Erbarme dich

Ja, ik herinner me nog ons bezoek aan een melaatsenkolonie in Zaire.
De kerk was eenvoudig, geen mooie banken zoals hier maar lange planken,
20 centimeter boven de grond waar de melaatsen iedere zondag,
ver afgezonderd van de bewoonde wereld hun eucharistie vierden.

Diep onder de indruk vroeg ik aan een van de zusters daar
of ik wat foto's mocht maken om het thuisfront wat te laten zien.

'U bent toch priesters' zei ze,
'gaat u liever wat rond om de mensen handen te geven
en te zegenen'.
Dat deden we, met het schaamrood nog achter de kaken.

Jesus' ontmoeting met de 10 melaatsen is een ontmoeting
met een mensengemeenschap die ten dode opgeschreven is.
Het zijn er 10, het getal dat volgens het jodendom nodig is
om een kerkdienst te kunnen beginnen. Dan kan er namens het volk,
ja zelfs namens de mensheid gebeden worden.

10 Melaatsen zijn er die roepen om hulp:
KYRIE-ELEISON roepen ze.

Deze week hoorden wij het bericht van het overlijden
van een goed acteur en een uitstekend zanger:
Antonie Kamerling. Hij heeft ooit nog meegedaan
aan een theaterproductie in onze kerk
waarbij een huwelijk werd gespeeld.
De bruid van toen, Guusje Nederhorst, is inmiddels overleden.
En de meest blitse gast, want die rol speelde Antonie, ook.
Ik zag hem op de TV op Palmzondag vorig jaar
hij zong in de Matteuspassion de aria ERBARME DICH
heb medelijden met mij. Niemand wist toen nog
hoe hij door de ziekte van vele depressies werd gekweld.

Ebarme dich.... riepen ook de melaatsen uit het evangelie van vandaag.
Ze zijn verstoten door de buurt, geminacht door de gezonden,
gevreesd door de gezonden. Is er dan niemand die redt?
Ja er is er een en dat is de man van Nazareth: Jesus Messias.
En de solidariteit van Jesus met deze gemeenschap is hen tot zegen.
Ze zijn niet langer verstoten, ze worden getroost en aangesproken.
Hun isolement wordt opgeheven.

De bevrijding uit het isolement is het begin van de verlossing en die komt:
alle 10 worden ze genezen.
Alle 10 worden ze geholpen en ze kunnen samen
na hun KYRIE-geroep het GLORIA aanheffen, de lofzang tot God.

Maar ze doen het niet.

Dat er na het KYRIE-roepen een GLORIA moet volgen
weet slechts één van de tien, en dat is nog wel een vreemdeling, een Samaritaan.

Negen van de tien komen daar niet aan toe.
Ze gaan weer over tot de orde van alledag
en schieten weer wortel. Ze zijn God weer snel vergeten.

Vreselijk is dat.
In de Bijbel staat dat er veel mag.
Je mag God aanklagen. Je mag met Hem vechten, kwaad zijn woedend zijn,
huilen en schelden... het mag allemaal. Het hele boek Job staat er vol mee.

Eén ding mag nooit: HEM VERGETEN;
doen alsof er niets aan de hand is,
gewoon maar doorleven wat er ook gebeurt.

Als je niet kunt huilen, als je niet kwaad kunt zijn
wordt het leven werkelijk plat en troosteloos.

Er is een mooi russisch verhaal over een man
die bij een Pope (een russische geestelijke) komt en die zegt:
'als ik ellende zie moet ik steeds maar weer huilen,
als ik over verdriet hoor spreken komen de tranen steeds,
is daar nu niets aan te doen.'

De Pope kijkt hem peinzend aan en zegt:
'ik weet het, jij hebt de gave der tranen.'

Tranen worden door God gezien.
Er staat geschreven in de psalmen
dat Hij die tranen zelfs -als waren het edelstenen-
bewaard in een bokaal.

Die God zal Zijn mensen niet loslaten.
Aan die God bevelen wij onze smart en onze teleurstelling aan.

De heidense Naäman uit de eerste lezing van vandaag
en de ene vreemdeling die terug komt
leren ons dat het de moeite waard is
ons aan Hem vast te klampen.

Daarom is het een grote en belangrijke taak
hem te blijven aanroepen: erbarme dich, Kyrie-eleison!
Maar als kerkmensen hebben wij ook de taak
om hem vol vertrouwen ook het Gloria toe te zingen.

Het leven is immers geen donkere tunnel
-hoezeer dat ook bij de pressies mag lijken-
want er is er een die ons helpt.

In het gewone leven van alle dag
komen wij vergeten wij Hem gemakkelijk.
Daarom is het nuttig hier samen te zijn
Zijn Naam hier hoog te houden.

Het is een eervolle opdracht
om als kerkmensen Zijn Naam hoog te houden in deze wereld
de God die heeft gezegd: IK ZAL ER ZIJN.

De God die met ons meegaat alle dagen,
vooral als wij ook andere mensen gezelschap willen houden
gastvrij zijn en vriendelijk,
niemand verloren laten rondlopen
niemand loslaten.

Na de hulproep van de zijnen
volgt even zeker als twee keer twee vier is
zijn troost.

We zijn dankbaar dat in onze kerk
jong en oud op ons koor niet nalaten de smeekliederen te zingen:
KYRIE ELEISON
maar ook daarna de lofzang aanheffen:
praise the Lord of Gloria in excelsis.
We zijn dankbaar dat die koorzangers,
(vandaag uitsluitend zangeressen) ons die les leren.

Vergeten wij toch niet
ons tot God te wenden in vreugde en verdriet.
Paulus zegt:
‘Houd vol in alle verdrukking,
wees moedig en blij
ga met al je noden naar God toe,
bid zonder ophouden (erbarme Dich, Kyrieleison)
maar vergeet ook nooit Hem te danken
die heeft gezegd dat Hij ons allen
-het werk van Zijn handen-
nooit aan ons lot zal overlaten.