Evangelieprikje 2016

In twee van de drie lezingen gaat het over een huidziekte. En toch zal in veel vieringen van vandaag dankbaarheid centraal staan. In de eerste lezing is de genezen melaatse de profeet zeer erkentelijk, in het evangelie is dat niet zo duidelijk. Jezus klaagt in de lezing van vandaag inderdaad aan dat er maar één op de tien melaatsen dankbaarheid toont voor hun genezing. Omgezet naar vandaag zouden we kunnen zeggen dat slechts tien procent dankbaarheid toonden. Wie dus dacht dat ondankbaarheid een nieuwe kwaal is, mag nu wel zijn visie herzien. Danken is voor mij de sterkste en diepste vervoeging van denken. Ik geloof niet dat een mens zonder denken ooit aan danken toekomt. En ik meen dat daar inderdaad al een probleem ligt: veel mensen denken dat veel wat wat ons overkomt en geschonken wordt vanzelfsprekend is, zo vanzelfsprekend dat het niet nodig is om te danken. We leren onze kinderen wel dat ze beleefd “dank u” moeten zeggen als ze iets krijgen, maar vergeten hen vaak te leren om met verwondering in het leven te staan. Zonder die bewonderende en verwonderende blik op het leven wordt alles heel gewoon en mis je heel wat rijkdom en schoonheid in zijn mooiste vorm. Misschien moeten we zelf weer beschouwend in het leven leren staan.. Dat is niet vanzelfsprekend in een drukke samenleving als de onze. Maar wie houdt niet van een uitdaging?

Elke week worden  christenen geroepen om samen te komen op zondag voor de eucharistieviering. Eucharistie vieren betekent letterlijk danken. Maar weten we allemaal dat er gedankt wordt, weten we ook voor wat we danken en wanneer dat gebeurt? Het danken in de eucharistieviering gebeurt in het eucharistisch hooggebed. Week na week danken we God vooral  om Jezus Christus. Om nooit te vergeten wat Jezus voor ons deed, gedenken we elke week zijn offer. Als je dat probeert uit te leggen aan jongeren zijn er altijd wel enkele die antwoorden dat ze er  niet om gevraagd hebben. En dus vinden ze dat ze dan ook niet hoeven dankbaar te zijn. Dat is een manier om het te bekijken, maar het kan ook anders. Dat iemand iets doet voor je zonder dat je het vraagt, betekent misschien dat die ander je heel graag ziet. En dus lijkt er wel een gegronde reden om Jezus te danken. Vraag is natuurlijk of we dat doen. Het blijft een vraag, Jezus doet geen moeite om ons te verplichten. Hij stelt vast dat er negen ex-melaatsen zijn die niet terugkeren, Hij stelt zich daar vragen bij maar Hij maakt ze bijvoorbeeld niet terug melaats.  Geen enkele druk dus … Mar de vraag blijft: bij welke melaatse zetten wij onszelf: bij diegene die dankbaar terugkeert of bij diegenen die dat blijkbaar gewoon normaal vinden? Ok, dankbaar zijn omdat iemand meer dan twintig eeuwen geleden zijn leven voor je gaf, lijkt voor velen, zelfs ook voor christenen, wat ver gezocht. Maar ook in onze tijd zijn er mensen en dingen waar we God dankbaar kunnen om zijn. Want als we echt evangelisch proberen te leven, dan geneest Jezus’ Blijde Boodschap ons ook vandaag van bijvoorbeeld hebzucht. Echt evangelisch leven bevrijdt je ook uit de kluwen van zoveel mensen en dingen die je onder de knoet willen houden. Zijn wij Jezus dankbaar voor die genezing of vinden we het maar “normaal”?

Zullen we eens proberen het stil te maken in ons hart? Heel vlug komen dan al onze zorgen en problemen naar boven, we mogen ze altijd bij God brengen. Maar laten we het nog wat stiller maken zodat we dieper kunnen gaan in onszelf en eens kunnen nagaan hoeveel zegeningen we niet mogen ontvangen hebben in ons leven. “Count your blessings” moet je niet uistellen tot Kerstmis, het mag af en toe eens. Het doet je op een andere manier naar het leven kijken, het kan je stille denken vervoegen tot uitgesproken danken. Die dankbaarheid mag er zijn jegens God maar ook jegens alle mensen die ons leven zin en richting geven, zelfs jegens de mensen die een nagel aan onze doodskist lijken te zijn. Zijn we ooit de priester dankbaar omdat hij er tijd en moeite insteekt om onze wekelijkse viering zo aantrekkelijk mogelijk te maken? Hebben we ooit al eens waardering getoond voor het werk van de liturgische werkgroep, voor het orgelwerk van de orgelist? Hebben we onze medegelovigen al eens bedankt omdat ze er ook weer bij waren om gemeenschap te vormen rond de tafel van de Heer, om hun uitgestoken vredeshand op het einde van de viering? Er zijn zoveel dingen waar we dankbaar kunnen om zijn, het feit dat we dat kunnen tonen en uitdrukken is al iets waar we eigenlijk dankbaar kunnen voor zijn. En inderdaad, de meeste mensen weten waarschijnlijk wel dat we hen dankbaar zijn, maar net zoals in de liefde kan het geen kwaad dat we dat af en toe eens tonen en zeggen. Zo maak je andere mensen gelukkig omdat je hen op een positieve manier bevestigt, maar er is meer: dankbare mensen zijn ook zelf gelukkige mensen omdat ze zich rijk voelen door zoveel mensen en dingen die hen zomaar – zonder dat het moet en niet altijd even vanzelfsprekend -  overkomen.