6e Paaszondag C (2013)

Afgelopen dinsdag heeft heel Nederland kunnen genieten van een schitterende Koninginnedag die een koningsdag werd. Een feest dat we konden vieren in vrijheid. Vrijheid om een eigen politiek bestel te hebben, vrijheid om ook een koningshuis te hebben, vrijheid om een veelkleurig palet van sport en kunst, industrie en zoveel andere uitingen van ons vernuft te hebben. Wat die vrijheid ons gekost heeft, hebben we gisteravond herdacht in het oecumenisch avondgebed in de Kievietkerk en de herdenking bij het monument aan de Schouwweg. Vandaag is het vijf mei. We mogen in vrijheid discussiëren en van mening verschillen. Tegelijk beseffen we dat de vrijheid die ik claim, ten koste gaat van de vrijheid van de ander. Dan moet discussie overgaan in gesprek, in wederzijds verstaan en samen zoeken naar een goede oplossing.

Discussie is er daarom ook altijd geweest, ook in godsdiensten en ook in onze Kerk. Daarom is die vrijheid uiterst kostbaar. We hoorden het in de eerste lezing. In die dagen verkondigden enige mensen die van Judea waren gekomen, aan de broeders de leer: “Indien ge u niet naar Mozaïsch gebruik laat besnijden, kunt ge niet gered worden.” Hierover ontstond onenigheid en Paulus en Barnabas raakten met hen in een felle woordenwisseling”. Het ging dus om felle woordenwisseling; dat is niet even gezellig thee drinken.

De gemoederen liepen hoog op. Hoe ga je daarmee om? Het eerste is: dat ze in gesprek zijn en blijven. Ze bewaren de onderlinge band. We lezen niet dat de groep uiteen valt en dat groepen zich afsplitsen. Nee, in dit verhaal zie je al heel vroeg in de geschiedenis van de Kerk, hoe ze daarmee omgaan. “Men droeg Paulus en Barnabas en enkele andere leden van de gemeente op met deze strijdvraag naar de apostelen en oudsten in Jeruzalem te gaan”.

Toen Jezus nog leefde, bespraken de apostelen hun ruzies met Jezus. We lezen hij bij Marcus (9,33): “Zij kwamen in Kafarnaüm en, eenmaal thuis, ondervroeg Hij hen: “Waar hebt ge onderweg over getwist?” Maar zij zwegen, want zij hadden onderweg een woordenwisseling gehad over de vraag wie de grootste was.” Ook leerlingen maakten ruzie. En de kern van deze ruzie ging over hun positie in de groep. Wie is de grootste, de belangrijkste, wie heeft het voor het zeggen als Jezus er niet is? Petrus of Jacobus of Judas of Levi ...?

Hoe ga je om met meningsverschillen? Jezus lijkt in zijn reactie niet in te gaan op het probleem, maar vooral op hun onderlinge relatie. “Als iemand de eerste wil zijn, moet hij de laatste van allen en de dienaar van allen zijn.” Hij houdt hen voor wat Hij henzelf voorleeft.

Vandaag horen we hoe Jezus zegt dat we Hem moeten navolgen: “Als iemand Mij liefheeft zal hij mijn woord onderhouden; mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen.” Het gaat eerst om de onderlinge liefde, de liefdesband. Die band vindt zijn fundament in de relatie met Christus. Als die band verslapt, dan is het wachten op een scheuring. Dan laten we ons leiden door onze eigen drijfveren en overtuigingen, dan raken onze oren verstopt om de H. Geest te verstaan, dan gaat ons eigen gelijk en onze mening overheersen.

In de eerste lezing zien we hoe de leerlingen reageren. Na die felle woordenwisseling sturen ze enkelen naar de apostelen en oudsten in Jeruzalem. Hier zie je hoe helemaal aan het begin van de Kerk het gezag functioneerde. De apostelen en oudsten in Jeruzalem belegden een bijeenkomst, zeg maar het eerste Concilie. Wat daar besloten werd, was bindend voor allemaal. Zo werd de onderlinge liefde binnen de Kerk bewaard en werd tevens het probleem opgelost.

In onze tijd is het niet anders. In het Tweede Vaticaans Concilie zijn nieuwe besluiten genomen die voor onze tijd richtinggevend zijn. Dat gaat over leer en leven, over liturgie en over onze aanwezigheid in de wereld van vandaag.

Jaren geleden was er een reactie vanuit de beweging van Aartsbisschop Marcel Lefebvre. Hij wees de vernieuwing van het Tweede Vaticaans Concilie af. Hij was overtuigd van zijn gelijk en bekommerd om de kerk. Het leidde tot een scheuring. Onlangs verscheen er een oproep van een aantal actieve en emeriti hoogleraren, die hun zorgen willen uiten. Ze zijn vooral bezorgd over de effecten van de samenwerkingsverbanden en de fusies. Allemaal bezorgde mensen die gegrepen door hun overtuiging en de problematiek in het heden tot actie komen. Waar we voor moeten oppassen is dat we voor onze positie eerst zoveel mogelijk medestanders willen verzamelen, om dan, met de macht van het getal achter ons, het gesprek in te gaan. Dat heeft niets met de heilige Geest te maken.

De meeste discussies gaan ook niet over de problematiek zelf maar over de mogelijke oplossingen. Dat was zo met de mensen in Antiochië dat is ook zo met de mensen in onze tijd. Het gaat meestal maar kort over de problemen, daar zijn we het wel ongeveer over eens, maar er wordt net als toen fel gediscussieerd over de oplossingen. Dan is het goed om een gezag boven ons te hebben die richting geeft. Maar voordat we een antwoord vinden of krijgen; steeds is onze eerste opdracht de liefde onder elkaar te bewaren. Dan alleen kan Christus in ons midden zijn en kan de H. Geest tot ons spreken. Amen.