In de spiegel kijken

Het gebeurt dat ik problemen heb met mijn radio.
Vroeger, toen een radio nog vol lampen zat, gebeurde dat regelmatig: het luisteren werd gestoord door gepiep en geruis.
En dat beterde er niet op toen die vrije radio's de ether begonnen te overspoelen. Af en toe drukt een zender het station dat ik gekozen heb, opzij.
Zit ik te luisteren naar een stukje Bach, en ineens kraakt er reclame voor de plaatselijke beenhouwer door, of iets dat muziek genoemd wordt maar eigenlijk een aanslag is op mijn trommelvliezen.

Dat probleempje lijkt niets te maken te hebben met het evangelie vandaag.
Er was nog geen radio in de tijd van Jezus, laat staan een vrije radio. Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden. Maar wat is bidden eigenlijk?

Ik denk dat niet alle godsdienstige mensen bidden.
En niet al wie bidt is godsdienstig.
Sperwers bijvoorbeeld, en uilen, die bidden ook. Men noemt dat "bidden": stil in de lucht hangen, de vleugels maar lichtjes bewegen. Die vogels zijn dan een en al aandacht voor wat voor zo'n vogel belangrijk is: waar loopt daar een veldmuis, of een konijntje?

Ik probeer te zoeken naar de betekenis van het woord "bidden".
Het is volgens mij: stil worden, het overbodige uitschakelen, en dan proberen oog te krijgen voor wat écht belangrijk is.
Wat echt belangrijk is kunnen we maar zien, of beginnen te zien, als de mist van de alledaagse werkelijkheid wat optrekt, en als de jachtigheid waarin we soms ronddraven, kan stilvallen.
Daarom denk ik ook dat er veel mensen bidden zonder dat ze dat zo noemen, ook mensen die zichzelf niet godsdienstig noemen. Die noemen dat dan "mediteren", of "yoga", of "onthaasten" of gewoon: efkes tot rust komen, 's avonds voor het slapen gaan, of in het bos tijdens de herfstvakantie...

Er gingen dus twee mensen naar de tempel om te bidden.
En voor godsdienstige mensen betekent dat: stil worden, om open te staan voor God. Want dat is de naam die een godsdienstige mens geeft aan wat écht belangrijk is, aan het mysterie, dat heel ons leven draagt, in de goede en in de slechte dagen, en dat het goed met ons voorheeft.

De eerste van die twee mensen leeft voorbeeldig.
Hij leeft echt volgens de voorschriften van zijn godsdienst. Twee keer vasten, 10 % van je inkomen geven aan armen, dat is wel wat.
Maar bidt hij? Hij praat vooral over zichzelf. Ikke, ikke, ikke.... ben een hele goeie... daar komt het op neer. Hij is vol van zichzelf.
En dan is er geen plaats voor iets anders, dan staat hij niet open, dan luistert hij niet naar het mysterie in zijn leven.
Hij is als die radio, die niet het juiste station kan ontvangen: wat belangrijk zou zijn voor die man, kan hij niet horen, want het wordt opzij gedrukt door alles wat hij van zichzelf zo goed vindt.

De tollenaar is niet vol van zichzelf.
Hij weet dat hij fouten maakt, dat hij geen reden heeft om op te scheppen. Nu kunnen we ons afvragen: allemaal gemakkelijk gezegd "ik ben een zondaar".
Is dat voldoende om vergiffenis te krijgen?

Maar uit de rest van het evangelie weten we dat Jezus altijd vergiffenis koppelt aan oprecht berouw, en de wil om het beter te doen. Dat zal dus ook hier het geval zijn.
Waar het hier om gaan, is dat Jezus de aandacht wil trekken op de openheid van die man: hij is niet vol van zichzelf, hij is gericht op het belangrijkste in zijn leven: dat hij fouten heeft gemaakt, dat hij hulp nodig heeft, dat hij genade nodig heeft.
En dat hij die genade kan krijgen.

Wie zijn wij, in dit verhaal?
Waarschijnlijk zijn wij een tolli-zeeër. Of een Fari-naar.

Het verhaal houdt ons een spiegel voor, waarin we zien dat we twee gezichten hebben.
Soms staan wij open, luisteren we naar het mysterie in het leven, zien we waar het op aan komt. Soms zijn we vol van onszelf, toeteren we "ikke, ikke, ikke", en minachten anderen die zwak zijn en in de fout gaan.
Maar dan zijn we als die stoorzenders in mijn radiootje. Want een radio ontvangt niet alleen, hij laat ook iets horen.

Als diegenen onder ons die christen willen zijn, vol zijn van onszelf, kunnen wij diep in ons hart niet horen waar het op aan komt, kan God ons niet bereiken. En dan kunnen wij het evangelie niet uitstralen.
Dan kunnen mensen rondom ons niets horen of zien van dat mysterie, dat ons leven draagt.
Nochtans, de boodschap verspreiden, daartoe worden ook wij gezonden.

Het is trouwens vandaag Missiezondag, om ons aan die zending te herinneren.
Die zending veronderstelt niet dat wij op verhoogjes gaan staan, om vanalles over de mensen uit te roepen.
De beste verkondiging, ook in onze tijd, is denk ik: dat de mensen rondom ons zien hoe we leven, hoe we proberen zoals Jezus al weldoende rond te gaan, om voor wie naast ons leeft een stukje hemel al op aarde te brengen.

Dat lukt alleen maar, als we kunnen open staan, stil worden, luisteren, niet naar onszelf en onze pretentie, maar naar de mysterie dat het fundament is van het leven van ieder van ons.
Wij geloven, dat dit mysterie een goede kracht is, zoals we zongen bij het begin van deze viering: de kracht die je doet leven, de kracht die je diep voelt.

Die kunnen we alleen voelen, als er plaats voor is, als we niet vol zitten met onszelf.
Die kracht kan alleen groeien in nederigheid.


24-10-2010 om 20:24 geschreven door de preekploeg