Van duister naar licht (2007)

Overweging bij Maleachi 3, 19-20a en Lucas 21, 5-19

Kortgeleden bereidde ik met een groep ouders een gezinsviering voor 2 december voor. Het is dan alweer advent. Maar de lezingen van dat weekend lijken erg op die van vandaag. Het gaat ook dan over het einde van de wereld, over het laatste oordeel, en dat je waakzaam moet zijn, want de Mensenzoon komt op een uur, zo staat er, waarop je het niet verwacht. Een van de moeders verzuchtte: daarmee ga je onze kinderen toch niet lastigvallen? Kunnen we geen andere lezingen nemen? Want hier worden ze bang van. Al dat gepraat over het einde van de wereld, en over oorlogen en zo. We hebben daar toen over gepraat. En we kwamen tot de conclusie dat de hartenkreet van deze moeder niet zoveel zegt over de lezingen. Het zegt meer over hoe voorgangers en gelovigen met deze teksten om kunnen gaan. We ontdekten dat je ook over het einde van de wereld spreken op een manier die groot en klein een hart onder de riem steekt, hoop geeft, een nieuw perspectief op de wereld. Ik hoop dat het gaat lukken in die viering, en ook vandaag.

Het gaat niet zomaar. Ik begrijp die weerstand van die moeder ook wel. Teksten over het einde van de wereld roepen gauw angst op. We vroegen ons af: hoe zou dat komen? Het kan goed zijn dat die teksten ons doen denken aan de eindigheid van ons eigen individuele leven. Op een gegeven moment komt voor ieder van ons de dag dat je weet: het einde is in zicht. Het is een tijd om de balans op te maken: dit was mijn leven, niet meer en niet minder. Er komt geen morgen meer om alsnog te doen wat ik al zo lang hebt uitgesteld. Nee, je beseft dan: dit was het. En je maakt de balans op: wat heb ik van het leven verwacht? Wat heb ik ervan gemaakt? Waar ben ik dankbaar voor? Waar heb ik heel veel spijt van? Waar heb ik veel onder geleden? Wat heeft mijn leven getekend? Wat zou ik zeker anders doen als ik het nog een keer over mocht doen? En wat zou ik zeker weer hetzelfde doen? Bij het besef dat ons leven eindig is hoort dus ook dat we kritisch kijken naar onszelf. Het is niet alleen God die oordeelt, in Bijbelse teksten; wij maken ook zelf de balans op. Ook als het einde nog niet in zicht is.

Bij teksten over het einde van de wereld hoort ook de angst om mensen en dingen te verliezen. Je kunt je in deze wereld verbeelden heel wat voor te stellen, door je beroep, je bezit, je verdiensten, en wat niet al. Maar als je je voorstelt dat je daar in je eentje voor God staat... Je weet dat God door alle buitenkant heen naar het hart kijkt. Wie ben jij echt? Heb je echt liefgehad? Hoe klein ben je soms geweest, en hoezeer was je gericht op je eigen hachje, je eigen belang? Heb je werkelijk eerlijk en toegewijd geleefd, rechtvaardig? Al dat soort vragen kunnen naar boven komen als je jezelf probeert voor te stellen oog in oog met de Mensenzoon die oordeelt over levenden en doden.

Al die vragen zijn zeker niet zinloos. Het zijn de echte levensvragen. Voor volwassenen. Je kunt ze beter maar op tijd stellen, en niet op het laatste moment. Maar als ik naar de Bijbelse lezingen kijk over het einde van de wereld en het laatste oordeel, dan denk ik toch: ze gaan over iets anders. De schrijvers bedoelden echt iets anders dan dat wij individuele mensen kritisch naar onszelf gaan kijken.
Wat bedoelden ze dan, die profeet Maleachi, en die Jezus van Nazareth door de bril van de evangelist Lucas? Ze leefden in een andere tijd. Ze hebben het niet over individuele mensen. Ze denken in groepen, in volken, en vooral: ze denken vanuit hun eigen benaderde situatie. Ze worden vervolgd; ze zijn arm; ze voelen zich machteloos. Vanuit die situatie zoeken Maleachi en Lucas naar een houvast. Hun perspectief is dat van de hoop: eens zal er recht geschieden! God zal het laatste woord hebben, en niet de dictators en de machtigen van deze wereld.

Als Lucas deze rede van Jezus opschrijft is de joodse tempel al door de Romeinen verwoest. Dat was in het jaar 70. Er was bij joden en christenen toen sprake van ontreddering alom. Lucas laat Jezus dan ook spreken over verwoesting, over oorlogen en onlusten, over schrikwekkende dingen en haat. Lucas zoekt een innerlijk houvast in die situatie bij wat hij van Jezus geleerd heeft. Hij herinnerde zich wat Jezus ooit had gezegd: "Blijf temidden van alle geweld standvastig. Laat je niet uit het veld slaan. God zal je, als het op een getuigenis aankomt, de woorden en de wijsheid geven die je tot grote steun zal zijn". Lucas voelde aan: daar hebben we wat aan.

Ik denk dat wij er ook iets aan hebben, aan die oproep om je niet bang te laten maken. Hier in de kerk willen we elkaar voorhouden: blijf altijd vertrouwen houden. Er kunnen vreselijke dingen gebeuren. Die horen bij ons mensenleven. Dat is vaak moeilijk te aanvaarden. Toch is het levenskunst als je je leven er niet door laat beheersen. De Bijbelse teksten roepen ons op: kijk wat je kunt doen, en aanvaard wat je niet kunt veranderen. Blijf de angst de baas. Blijf bij alles op Gods liefde vertrouwen, oog in oog met het grootste onrecht, en ook oog in oog met de dood. Hij wil je dragen, Hij wil je leiden, zelfs door de meest duistere duisternis, naar het licht. Hij wil het niet alleen, Hij doet het ook, als je je maar aan Hem toevertrouwt.

Die levenskunst ontwikkelen, dat wens ik ons allemaal toe. Amen