Het geluk ligt in dat kleine stukje Hemel!

3e zondag van de veertigdagentijd  Cyclus C        2013                1 Kor 10, 1-6.10-12

Lk 13, 1-9

 

Het geluk ligt in dat kleine stukje hemel.

 

Beste vrienden,

Drie jagers ontdekten in een bos een grot, en midden in die half donkere grot een kluizenaar die op zijn knieën zat te bidden. Zijn gezicht straalde een vredige rust uit. De jagers groetten hem met de woorden: “Goede avond monnik, wij zouden wel willen dat het ons ook zo goed ging als u. U ziet er zo gelukkig uit.” – “Ik ben altijd gelukkig!” – “Hoe kan je nu in zo’n donkere eenzame grot gelukkig zijn? “Wij allemaal, wij hebben wel niets te kort, maar gelukkig zijn wij niet. Wat is toch jouw geheim?” “Het geheim van mijn geluk is hier”, antwoordde de kluizenaar en hij wees op een klein gaatje in de wand van de grot. “Kijk maar!” De jagers keken door het gaatje. “Houdt gij ons voor de gek?” zegden ze – “daar is niets te zien dan een paar twijgen en een klein stukje van de hemel - „Ziet ge wel! Juist dat is het geheim van mijn vredige rust” zegde de kluizenaar: “een klein stukje van de hemel.”   Tegengesteld aan dit verhaal hebben we daarnet in het evangelie de melding gehoord van twee catastrofen. De eerste ging over de slachting die Pilatus onder de landgenoten van Jezus had laten aanrichten toen ze in de Tempel de voorgeschreven offers brachten, en de tweede over het instorten van een vestingtoren, waarbij 18 mensen het leven hadden verloren. Het zijn nieuwsberichten zoals wij ze ook alle dagen in de pers kunnen lezen. De wereld is vol bloed en tranen. Hoe dikwijls kunnen wij daar nog “een stukje hemel” in herkennen?

Voor de mensen in Jezus’ tijd was de verklaring eenvoudig: De slachtoffers van de slachting en die van het instorten van de toren waren in hun ogen zondaars, en daarom had God hen gestraft. Daarmee was de kous af. En als we eerlijk zijn denken veel mensen ook nu nog zo. Hoe dikwijls vragen wij ons bij zware ziekte of bij een ongeval niet af: “waar heb ik dat aan verdiend, welk kwaad heb ik gedaan.”  

Een juist een dergelijke kleingeestige God wordt in sommige christelijke gemeenschappen ook vandaag nog gepredikt. Een wraakzuchtige straffende God. Een God die ons tot de dood veroordeelt, alleen maar omdat onze stamvaders ongehoorzaam zijn geweest. Wat voor een God is dat toch? Uit de Verenigde Staten komt er een christelijke fundamentalistische beweging overgewaaid die exact dit Godsbeeld verkondigt: met verbazing horen wij uit dat ”verlichte” land, dat we de overlevering uit de Bijbel letterlijk moeten nemen, Dat de wereld en de mens zo’n 6000 jaren geleden in zes werkdagen werden geschapen. Dat God dagelijks zelf in het wereldgebeuren ingrijpt, natuurlijk alleen ten behoeve van de vromen en de rechtvaardigen. President Busch was een fervente aanhanger van die geloofsrichting en daarom is het niet verwonderlijk dat de V.S. in die eenvoudige geesteshouding de oorlog in Irak zijn begonnen. Het ging erom het kwaad met geweld te overwinnen, het met stam en wortel te vernietigen – koste het wat het kost – zelfs ten koste van tienduizenden mensenlevens. Maar, beste vrienden, ik ben er rotsvast van overtuigd dat dat niet de weg en het denkpatroon van Jezus is. Als dat zijn denkpatroon geweest was, dan zou hij die catastrofen die Hem werden gemeld ook wel in zijn prediking hebben gebruikt. Maar in tegendeel, Hij zegt: als ge u niet bekeert, zult ge allemaal op dezelfde manier ten onder gaan.” De besluiten die Hij uit die slachting en het instorten van de toren trekt weerspiegelen in mijn ogen de opvattingen van de gemeente van Lucas, die met de rustige gelatenheid van Jezus tegenover de slechtheid van de wereld en van de mensen niet in het reine geraakte. De gelijkenis van de vijgenboom spreekt een heel andere taal: het is de taal van Jezus die we ook uit talrijke andere uitspraken kennen. Een taal die begrip toont, die geduld uitdrukt en rust en kalmte verkondigt. Met geweld kan de wereld niet veranderd worden en onder druk begeven er veel mensen voor ze zich kunnen veranderen. Rust en kalmte, dat is voor mij één van de vele namen van God. Een rust en een kalmte die ons toont hoe men door kleine dingen toch grote en indrukwekkende resultaten kan verwezenlijken. Misschien heeft de vijgenboom toch alleen maar wat meststof en aandacht nodig, misschien heeft hij nog maar net een jaar nodig om vruchten te kunnen dragen. Wie kan het weten bij een boom? En wie kan het weten bij een mens?

