Een Paasverhaal - Ik ben steeds bij jullie

Een Paasverhaal uit onze tijd

Ik ben steeds bij jullie

 

De diensten van de goede week en van Pasen waren voorbij.

Opgelucht hadden twee priesters afgesproken voor een avondwandeling om nog eens van gedachten te kunnen wisselen.

Er komen steeds maar minder gelovigen naar de vieringen.”

De mensen vinden het verlof blijkbaar belangrijker.“

De jongeren gaan sowieso liever uit

Als dat zo verder gaat worden wij gewoon overbodig.”

Ons Heer zal zich dat wel niet laten welgevallen....”

Daar zagen ze een man langs de weg lopen, hij was zo om de dertig en leek wel op hen te wachten.

Voorzichtig! Wie weet wat hij van ons wil?

Vandaag de dag weet ge dat nooit!“

Kom, we doen gewoon alsof we hem niet opmerken.“

Maar de vreemdeling sprak hen aan en vroeg: “Mag ik een eindje met u meegaan?

De beide priesters bekeken de man kritisch van kop tot teen. Aan zijn kleding te zien was hij niets bijzonders, en dat op Paasdag!

Ja“, zegden beide priesters een beetje nors en ongemakkelijk. Wat konden ze in een dergelijke situatie ook zeggen?

In Clergy waren ze tenslotte ook duidelijk als priesters herkenbaar. En dan kunt ge toch niet zo maar iemand afwijzen.

 

Ze gingen samen verder en spraken met elkaar alsof de vreemdeling er niet bij was. Ze spraken van “Verrijzenis” en van “het eeuwige leven” maar ze kloegen ook dat steeds minder mensen daarin geloven.  

Waar spreken jullie eigenlijk over? Ik begrijp niets van al wat jullie zeggen.”  

De ene priester, de oudste, verviel onmiddellijk in een typische belerende toon: “ weet u dan niet wat wij in deze dagen vieren?” “Wij vieren Pasen! Het gaat om Jezus, de zoon van God.

Hij heeft het laatste avondmaal met zijn leerlingen gehouden – Witte donderdag.

Hij werd ter dood veroordeeld en is aan het kruis bvoor ons gestorven – Goede Vrijdag.

Hij werd in een in de rots uitgehouwen graf gelegd – stille zaterdag

En dan …“ 

Bent u eigenlijk Christen?” Onderbrak de jongste priester – Katholiek? Protestant?”

 

Ik begrijp er nog altijd niets van;” Antwoordde de man.

Intussen waren ze bij een restaurant met een uitnodigend terrasje aangekomen en gingen aan het enige nog vrije tafeltje zitten. De Kellner vroeg: “Wat mag het zijn voor de heren?”

Een glas witte wijn voor ons beiden, euh, voor ons drieën, zei de oudste priester. Van de huiswijn a.u.b.!”

In de ondergaande zon blonk de wijn goudgeel in het glas. Nog voor ze met de glazen konden klinken en “proost” zeggen, nam de vreemdeling een broodje uit het mandje dat op de tafel stond en brak het doormidden. De manier waarop Hij het in de hand nam en brak … de ogen van beide priesters gingen plots open.   Daar zaten ze dan, hoe was dat toen ook weer in het Evangelie van Lucas? Daar zaten ze met Jezus zelf aan tafel! De vreemdeling reikte een stuk brood aan elke van de beide priesters, hief het glas en zegde “proost”!

Toen stond Hij op en in het weggaan zei Hij nog: “Wanneer gaan jullie eindelijk begrijpen dat ik altijd bij jullie ben?”

Beide priesters waren spontaan rechtgesprongen, alsof ze Hem zouden kunnen vasthouden. Maar de vreemdeling was verdwenen. Het zou te mooi zijn geweest om eindelijk een echt bewijs in handen te hebben.

Frank Theré