Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen (Joh. 8,7)

Is op de vijfde zondag in de veertigdagentijd 2013 het conclaaf voorbij en hebben we een paus, die een kleine jongen was of nog niet geboren, toen Vaticanum II plaats vond?

 

De vraag is ondertussen beantwoord door paus Franciscus Jorge Mario Bergoglio, geboren op 17 december 1937.

  

Petrus met zijn broers en zusters

 Voor plus zeventigers leidt de herdenking van Vaticanum II hen terug naar hun jeugd. Het tweede Vaticaans concilie had vier sessies en duurde van 1962 tot 1965. Paus Joannes XXIII (1881-1963) die het samen riep, deed ons bidden tot de Geest voor een nieuw pinksterfeest. Het concilie zou volgens de paus een levendige en innige ontmoeting moeten zijn met de verrezen Heer en een gastmaal van genade en broederlijkheid.

Deze paus had door zijn diplomatieke opdrachten in Bulgarije, Turkije en Griekenland contact gehad met de Kerken in het Oosten. Hij stond open voor de oecumene. Hij kende dom Lambert Beauduin (1873-1960), stichter van de benedictijnengemeenschap in Amay, die later werd verplaatst naar Chevetogne. Hij had hem in Amay bezocht.

John W O’Malley, jezuïet en professor in Washington, schreef het boek L’Evénement Vaticanum II. Het is uit het Engels vertaald en uitgegeven bij Lessius/Brussel. Hij situeert het concilie in de lange rij van concilies en stelt het tegenover de inzichten van de 19° eeuw. Hij belicht de eigen, nieuwe toon en stijl van de conciliedocumenten.

Bij de 2500 uitgenodigde concilievaders zijn de patriarchen en de bisschoppen van de Oosterse kerken. De paus nodigde “zijn zonen de kardinalen” en “zijn broeders de patriarchen” uit voor het concilie. Prosper Poswick (1906-1992), ambassadeur van België bij de Heilige Stoel publiceerde zijn nota’s van het concilie en zag in de aanpak van paus Joannes een opening naar de niet met Rome verbonden Kerken (P. Poswick, Un journal du Concile, p.76).

Elke dag begonnen de zittingen met een eucharistie. Ze werd opgedragen in een van de vele ritussen. Dit liet de concilievaders de rijke verscheidenheid aanvoelen. Zij hoorden een aantal keren de krachtige interventies van patriarch Maximos IV Saigh (1878-1967). Deze leidde een groep van 16 bisschoppen en vier oversten van religieuze ordes uit de Melkietische Kerk van het Midden-Oosten. Hij sprak telkens in het Frans tot de concilievaders. Elke keer wees hij er op dat de Kerk groter is dan haar Latijnse en Romeinse gestalte. In zijn suggesties voor het concilie had hij reeds in 1959 gereageerd tegen de overdreven centralisatie en de overweldigende macht en invloed van de Romeinse curie (L’Eglise melkite au concile. Discours et notes du patriarche Maximos IV et des prélats au Concile oecuménique Vatican II, Beyrouth, Dar al-Kalima, 1967).

Voor hem zijn de kardinalen, raadgevers van de paus, slechts pastoors van Romeinse kerken en drukken ze onvoldoende de universaliteit uit van de katholieke Kerk. Hij pleitte voor een permanente raad, met een beurtrol, van bisschoppen, die collegiaal met de paus zouden samenwerken in eerbied voor de eigen volmachten van de bisschop van Rome (John W. O’Malley, (op. cit. 261). De Nederlandse kardinaal Bernard Alfrink (1900-1987), die tot de voorbereidende centrale conciliecommissie behoorde, had in aanloop naar het concilie een pleidooi gehouden voor een soort permanente kroonraad van bisschoppen bij de paus. Een voorstel dat nog steeds actueel blijft en waar Kardinaal Danneels naar verwees bij zijn vertrek naar het conclaaf. Een van de grote uitdagingen waarvoor de Kerk en de nieuwe paus staat, is het behoud van de eenheid in verscheidenheid. “Daarom moet er een zekere decentralisatie doorgevoerd worden. De collegialiteit van de bisschoppen, een van de grote doelstellingen van Vaticanum II, kan nog sterk uitgebreid worden. Denk aan de synodes, waar nog altijd te weinig echte debatcultuur heerst. Daarom pleit ik, en niet voor het eerst, voor een soort pauselijke ‘kroonraad’. Samengesteld uit kardinalen en bisschoppen uit alle continenten waaruit vrijuit én met kennis van zaken van gedachten kan worden gewisseld over alle belangrijke thema’s, zonder dat daaraan een uitvoerende macht moet zijn verbonden. Het probleem van de Curie kent iedereen: dat is een uitvoerend orgaan en die hebben altijd – en onvermijdelijk - de neiging om (nog) meer macht naar zich toe te halen. De paus moet die dan ook goed in de hand zien te houden en daarom misschien vaker zijn mensen bij elkaar roepen. De uitdagingen waarvoor we staan, zijn immers niet niks. Denk maar aan het relativisme in Europa: ieder zijn waarheid, dat is niet juist. Denk aan de grote morele en antropologische vragen over het wezen van de mens waarvoor we staan. Wie is de mens? En er is ook de imagoschade, veroorzaakt door de pedofilieschandalen, Vatileaks, de financiële ondoorzichtigheid e.a. We moet dat erkennen en er iets aan doen. Of een Derde Vaticaans Concilie daarvoor nodig is, is een andere zaak. Voor mij betekent een eventueel Vaticanum III eerst en vooral de integrale uitvoering van het Tweede Vaticaans Concilie” (Kardinaal Danneels, Kerknet 27 febr. 2013). Op een Derde Vaticaans Concilie zal Kerk nog meer dan nu met haar Oosterse en Westerse long moeten ademen.