Kinderen weten in de kleuterschool al wat ze willen worden. Vroeger misschien machinist, nu piloot. Vroeger misschien verpleegster, nu dierenarts. Kinderen spelen daar mee en laten ook gemakkelijk los als er in hen een nieuwe droom opkomt. Bij de ouders is dat al moeilijker: die denken soms in alle ernst: “onze steradvocaat is nu negen en onze architecte heeft net haar diploma van de peutertuin gehaald”. Ouders kunnen soms moeilijk afstand nemen van hun vastgeroeste overtuigingen – en daarbij merken ze dikwijls niet hoezeer ze hun kinderen daarmee overbelasten.
In Jezus’ verkondiging is dat anders: daar mag de zoon al naar het buitenland trekken en het leven tot aan de rand uittesten vooraleer terug naar huis te keren. Daar mag een nieuwsgierig schaap de kudde al eens verlaten om naar bijzondere kruiden te zoeken en wordt dan toch weer liefdevol naar huis gehaald. Daar krijgt een vijgenboom een extra jaar, met ook nog extra meststof en aandacht, om vruchten te dragen. Zelfs het onkruid mag samen met het graan opgroeien tot aan de oogst, waarbij we nog open moeten laten wat voor God onkruid is. Misschien zijn het wel de distels die in Gods rijk binnen mogen, en niet het vette graan?   Jezus had echt niet veel tijd ter beschikking. Volgens historici duurde zijn openbaar leven maar 22 maanden. En toch zijn zijn woorden gekenmerkt door een grote rust en kalmte: Jezus neemt het heden ernstig. Hij stelt niets uit wat vandaag gedaan moet worden, ook niet op de sabbat. Tegelijk hangt Hij ook niet vast aan het verleden en maakt Hij zich helemaal geen zorgen over de toekomst. Maar die ervaringen hebben wij toch ook. Wie zich aan het leven vastklampt, die bundelt de last van het verleden en vergroot daardoor de zorgen en de angsten voor wat komen moet. Dat maakt elke dag tot een nachtmerrie in plaats van tot een geschenk. Kalmte en geduld heeft veel te maken met toelaten, laten gebeuren, en met vertrouwen. Met het aanvaarden van dingen die ik toch niet kan veranderen. Met de nodige moed en fantasie om die dingen die veranderd kunnen worden ook echt te veranderen. Met wijsheid en inzicht om het eerste van het tweede te onderscheiden.

Denk erom: Rust en kalmte heeft niets vandoen met oppervlakkigheid of lichtzinnigheid. Een goede spoedarts zal – ondanks alle drukte om hem heen – rustig en kalm zijn taak uitoefenen en een Christen zal rust kunnen vinden als hij in de vloed van zijn leven altijd een stukje van de Hemel herkent, wat door een ongeduldig mens gemakkelijk over het hoofd wordt gezien. Zoals het beeld van de vijgenboom ons voorhoudt stelt God altijd nog hoop en vertrouwen in ons. De volgende dialoog kan ons daarvan een idee geven: Een man met een bewogen levensgeschiedenis toont aan zijn gesprekspartner een ansichtkaart met daarop een volledig kreupele boom. “Kijk” zegt hij, “dat is mijn identiteitskaart, dat ben ik”. De andere man kijkt naar de kaart en zegt dan: “maar kijk toch eens hoeveel groene blaren er aan jouw boom staan!” Zowel de hectisch opgejaagde christen als de verbeten fundamentalist kunnen het stukje hemel dat God ons alle dagen weer toont, niet zien. Zij zien ook de groene blaren niet die God aan onze boom laat groeien.

Daarom wens ik ons allen een grote portie rust en kalmte, want die kunnen we in ons hectische leven wel goed gebruiken. Amen