God, wees ons zondaars genadig

Beste vrienden,

De liturgie laat ons in de loop van het kerkelijke jaar heel wat teksten uit de bijbel lezen. Ze zijn zo gekozen dat de evangelieteksten nauw op elkaar aansluiten en de teksten van de lezingen er ook goed bijpassen. Zo gaan we in enkele maanden van geboorte naar dood, van nieuw leven, nieuwe schepping, naar apocalyps en wereldeinde. Die manier van werken zorgt voor een zekere continuïteit. Niet alleen in het lezen, maar ook in het luisteren. Maar om daar dan ook iets aan te hebben moeten ge dan ook iedere zondag aanwezig zijn en meeluisteren. Voor velen is het dan ook geen doorlopende keten meer. Er vallen regelmatig gaten.

Het wordt dan zoiets als een TV-serie waar ge afleveringen van kunt missen, en zelfs na weken afwezigheid nog gewoon verder kunt kijken zonder het gevoel te hebben iets gemist te hebben. 

Het vorige kwam in mij op, omdat de lezingen van vandaag zo goed op mekaar en ook op die van de vorige zondag aansluiten. Maar wat hebben we  van die lezingen nog onthouden?

Even een korte herhaling, om ons geheugen wat op te frissen. Vorige week hoorden we over een rechter die zijn werk niet goed deed. De weduwe die zijn hulp inroept, moet eindeloos aandringen om hem zo ver te krijgen dat hij naar haar luistert en haar rechtsbijstand geeft. De parabel eindigt dan: 'Al bekommer ik mij om God noch gebod, toch zal ik haar recht verschaffen om niet lan­ger geplaagd te worden door haar eindeloze bezoeken.' `Zou', zo gaat Jezus verder, 'God dan geen recht verschaffen aan zijn uitverkorenen die dag en nacht tot hem roepen', want — en dan volgt zonder overgang de tekst uit het oude testament van vandaag: 'De Heer is een rechter, en bij Hem is geen aanzien des persoons'; dat wil zeggen: Hij kijkt er niet naar hoe belangrijk, hoe rijk, hoe vroom, hoe hoog van aanzien mensen zijn, neen, Hij kijkt hoe mensen werkelijk zijn, en dan kijkt Hij dóór het uiterlijk, de vorm en de schone schijn heen.

Sterker nog: Hij kijkt juist naar die mensen naar wie niemand kijkt, men­sen die niet gezien worden, die niet gezien zijn. God gaf ons de wet, de leefregels, en daarin krijgt iedereen zijn recht, dat wat hem of haar toekomt en waarin hij of zij als mens vervulling vindt. Hij neemt geen steekpenningen aan ten koste van armen. Hij is er, ook voor weduwen en wezen, voor zieken en gewonden, verdrukten en bal­lingen, voor al diegenen die aan de rand van het maatschappelijke en eco­nomische leven staan. God laat zich niet omkopen, ook niet met ethisch smeergeld.

`Ik vast twee keer per week en ik geef een tiende van al mijn inkomsten aan de armen. Ik ga regelmatig naar de kerk en leg altijd behoorlijk wat in de schaal. Ik betaal mijn belastingen op tijd en  ik heb respect voor het milieu, ik ben donateur van Greenpeace en van het Wereldnatuurfonds.  Ik rij niet met de auto als het niet echt nodig is. Ik werk als vrijwilliger of vrijwilligster in de parochie en bezoek zie­ken en bejaarden. Enzovoort... Ethisch smeergeld: 'Kijk eens, lieve God, wat ik allemaal doe. Ik dank U dat ik niet ben als al die anderen: rovers, echtbrekers, junkies, ver­krachters, skinheads, profiteurs, illegale buiten­landers, zwartwerkers, terroristen en al dat ander gespuis.'

En achter in de tempel staat de tollenaar: 'God, wees mij, zondaar, genadig.' Hij kan nog niet eens behoorlijk per­soonlijk bidden. Hij prevelt gewoon een zinnetje uit psalm 51. Dat heeft hij nog ont­houden van vroeger uit de catechese. Hij heeft niet veel gemaakt van zijn leven, zeker niet van zijn godsdienstig leven. Maar wat wilt ge? Als ge geen geld hebt, geen woonst, geen kans op een behoorlijke opleiding, geen rechtsbescherming, geen familie of vrienden. Dan is vroomheid of godsdienstig­heid niet direct het eerste wat u bezighoudt. Ge hebt dan wel iets anders te doen om uw kop boven water te houden.

 

Is dat dan een vrijgeleide om te doen wat ge wilt? 'Neen', zegt Jezus die de gerechtigheid zelf is, 'Ik vertel dit verhaal gewoon als oproep om niemand te veroordelen, om u niet te laten voorstaan op anderen, om volhardend te bidden, zoals ge zijt, met of zonder woorden, spontaan of van buiten geleerd. Het doet er niet toe, als het maar eerlijk is.' Vlak daarna wilden de leerlingen kleine kinderen wegjagen die men hem wilde brengen maar Jezus zegt: laat ze bij me komen want het koninkrijk van God behoort hen toe. Wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God zal er niet binnengaan.

Een paar verzen verder komt een hooggeplaatste man bij Jezus, die zich niet, zoals de farizeeër van vandaag, verheft boven de anderen, neen, hij kent Gods geboden goed en onderhoudt ze in alle eenvoud en eerlijkheid, maar ... 'Wat kan ik nog meer doen?', zo vraagt hij. En Jezus antwoordt: 'Verkoop alles wat ge bezit en deel het geld uit aan de armen. Kom dan terug en volg Mij.' Maar dat kan de man niet, dat is hem net een stap te ver. En Jezus is diep bedroefd. Het moest niet, maar het zou zo goed geweest zijn.

'Als we niet worden als kinderen ...', nederig en vol vertrouwen rekenend op God, die als een Vader voor je zorgt, die je geeft wat goed is, en recht, en die je oproept om zo goed te zijn en recht te doen als Hij.

Laat ook ons dan bidden: 'God, wees ons, zondaars, genadig.' Het zijn niet eens woorden van onszelf, want het is zo moeilijk om de juiste woorden te vinden. Dan maar psalmen stamelen, formulegebeden, zo klein, zo arm eigenlijk.  Maar die woorden, als ze gemeend zijn, hoort God liever dan de indrukwekkendste litteraire gebeden die zomaar zonder nadenken worden gereciteerd. Zo kunnen ook wij dan gerechtvaardigd naar huis gaan. Amen