5° Zondag Vasten C (2010)

Over twee weken is het Pasen. "Het mysterie van Jezus'dood en verrijzenis komt naderbij."
De eerste lezing uit Jesaja herinnert fijntjes aan de ondergang van het Egyptische leger toen de Joden door de Rode Zee trokken. Dan volgen deze woorden: ‘Denk niet meer aan het verleden en sla geen acht op wat reeds lang voorbij is: Ik onderneem iets nieuws, het begin is er al: ziet ge het niet? "
We mogen vragen: "Wat is dat nieuws dan wel?" Deze nieuwsaankondiging is gedaan rond 700 vóór Chr. Alle nieuws dat hoort bij de goddelijke openbaring, samengevat in het oude en het nieuwe testament, is minstens 2000 jaar oud, toen Jezus van Nazareth geboren werd.
Jezus Christus, Zoon van God, wordt in het nieuwe testament voorgesteld als de uiteindelijke en definitieve Messias, de gezalfde koning, voorafgebeeld door koning David, die leefde rond 1000 vóór Christus. David was de glorie van het Joodse volk. Dat had zich na 500 jaar slavernij in Egypte, neergelaten in gebied dat veroverd was op de Palestijnen en andere stammen. Rond 1200 vóór Christus was Mozes hun leider. Hij en zijn volk beriepen zich op beloften gedaan aan Vader Abraham.En die leefde rond 1860 vóór Christus. Die Abraham is ook nog steeds de vader van ons geloof. Daarmee zijn we rond 2000 vóór Christus. Al het nieuws dat we in de kerk horen, staat tussen de twee- en vierduizend van ons af. Het zal u wel wat duizelen want wij leven nu 4000 jaar later en nog steeds heten verhalen van tussen 4000 en 2000 jaar geleden het Goede NIEUWS, de verhalen van onze verlossing.  Is "nieuws" niet een bericht over iets dat nog onbekend is? Zeker, er zijn dingen, die zo oud zijn als de mensheid, zoals liefde, oorlog en vrede, hongersnood.
"Ik onderneem iets nieuws, het begin is er al: ziet ge het niet?"  Ziet u het al? Moeten we daar steeds twee- tot vierduizend jaar voor terug? Het evangelie van deze zondag, ontleend aan Johannes, geeft ons antwoord:  Figuren uit de geestelijke stand brachten een vrouw naar Jezus die op overspel was betrapt.
"Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt terwijl ze overspel bedreef. Volgens de wet van Mozes moeten wij haar stenigen. Wat zegt gij ervan?" Ze bedoelden dat als een strikvraag. Jezus begon te schrijven op de grond. Toen ze aanhielden zei hij: "Laat degene onder u die zonder zonde is, de eerste steen op haar werpen" en hij ging verder met op de grond te schrijven. Toen ze een voor een afdropen, de oudsten het eerst, bleef Jezus alleen achter met de vrouw. Hij zei: "Vrouw, waar zijn ze gebleven? Heeft niemand u veroordeeld?" "Niemand, Heer." Toen Jezus: "Ook ik veroordeel u niet: ga heen en zondig niet meer."  Dat blijft een verrassend nieuw verhaal, telkens als ik het lees, geen eeuwenoude, in steen vastgelegde wet, waar mannen trouw aan zijn. Dat is barmhartigheid. Dat is de Gulden Regel in praktijk. Het fundament voor de nieuwe wereld, waar we ook vandaag onze handen aan vol hebben: "Wat gij wilt dat anderen aan u doen, doe dat ook aan hen."  En dat schrijven op de grond? Ik versta het als schrijven in het zand. Meer heeft Jezus niet geschreven! Wat Jezus schreef, weet niemand. Een briesje van de wind zou alles dichtblazen dat hij geschreven had. Zo blaast de tijd over heilige boeken en wetten heen. Alle veroordelingen, wetten en goddelijke beloften lopen vroeg of laat vol met zand.
Dan blijft dit het nieuws dat te zien en te horen is: "Wat gij wilt dat anderen aan u doen, doe dat ook aan hen." Die woorden zijn ook 3000 jaar oud. Wel staan ze in onze hersens gegrift, en soms in ons hart, nooit in het zand. En zo blijven ze nieuw.