18e zondag door het jaar C - 2019

‘IJdelheid der ijdelheden, en alles is ijdelheid.’

Zusters en broeders, we horen Prediker slechts één keer om de drie jaar, maar het is er niet naast. Wat hij zegt klinkt bijzonder pessimistisch, zelfs cynisch. En hoewel het boek 2300 jaar geleden geschreven werd, klinkt het heel hedendaags.

Want kenmerkend voor de wereld van vandaag is de ziekelijke arrogantie waarmee presidenten en andere  heersers in de Verenigde Staten, Rusland, China, Turkije, Groot-Brittannië, Iran en nog zoveel andere landen zichzelf promoveren als de onmisbare godheid van hun land,  en zelfverheerlijking, racisme, haat en tweedracht, leugen en bedrog, corruptie en cynisme hun slogan en hun zending vormen. Wat Prediker zoveel jaren geleden al zei, klopt dus: alles is ijdelheid. Maar het blijft daar niet bij, want hij zegt ook: ‘Er zijn mensen die zich aftobben met inspanningen vol zakengeest en inzicht, maar wat ze verdienen, moeten ze afgeven aan anderen die zich niet inspannen.’ Vandaag hebben die mensen een naam gekregen: ze heten Bangladesh, Indië, Indonesië, Ethiopië en nog zoveel andere Afrikaanse en Aziatische landen met schandalige hongerlonen en nog schandaligere kinderarbeid. Landen waar keihard gewerkt moet worden, maar waar aan die arbeid niets wordt overgehouden, want de klanten in de rijke landen moeten goedkoop kunnen leven. ‘Dat is grote onrechtvaardigheid’, zegt Prediker, en dat is heel vriendelijk uitgedrukt, want de werkelijkheid is veel erger.

Het sluit allemaal goed aan bij de parabel van de rijke man in het evangelie. Ook hij past helemaal in onze wereld. Een wereld waarin de acht rijkste mensen evenveel bezitten als de 3,6 miljard armste mensen – 8 verbijsterende rijken tegenover 3,6 miljard doodarmen: het is ondenkbaar, maar het is de keiharde werkelijkheid.  Zoals het ook de werkelijkheid is dat de één procent rijksten over vijftig procent van alle rijkdom beschikt. En de afstand tussen vreselijk arm en schandalig rijk wordt alsmaar groter. Waarom? Omdat de rijken doen en denken zoals de rijke in de parabel. Zijn velden hebben hem een abnormaal grote oogst opgeleverd, en hij denkt daarbij alleen aan zichzelf en aan zijn toekomst. Niet de toekomst van anderen, maar zijn toekomst. ‘Wat moet ik doen om de rest van mijn leven van die overvloed te genieten?’, vraagt hij zich af. Wat hij zich niet afvraagt, is of hij zijn arbeiders wel een eerlijk loon heeft uitbetaald. Die grote oogst heeft hij immers niet in zijn eentje verwezenlijkt. Daar had hij arbeiders voor nodig, maar heeft hij die wel genoeg betaald? Hij denkt dus zeker niet aan verbondenheid met zijn medemensen. En hij dankt God niet eens voor wat hij gekregen heeft. Nee, hij denkt alleen aan zijn toekomst vol overvloed. ‘Dwaas’, zegt God de Heer tegen hem, en waarom zegt Hij dat? Omdat de man helemaal geen rekening houdt met de realiteit. En dat is geen realiteit van een toekomst vol overvloed, maar een realiteit van ongelijkheid, van mensen in nood, van onderdrukking, van armoede. Een ondraaglijke realiteit voor velen.

Die ondraaglijke realiteit is er ook vandaag, niet alleen voor de miljoenen mensen die leven in oorlog en burgeroorlog, in moordende bombardementen, in vluchtelingenkampen, in moslimterrorisme, in veel te kleine rubberbootjes in de Middellandse Zee. Ze is er ook voor zovelen die het leven in de rijke wereld niet meer aankunnen. Een leven van ‘je moet de beste zijn, je moet elke dag de juiste keuze maken, je moet jezelf manifesteren, je moet veel meer verdienen, je moet dit en je moet dat. Nooit waren er zoveel zelfmoorden als vandaag, nooit hadden zoveel mensen zware psychische problemen, nooit waren er zoveel burn-outs, nooit werd er zoveel medicatie geslikt.

Om dat alles noemt God de rijke man een dwaas. Het doel van het leven is immers niet rijk te worden, maar mee te werken aan het Koninkrijk van God, en dat kan je niet door op je rijkdom te gaan zitten, maar door te delen. Rijkdom en welvaart worden dus niet afgewezen door God en door Jezus. Wat wél afgewezen wordt zijn egoïsme, ikke en de rest kan stikken, zelfverheerlijking, corruptie, valsheid en meer van die vreselijke eigenschappen.

Zusters en broeders, waar doen we aan mee? Zijn we zoals die rijke man, en werken we dus mee aan de ijdelheid, het egoïsme en het cynisme waarover Prediker het heeft, of proberen we te leven in Gods Koninkrijk van liefde en vrede? Het is vakantie, dus hebben we tijd genoeg om ons daarover te bezinnen. Laten we dat dus zeker doen. Amen.