OPENINGSWOORD
Beste mensen, allemaal van harte welkom weer. Vandaag is het Willibrordzondag. Op deze zondag willen wij denken aan het geloof, dat deze grote man heeft verkondigd.
In Europa zijn wij wel heel sterk bezig met het streven naar eenheid, maar wij kunnen ons afvragen of de soort eenheid, die men nastreeft niet te beperkt is. Er wordt namelijk vooral gestreefd naar economische eenheid. Belangrijk, natuurlijk! Maar een menselijke samenleving is meer dan geld. Respect en eerbied voor elkaars godsdienstige en culturele rijkdommen zijn even onmisbaar.
Op deze Willibrordzondag, die een oecumenische dag is, worden alle christenen opgeroepen te blijven zoeken naar elkaar. Daar hebben wij natuurlijk tijd voor nodig, want er zijn nog veel verschillen. Maar alleen al het proberen elkaar naderbij te komen is een voorbeeld voor de wereld. Als kerken elkaar vinden, zal dat een stimulans zijn voor landen, voor culturen. Laten wij daar vandaag met hart en ziel voor bidden op voorspraak van de heilige Willibrord. Hij is de patroon van de Nederlandse Kerkprovincie.
OPENINGSGEBED
Laat ons bidden. God, Gij hebt de heilige bisschop Willibrord bestemd om uw grootheid te verkondigen aan de heidenen en hen tot uw kinderen te maken. Wij vragen U op zijn voorspraak: laat ons als trouwe dienaren altijd uw wil volbrengen om te verkrijgen dat uw volk, ook in onze dagen, toeneemt in verdiensten en aantal. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die ... . Amen.
PREEK
Broeders en zusters, Willibrord werd in het jaar 658 geboren als zoon van een Angelsaksische edelman. In 678 - pas 20 jaar oud - ging hij naar Ierland waar hij door de heilige Egbert in zijn klooster te Rathmelsigi werd opgenomen. Hier kwam Willibrord in kontakt met de heilige Wigbert, die reeds eerder een mislukte missietocht naar Nederland had ondernomen.
In 690 - 32 jaar oud - steekt Willibrord met elf gezellen - zo lijken ze wel de 12 apostelen - de zee over om in de Nederlanden te gaan missioneren. Hij landt dan in Katwijk.
Kort na zijn aankomst gaat hij naar Rome om aan de toenmalige paus, Sergius I, diens zegen over zijn werk te vragen. In 695 - 37 jaar oud - wordt hij door deze paus verheven tot aartsbisschop van de Friezen en tegelijk wordt hij pauselijk afgezant. Hij sticht in Susteren een klooster voor de opleiding van missionarissen.
Beste medegelovigen, aan deze Willibrord hebben wij ons geloof te danken. Daarom willen wij hem vandaag eren en ook zijn voorspraak inroepen voor de Kerk en de wereld van onze dagen. Want zoals het voor Willibrord een grote opdracht was om in een heidens land de Blijde Boodschap te verkondigen, zo staan wij eigenlijk voor een nog moeilijker opdracht. Een maatschappij terugbrengen naar het christelijke geloof is soms moeilijker dan mensen die het geloof nog niet kennen het geloof bij te brengen. Daarom hebben wij het nodig, dat hij ons bidden en werken bij de troon van God aanbeveelt.