De opvolger van Benedictus XVI zal diens contacten met de Orthodoxe en de Oosterse Kerken verder moeten behartigen en bevorderen. De bisschop van Rome is de opvolger van Petrus, tot wie Jezus in de lijdensnacht zei: “Simon, Simon, weet dat Satan jullie voor zich heeft opgeëist om jullie als graan te zeven. Maar ik heb voor je gebeden opdat je geloof niet zou bezwijken. En als jij eenmaal tot inkeer bent gekomen, moet jij je broeders sterken” (Lc. 22,31-32).

 Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen (Joh. 8,7)

Waartoe dienen stenen? We kunnen er veel mee doen, ze oprapen, ze opstapelen, er een muur mee bouwen. We kunnen met stenen gooien. Kleine steentjes kunnen we heel ver gooien. David doodde met een handig geslingerd steentje de reus Goliath. Tijdens de intifada is dit hem nagedaan. Werp geen stenen naar beneden. Een waarschuwing in de bergen om steenlawines te vermijden.

Het zijn wrede gebruiken die toestaan om mensen te stenigen. Het gebeurde in de bijbel en het werd toegelaten in een aantal landen waar de sharia geldt. Nog altijd worden mannen en vrouwen gestenigd, daarbij meer vrouwen dan mannen. De tegenstanders van Jezus in Jeruzalem dreigden hem te stenigen (Joh. 10,31). Stefanus is de eerste die als martelaar werd gestenigd (Hnd. 7,58). Saulus was er bij en keurde dit zelfs goed. Eenmaal bekeerd, moest Paulus vluchten, omdat men hem en zijn metgezel in Ikonium wou stenigen (Hnd.14,5; 2 Kor. 11,25) In het beroemde verhaal bij Joh. 8, 1-12 verzet Jezus zich tegen het stenigen van een vrouw.

We krijgen dit verhaal in de veertigdagentijd. De boodschap van vergeving en barmhartigheid, die Jezus brengt, is een deel van onze geloofsbelijdenis. Een christen gelooft dat zonden worden vergeven en hij wordt ermee opgeroepen zelf barmhartig te zijn. Bij een professie wordt aan de monnik en de moniale gevraagd wat zij in het klooster zoeken. Ze antwoorden: Gods barmhartigheid.

Het verhaal van Jezus op de Olijfberg is ver buiten kerkelijke grenzen beroemd. “De woorden van Jezus – ‘Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen’ werden tot universeel cultuurbezit. Samen met de parabel van de verloren zoon behoort deze passage tot de bekendste symbolen van Gods barmhartigheid in het evangelie” (P. Schmidt, In de handen van mensen, p. 67). Pieter Bruegel de Oude schilderde in 1565 Jezus en de overspelige vrouw. Hij zorgde voor een plastisch ongehoord sterke weergave van dit Bijbels tafereel. Op het schilderij van Max Beckmann, Christus en de zondares schrijft Jezus niet in het zand, maar schermt hij de vrouw krachtdadig af tegen de opdringerige menigte. Hij reageert op religieuze schijnheiligheid, die onmenselijkheid genereert (Peter Schmidt, op. cit, p. 234).

Hoe reageert de hedendaagse mens op dit verhaal? De aangeklaagde vrouw zou nu allicht naar de rechter stappen en haar aanklagers beschuldigen van inbreuk op haar privéleven. De media hebben veel geïnformeerd bij de houding van DSK, de voorzitter van het IMF ten opzichte van het kamermeisje in het Sofitelhotel in New York. Commentaar in overvloed van aanklagers en verdedigers. Er werd geschreven dat vrouwen de scheve schaats van hun man tolereren. Privézaak. In november 2011 gaf een Franse rechter een vrouw gelijk die haar man aanklaagde omdat hij geen verkeer meer met haar had.

