd ons tot God te bekeren; ons leven af te stemmen op zijn levenshouding. Biecht en boeteviering zijn hiertoe een uitnodiging. Zo plaatsen wij ons leven onder Gods bevestigende liefde. Zo zullen wij ook elkaar kunnen dragen met Gods bevestigende liefde.