Sede vacante, een boeiende tijd

Lucas is een voorloper van de nieuwslezer op radio en TV. Hij vertelt een aantal ‘faits divers’ (Lc. 13,1-4). Deze zijn verre van onschuldig: 18 doden bij een omgevallen toren; Galileeërs, mishandeld en onteerd op bevel van Pilatus. Het hedendaagse nieuws op radio en TV is vaak een lange litanie over ongelukken en gruweldaden. De actualiteit van toen ontging Jezus niet, zoals ze evenmin ons mag ontgaan. De derde zondag in de veertigdagentijd is dit jaar de eerste van het preconclaaf na het ontslag van paus Benedictus. Toch meer dan een fait divers. 

Sede vacante, een boeiende tijd 

Bernini plaatste vooraan in de St.-Pietersbasiliek de cathedra, de stoel van Petrus. Daarboven in het glasraam is het beeld van de heilige Geest.

Sede vacante, dit is een periode waarin er geen paus is. De stoel van Rome is vacant; de stoel is leeg. Sede vacante, nihil innovetur (K.W. canon 335). Tijdens de vacature geen veranderingen!?

Toch is het een interessante periode, waarin veel wordt gespeculeerd, profielen worden uitgetekend, projecten voorgesteld. Zowel tijdens het preconclaaf als in het conclaaf overleggen de kardinalen. De balans van het voorbije pontificaat wordt opgemaakt. De nieuwe paus krijgt niet afgewerkte dossiers, deze van de Pius X gemeenschap, de dossiers over misbruiken in de Kerk en zoveel andere over de aanhoudende bouwwerf van de Kerk.

De ene wenst een progressief, de andere een conservatief. De nieuw paus moet vooral een goede bisschop zijn voor zijn bisdom Rome en tevens garant van eenheid voor gans de kerk. Spanningen zijn er van bij het begin van de kerk. Ze steken al in de zendingswoorden van Jezus: “Ga en verkondig wat ik jullie heb opgedragen” (Mt. 28,18-20). In zijn boek over Vaticanum II schrijft de Amerikaanse jezuïet John W. O’Malley over deze twee stromingen: “Selon ces propres termes, l’Eglise chrétienne est une société conservatrice, dont la mission essentielle est de faire passer en paroles et en actes un message reçu il y a tres longtemps. Si elle dénature ce message ou si elle le perd de vue, elle perd son âme et sa raison d’être. Pourtant, l’Eglise a, d’une manière ou d’une autre, reconnu que ce message ne constitue pas une abstraction au-dessus et au-delà des êtres humains auxquels il a été révélé et qui l’ont interprété et transmis à travers les siècles. Par la même, ce message s’inscrit dans un processus historique et il se trouve donc exposé au changement, du moins dans une certaine mesure. Message transcendant par définition, il s’adresse, également par définition, aux hommes et aux femmes de tous les temps et de toutes les cultures, et il doit donc signifier quelque chose pour eux” (John O’Malley, , L’événement Vatican II, Lessius, 2011 op. cit. p. 409-410).

In de herdenkingsperiode over Vaticanum II kunnen we de belangrijke tekst herlezen over de Kerk in Lumen Gentium. Theologen als Jozef Ratzinger, Edward Schillebeeckx, Karl Rahner, Gerard Philips en zoveel andere hebben er aan gewerkt. We kunnen even het Wetboek van het Canoniek Recht openslaan om er ons van te overtuigen dat de Kerk niet stilvalt bij sede vacante. In het boek II over het Volk van God komen allereerst in deel I teksten over de christengelovigen.

Can. 204 - § 1 Christengelovigen zijn zij die, door het doopsel in Christus ingelijfd, tot volk van God gemaakt, en aldus aan de priesterlijke, profetische en koninklijke taak van Christus op hun wijze deelachtig, ieder volgens zijn eigen plaats, geroepen worden de zending uit te voeren die God aan de Kerk ter vervulling in de wereld toevertrouwd heeft.

§ 2 Deze Kerk, in deze wereld als georganiseerde gemeenschap ingericht en geordend, bestaat in de katholieke Kerk, door de opvolger van Petrus en door de Bisschoppen in gemeenschap met hem bestuurd.

Daarna gaat ,het in deel II over de hiërarchische inrichting van de Kerk. Can. 330 - Zoals door beschikking van de Heer de heilige Petrus en de overige Apostelen één College vormen, zijn de Paus, de opvolger van Petrus, en de Bisschoppen, de opvolgers van de Apostelen, op gelijke wijze met elkaar verbonden.

