3e zondag van de Vasten

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 459 niet laden

Het mooiste moment in de lagere school was de vrijdagnamiddag het laatste half uur, dan hadden wij gewijde geschiedenis. Over Abraham, Isaac en Jacob en Mozes.

Het waren boeiende verhalen waar je elk jaar opnieuw naar kon luisteren. Ik herinner mij dat ik die verhalen als kind in mijn verbeelding plaatste in de streek waar ik woonde. Zo speelde het verhaal van de brandende braambos zich af in een dicht begroeide heggekant waar ik als kind weleens doornbessen ging plukken. Pas veel later heb ik ontdekt dat die verhalen een blijvende betekenis hebben en daarom altijd weer opnieuw kunnen verteld worden. Vandaag wil ik jullie het verhaal van Mozes vertellen.

 

1. Mozes was een sociaal bewogen man. Als arm kind van het slavenvolk der Hebreeërs werd hij ontdekt in zijn mandje aan de kant van de Nijl en door de dochter van de Farao aangenomen als haar kind. Zo komt hij in de rijke wereld van de Farao terecht. Wat een geluksvogel zou je zeggen. Hij zal niets te kort hebben.

En toch.... toen hij opgegroeid was neemt hij opnieuw contact op met zijn volk en hij was getuige van de dwangarbeid die zij moesten verrichten. Op een dag ziet hij hoe een Egyptenaar een Hebreeër neersloeg, "een van zijn broeders", zegt de bijbel. Hij kijkt rond of iemand in de buurt is en slaat de Egyptenaar neer en verbergt het lijk onder het zand.

Toen hij 's anderendaags ontdekt dat zijn mansslag ontdekt is door enkel landgenoten, vlucht Mozes naar de streek van Midjan. Ook de Farao kwam op de hoogte en zocht Mozes te doden.

Op zijn vlucht maakt Mozes kennis met één van de dochters van de priester van Midjan, een rijke schapenboer. Hij trouwt een van de dochters en voor de tweede maal is hij een geluksvogel. Rijk en goed getrouwd zou men zeggen.

En toch, ook nu weer raakt hij de band met zijn volk niet kwijt. Het is als met het spreekwoord dat zegt: Je gaat weg uit je dorp, maar je dorp gaat niet uit je weg!

Inderdaad, hoe goed Mozes het ook heeft in den vreemde, er blijft een vuur branden voor zijn volk. Het bewijs: ze krijgen een zoon. Ze noemen hem: Gersom dwz. Ik ben gast ineen vreemd land. "gastarbeider" zoals zijn volk in Egypte.

We zouden kunnen zeggen: Mozes was een sociaal bewogen man. Te midden van de welvaart die hem te beurt viel bleef hij verbonden met het lot van zijn volk in verdrukking en dwangarbeider.

 

2. Vandaag hoorden we een tweede tafereel. De brandende doornstruik, de stem die roept: Mozes, Mozes. De God die zegt: ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien. De God die Mozes zendt: Ga er dus heen! Gij moet mijn volk Israël uit Egypte leiden.

Twee kanttekeningen bij dit verhaal.

 

a- In de bijbel wordt vaak de innerlijke strijd in het hart van de mens beschreven in een uiterlijk en ruimtelijk gebeuren. bv. de innerlijke strijd van Jacob met God wordt beschreven als een gevecht met de engel. De innerlijke strijd van Jezus in de woestijn wordt beschreven in taferelen waarbij de duivel in menselijke gedaante tot Hem spreekt.

- Zo wil ook het tafereel van de brandende braamstruik dat niet te doven is, uitbeelden dat er een onblusbaar vuur leefde in het hart van Mozes: een niet te doven verlangen om bij zijn volk te zijn.

- En als God spreekt in dat vuur dan betekent dit: dat diepe verlangen in hem is niet zomaar een bevlieging: God is erin aanwezig. God is het die die heilige onrust, het vuur aanwakkert, zodat het niet te doven is. Kortom: Mozes ontdekt hier dat die diepe honger, die roepe om met zijn volk verbonden te zijn, van God komt. God roept in die roep van het hart.

 

b. Jahweh sprak: Ik heb de ellende van mijn volk gezien. dwz. God is aanwezig in het roepen en zuchten van zijn volk. Hij is geen God die hoog en onverschillig in de hemel troont, maar een God die meetrekt met zijn volk doorheen de geschiedenis. Wie het roepen van het volk niet beluistert, beluistert Jahweh niet. En wat God voor zijn volk wil zijn, moet de mens die in God gelooft doen. "Ga er dus heen! Gij moet mijn volk leiden".

Mozes ontdekt dat in het roepen en zuchten van zijn volk Jahweh zijn God hem roept en oproept. Zo ontdekt hij dat zijn sociaal bewogen zijn een diepere betekenis heeft: een religieuze betekenis. Zijn sociale bewogenheid wordt een religieuze bewogenheid.

 

3. Mozes geeft zich zomaar niet gewonnen aan zijn God. Namens welke God moet hij optreden. Hoe is uw naam, vraagt hij. Hierop krijgt hij een tweevoudig antwoord:

Ik ben de God van uw vaderen: De God van Abraham, Isaac en Jacob, de aartsvaders van het Joodse volk. Op onze dagen zouden we deze lijst kunnen verder trekken: de God van Martin Luther King, JohannensX111, Gandhi, moeder Theresa enz. het is de god van de grote religieuze denkers en doeners van de voorbije geschiedenis. Een waarborg dus!

Ik ben, die ben is mijn naam: dwz. een god waarop je kan rekenen. Wie met de God van Mozes op weg gaat krijgt die dubbele belofte.

Kijk naar de gewijde geschiedenis, naar de grote figuren, hun god, zal ook uw god zijn.

Ik zal er zijn. Ik zal er altijd zijn voor u.

 

Bij heel dit verhaal kunnen we ons drie vragen stellen:

1. Welk vuur brandt er in ons hart, durven we nog luisteren naar de diepere verlangens die in ons leven.

2. Zou God ook vandaag niet tot ons roepen in de beelden van de strijd en ellende die we zien.

3. Durven wij nog geloven: dat God er zal zijn, durven we vertrouwen op zijn woord.