Wat wij als Nederlands volk van Willibrord kunnen leren is dat het belangrijk is om God lief te hebben - op de manier zoals God zelf aangeeft, n.l. door zíjn geboden te onderhouden en niet onze eìgen geboden - en dat het ook belangrijk is om mensen in het algemeen lief te hebben - Willibrord verliet als jongeman zijn eigen, vertrouwde omgeving om aan volslagen wildvreemde mensen het goede nieuws van Jezus' verrijzenis te verkondigen - en dat het ook belangrijk is om de Kerk lief te hebben. De Kerk als levende gemeenschap van mensen èn de Kerk als instituut, dat is de ambtelijke Kerk, bestaande uit de paus, de bisschoppen en de priesters. Deze mensen met hun functies zijn ons door Jezus Christus gegeven om ons in zijn Naam de Blijde Boodschap te verkondigen, om ons in zijn Naam Gods genade te schenken in Woord en Sacrament. En dat er op het grote geheel een aantal mensen zijn, die hun heilig ambt misbruiken of hebben misbruikt is zeer betreurenswaardig en als zij geen spijt hebben zullen zij loon naar werken krijgen, maar dat neemt niet weg, dat het heilige ambten zijn, die Jezus Christus aan zijn Kerk heeft toevertrouwd, bedieningen waarin Hijzelf aanwezig en werkzaam is. Deze ambtsdragers zelf moeten denken aan Lucas 12, 48 waarin het volgende staat geschreven: "Van ieder aan wie veel is gegeven, zal veel worden geëist, en wie veel is toevertrouwd, van hem zal des te meer worden gevraagd". Dus, wie veel krijgt, heeft ook een grote verantwoording.
In Matteüs 10, 40 zei Jezus tegen zijn apostelen: "Wie u opneemt, neemt Mij op, en wie Mij opneemt, neemt Hem op, die Mij gezonden heeft", dat is natuurlijk de hemelse Vader. Dit lijkt veel op die evangeliepassage waarin Jezus zegt: "Al wat gij voor de minsten der mijnen hebt gedaan, hebt gij voor Mij gedaan". Zo geldt dat hier ook. Wie een ambtsdrager eert door naar zijn woord te luisteren, eert daarmee Jezus Christus, die die ambtsdrager gezonden heeft, eert daarmee de Vader zelf.
Natuurlijk gaat het niet om de eer, tenzij de eer van God. Het gaat erom dat wij de weg volgen, die God ons geeft, de weg van de Kerk, de weg van Gods Kerk. Het is een Kerk, die vooral bestaat uit mensen, maar God is het centrum. Zonder Hem geen Kerk.
Op een zondag als deze mogen wij heel bijzonder bidden voor de ambtsdragers van de Kerk: dat zij volharden in hun heilige roeping; dat zij hun werk met veel wijsheid, liefde en barmhartigheid kunnen doen; vooral dat zij zo leven dat zij in hun manier van doen ons een beetje doen denken aan Jezus Christus, want dat is nog altijd de beste reclame, die wij voor de Kerk kunnen maken: onze manier van doen.
En dat, broeders en zusters, is eigenlijk de verantwoordelijkheid van ons allen: zo leven, dat wij anderen aan God doen denken: Kijk eens - zouden buitenstaanders moeten kunnen zeggen - hoe die christenen leven, zo vol liefde voor vriend èn vijand. Er moet wel een God bestaan, anders kun je dat niet opbrengen!
Broeders en zusters, in haar diepste wezen is onze Kerk een missionaire Kerk: "Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen" (Mt. 28, 10), waren de laatste woorden, die Jezus tot zijn apostelen sprak en daarmee tot ons. Het is ook onze opdracht mensen tot God te brengen. Dat begint natuurlijk met onze eigen kinderen, familieleden, maar voor iedereen, die wij ontmoeten kunnen wij op z'n minst een stille getuige zijn van Gods liefde.
Ik neem aan dat wij allemaal er naar verlangen om straks bij God te zijn, met elkaar. Veel mensen zullen misschien denken "Zeker wil ik dat, maar vandaag nog niet!" Daar gaat het ook niet om. Maar als wij bij God willen zijn, als wij weten, dat Hij ons een eeuwigheid lang gelukkig kan maken, dan verwacht Hij van ons dat wij anderen laten delen in dat geloof, dat wij getuigen van de blijde zekerheid, die in ons leeft.
Vragen wij de heilige Willibrord dat hij ons helpt om een levendig getuigenis te kunnen geven van ons blijde geloof.