Met de maat waarmee gij meet (2010)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

STENENGOOIERS

‘Wie zonder zonden is, die mag de eerste steen naar de zondaar gooien!' Dat zei Jezus, toen ze met een vrouw bij hem kwamen. De vrouw hadden ze betrapt op overspel. De man was er vandoor. Naar hem ging hun aandacht niet uit. De vrouw was opgepakt en de mensen stonden klaar om haar te stenigen. Sommigen van hen hadden al een paar flinke keien in de hand.
Wie zijn die mensen, die als eersten klaarstaan om de straf te voltrekken? Wat voor soort lieden zijn dat, die staan te trappelen om het recht zijn loop te geven? Wie zijn toch die felle en luidruchtige aanklagers? Zijn dat niet degenen die zelf menig scheve schaats gereden hebben? Inderdaad. Jezus zag hen vooraan staan bij de afstraffing. De felste rechters, zijn zelf de grootste zondaars. Degenen de het hardst roepen, zijn bezig hun eigen geweten te overschreeuwen. ‘Met de maat die u anderen neemt zult u zelf gemeten worden', had Jezus gezegd.

UITSCHRIJVINGEN

Een katholiek die niet meer bij de kerk wil horen, kan een brief schrijven aan de parochie waar hij gedoopt is. Hij moet vragen om in zijn doopregister de aantekening te maken dat hij zich niet meer als katholiek beschouwt. Een dergelijk verzoek heb ik in de 42 jaar dat ik priester ben maar heel sporadisch gehad. Vroeger eigenlijk alleen van mensen die naar Duitsland waren verhuisd en geen ‘Kirchensteuer' meer wilden betalen. En toen ineens, verleden jaar, was er ook een aantal Nederlanders. Dat was toen een of andere bisschop de moord op 6 miljoen joden, zigeuners en homoseksuelen ontkende. De paus floot hem terug, maar het kwaad was al geschied. En nou onlangs weer. Een Brabantse pastoor had iemand publiekelijk weggestuurd van de tafel van Jezus. In mijn ogen toch een soort heiligschennis. De man die hij de communie weigerde leefde naar hoe hij geschapen was...! Ook wanneer die collega de achterhaalde opvatting huldigt dat de man een ziekte heeft, had hij de communie niet mogen weigeren.
Het doet me pijn als mensen zich laten uitschrijven, vooral omdat zij vaak degenen zijn die het christelijk geloof heel serieus nemen! Juist zij kunnen niet tegen onrecht. Ze komen op voor een gediscrimineerde tante of neef, of een klasgenootje van vroeger. Degenen die de kerk verlaten zijn bij uitstek mensen die zich Jezus' woorden van barmhartigheid hebben eigen gemaakt.

 

GLAZEN HUIS

 

De kerk is opnieuw in opspraak. Mensen nemen het de kerk erg kwalijk dat ze het leed heeft proberen te ontkennen of af te zwakken van slachtoffers van seksueel misbruik door bedienaren. Ik kan me die boosheid voorstellen. Seksueel misbruik blijkt veel voor gekomen te zijn, en misschien nog wel. Op scholen, in verenigingen, in huizen en bedrijven. Maar de kerk wordt gezien als degene die het eerst klaarstond om zondaars aan te klagen. De kerk was degenen die het eerst met stenen gooide. Zij sprak mensen aan op hun schuld. Zij weigerde de communie aan iemand die niet naar haar normen leefde. En daarom, omdat de kerk zich de rol heeft aangemeten van degene die de maat neemt, van degenen die de eerste steen mocht werpen, daarom verwachtte men van haar dat ze zonder zonden was.
Zou de kerk dan eindelijk leren van haar fouten? Ik bid ervoor! Dat ze eens opnieuw erover nadenkt of het verplichtend karakter van het celibaat wel zo heilzaam is. Dat zij barmhartig kan zijn jegens mensen met hun tekorten. Dat zij geen slachtoffers van onrecht in de kou laat staan. Dat ze niet meer hoort tot degenen die de eerste stenen willen gooien, maar dat ze aan de kant van Jezus staat die de zondaar telkens opnieuw nieuwe kansen geeft.

 

DE BRAVE JONGENS

 

Lieve kinderen. Toen Lisa thuiskwam ging ze zonder iets te zeggen aan tafel zitten. Ze plantte haar ellebogen keihard links en rechts op het tafelblad en liet haar hoofd tussen de handen vallen. En voor wie het nog niet begrepen had zei ze: ‘Ik ben boos!' Mamma zei niets. Als Lisa boos was kon je haar beter even laten zitten. Mamma schonk een glaasje fris in en zette dat voor Lisa neer. Iets te vroeg want Lisa riep: ‘Ik wil geen drinken! Ik ben boos.'
Toen kwam het hele verhaal. De gekke Roos had de hele ochtend lopen opscheppen met d'r lila jas. Lila, nota bene! Tegen iedereen had ze verteld dat die jas uit Aken kwam en dat hij erg duur was. De andere kinderen hadden haar uitgelachen, maar Roos had dat zelf niet in de gaten. Toen had Lisa tegen de juf gezegd dat ze naar de wc moest. Op de gang had ze de jas, de lila jas van Roos, van de kapstok gehaald en een eindje verderop bij groep vijf gehangen. Toen de bel voor het speelkwartier ging, renden alle kinderen naar buiten. Lisa bleef treuzelen en zag hoe Roos wanhopig naar haar jas aan het zoeken was. ‘Mijn jas!', riep ze. ‘Hij is gestolen!' Roos liep huilend naar de juf. Toen kwam Maarten binnen, Maarten van groep zeven, die vervelende Maarten, die de hele morgen met gevonden voorwerpen langs de klassen aan het sjouwen was geweest. Nou, die Maarten dus, vertelde aan de juf dat hij Lisa met de lila jas had zien sjouwen. Lisa sloeg nog eens met de ellenbogen op de tafel zodat het glas fris ervan begon te dansen. ‘Maar', zei moeder voorzichtig, ‘waarom ben je dan zo boos? Je hàd de jas toch ook verstopt?' ‘Ik ben zo boos omdat die stomme Maarten zelf de hele dag stiekem de kinderen omver duwt en ze het snoep afpakt en anderen altijd de schuld geeft...' Moeder was naast haar gaan zitten. ‘Je hebt gelijk, meid, houd die brave jongens goed in de gaten!'