Jezus opende nauwelijks zijn mond wanneer de aanklagers die vrouw bij Jezus brachten. Hij vroeg hun alleen maar in eigen hart te kijken. Zo hebben ze misschien nagedacht over het gedrag van de twee mannen die Suzanne beschuldigden (Dan. 13). Jezus nodigde ook de vrouw uit in haar eigen hart te zien. De angst viel van haar weg toen die schriftgeleerden en de Farizeeën verdwenen. Ze herademde. Jezus zei tot haar: “Heeft niemand u veroordeeld? Ook ik veroordeel u niet. Ga naar huis en zondig van nu af niet meer” (Joh. 8,10-11).

Kunnen wij diezelfde woorden herhalen? Er gebeuren dingen die totaal af te keuren zijn. Het kindermisbruik binnen en buiten de kerk blijft een pijnlijke schok en schande. Mogen de daders naast hun straf op barmhartigheid rekenen? Anton De Wit schreef het boek Van klokken en klepels en handelt er over de schandalen, controverses en innerlijke verdeeldheid binnen de kerk. Hij raakt notoire gevallen aan van kindermisbruik en durft daarbij de vraag stellen: Maar alle mensen die te pas en te onpas met het verhaal van Jezus en de overspelige vrouw op de proppen komen om de Kerk de maat te nemen qua barmhartigheid, moeten zichzelf ook de zelfkritische vraag stellen hoe zij zouden reageren wanneer Jezus ook in dit geval zou zeggen: ‘Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.’ Hij zou opnieuw aan het kruis genageld worden door een woeste menigte die zichzelf als beschaafd, weldenkend en rechtvaardig zien” (Op. cit. p. 26).

De Nederlandse katholieke journalist vraagt aan zijn lezers: “Hoe is het in de praktijk gesteld met je eigen neiging tot barmhartigheid, wanneer het geen anonieme Bijbelse boef betreft, maar iemand die jou persoonlijk verdriet of pijn heeft gedaan? Laten we de barmhartigheid alsjeblieft niet zoetelijker voorstellen dan zij is: deze vergevingsgezinde naastenliefde is misschien wel de zwaarste van alle deugden” (Ibid. p. 25).

Graag nog een citaat uit dit boek: Onze ervaringen en herinneringen zijn belangrijk, maar ze bergen een gevaar in zich. Ze hebben de neiging harder te roepen om rechtvaardigheid dan om barmhartigheid. Rechtvaardigheid en barmhartigheid: twee kernbegrippen van het christendom die allebei belangrijk zijn, maar die ook per definitie op gespannen voet staan met elkaar. Rechtvaardigheid is immers, heel simpel gezegd, krijgen wat je verdient. Barmhartigheid is krijgen wat je niet verdient. Die beide dingen hebben elkaar nodig. Barmhartigheid die de rechtvaardigheid uit het oog verliest, zakt uiteindelijk door de eigen slappe knieën. Rechtvaardigheid die de barmhartigheid uit het oog verliest, wordt bloeddorstig. Rechtvaardigheid en barmhartigheid mogen dus elkaar nooit opheffen, zij moeten elkaar in evenwicht houden. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan.

Met die barmhartigheid is namelijk iet vreemds aan de hand: iedereen is er van harte voor, tot men het zelf moet opbrengen. Vraag gelovigen én ongelovigen wat zij het mooiste of belangrijkste vinden aan de prediking van Jezus, en je krijgt in veel gevallen een antwoord dat neerkomt op barmhartigheid: dat Hij uitschot, overspeligen, hoeren, sjacheraars en zelfs moordenaars niet alleen niet veroordeelt, maar zelfs liefheeft” (Ibid. p. 24-25).

Wij bidden met Kardinaal Albert Decourtray (1923-1994) om de barmhartigheid van Jezus: 

Ik zou zo graag …

… zo mild zijn als Hij:

met de vinger in het zand schrijven

in de plaats van mensen

met de vinger te wijzen

… zo stil zijn als Hij:

kunnen leven vanuit een bestendige

inwendige rust, een biddende vrede

… zo verontwaardigd zijn als Hij:

zich daadwerkelijk ergeren aan onrecht

en zich geriskeerd inzetten

voor zijn diepste overtuiging

… zo gegeven zijn als Hij:

zonder voorwaarde, zonder voorbehoud,

zo gratis als genade,

een goddelijke ontmoeting

… zo tactvol zijn als Hij:

delicaat tegenover de vrouw

aan de Jakobsput,

fijngevoelig als tegenover Maria Magdalena

… zo genezend zijn als Hij:

helen en heilzaam zijn voor duizenden mensen,

die pijn hebben van binnen en van buiten.

Ik zou zo graag zijn

'veel minder christen'

maar veel meer 'Christus'

een zegen voor de mensen.

Antoine Rubbens