De daaropvolgende canon 331 bepaalt over de paus: “De Bisschop van de Kerk van Rome, in wie het door de Heer alleen aan Petrus, de eerste van de Apostelen, verleende en aan diens opvolgers over te dragen ambt voortbestaat, is het hoofd van het Bisschoppencollege, Plaatsbekleder van Christus en Herder van de gehele Kerk hier op aarde; daarom bezit hij krachtens zijn ambt de hoogste, volledige, onmiddellijke en universele gewone macht in de Kerk, die hij altijd vrij kan uitoefenen.”

Verderop belangrijke canons over de particuliere kerken en de bisschoppen: Can. 369 - Een bisdom is een deel van het Volk Gods, dat aan een Bisschop wordt toevertrouwd om het in samenwerking met het presbyterium te weiden, zodat het, nauw verbonden met zijn herder, en door hem door het Evangelie en de Eucharistie in de Heilige Geest verzameld, een particuliere Kerk vormt, waarin de ene heilige katholieke en apostolische Kerk van Christus waarlijk aanwezig is en werkt.

Vanuit een grove schets van de kerkgeschiedenis kan men stellen dat in het eerste millennium het besef van de particuliere kerken en hun onderlinge communio groot was. Het tweede millennium nam de centralisatie toe en geraakte de Oosterse long van de Kerk vergeten. Een Latijns Westers beeld overwoog. Tijdens het tweede Vaticaans concilie heeft patriarch Maximos IV Saigh, ( 1878-1967), patriarch van de Grieks Melkietisch-Katholieke Kerk, toen al de tachtig voorbij, dit herhaaldelijk in de concilieaula gezegd. Hij wees op de rol van de patriarchen, ouder en belangrijker dan de kardinalen. Hij hield zijn toespraken in het Frans.

Sede vacante, we kunnen de lijst overlopen van de pausen. Hun medaillons versieren de basiliek St.-Paulus-Buiten de muren. 265 pausen, een aantal onder hen veroorzaakten veel schandalen. Anderen waren martelaren: Petrus, Linus, Anacletus, Clemens (+99 ?). Deze laatste zou in de Krim als banneling zijn overleden. De Slavische gebroeders Cyrillus en Methodius brachten zijn gebeente naar Rome terug. De kerk van San Clemente zou het huis geweest zijn van Clemens, gebouwd op een Midrastempel.

Er is in de voorbije dagen veel gesproken over Celestinus V (1215-1296), een oude monnik, die zich na zes maanden pausschap terugtrok. In 1946 schreef Giovanni Papini zijn Brieven van Paus Celestinus VI aan de mensheid. Een Celestinus VI is er tot nu toe niet gekomen.

We denken aan Adrianus Florenszoon Boeyens van Utrecht (1459-1523), prof. in Leuven, raadgever van Keizer Karel, tot paus gekozen in een conclaaf waar hij niet bij was. Adrianus VI kende de misbruiken in de Kerk en klaagde ze aan; Hij sprak over hervorming in hoofd en ledematen. De Romeinen hadden hem liever verloren dan gevonden. Hij stierf na twee jaar pausschap. De studenten schonken een krans aan zijn arts. Zijn vriend liet een grafschrift aanbrengen met een citaat van Tacitus: “Ach hoe droevig is het dat het zoveel uitmaakt in welke tijdsomstandigheden de inzet van zelfs de begaafste mens terechtkomt.” Dit grafmonument bevindt zich in de kerk Santa Maria dell”Anima.

Pius VI (1717-1799) was een paus met een lang pontificaat. Hij verloor zijn pauselijke staten. Franse troepen namen hem gevangen. Hij overleed in Valence (Fr). Velen dachten toen dat het met paus en Kerk gedaan was. Het conclaaf dat zijn opvolger aanduidde vond plaats in Venetië en duurde meer dan drie maand.

Sede vacante; het is de tijd dat we bidden om Gods Geest dat hij ons allen blijft richten op Jezus. Jezus had geen vaste stek, hij had geen zetel, hij had geen steen om zijn hoofd op te leggen (Mt. 8,20). Hij wist dat Jeruzalem het einde van zijn reis was (Lc. 9,51)en dat hij slechts daar halt moest houden waar een gekwetste langs de weg lag, een blinde bedelde en een zondaar en een tollenaar om ontferming vroegen.

Wij bidden tot de Geest, dat we blijven luisteren naar het evangelie. Wij bidden tot de Geest voor de opvolger van Petrus, die met een oprecht hart belijdt: “Heer, gij weet alles, gij weet dat ik u bemin” (Joh. 21,17)..

Wij danken voor het dienstwerk van paus Benedictus en wij bidden op deze eerste zondag van het preconclaaf voor de kardinalen die de bisschop van Rome moeten kiezen: dat zij, vervuld door de genade van de Heilige Geest, een waardige vader en herder voor de Kerk aanwijzen die zich met al zijn krachten wijdt aan de dienst van het volk van de Heer.