Religie en genezing (2010)

Religie en genezing; het is een thema waar veel over te zeggen is. Laatst vroeg de voorganger van de Nieuw Testamentische Gemeente, een evangelikale kerk uit IJsselstein, aan het parochiebestuur: "Mogen we de Pauluskerk afhuren voor een genezingsdienst met evangelist Jan Zijlstra? Jullie hebben toch ook iets met genezing? Jullie hebben toch Lourdes? Dan mag dit toch geen probleem zijn?". Het ging niet door. Een van de redenen was, dat er rond dit soort diensten een sfeer kan hangen van "als je maar genoeg bidt, dan zul je wel genezen". Daar houden wij katholieken niet zo van. Evangelikale christenen lijken in deze soms wel wat op hun tegenpolen, bepaalde natuurgenezers, met name uit Amerika, die zeggen: "Als je maar genoeg positieve gedachten hebt, dan kun je zelfs van kanker genezen". Mensen overschatten dan hun eigen invloed. Het is wel waar dat gebed en positieve gedachten kunnen bijdragen aan herstel. Maar soms is herstel gewoon niet mogelijk. Dan is het al heel wat als mensen zich kunnen verzoenen met hun ziekte, of met hun naderende einde. God is niet alleen aanwezig in de genezing, maar ook in de worsteling om in het reine te komen met ziekte of dood. Het ergste wat je bij ziekte of een naderende dood tegen iemand kunt zeggen is: het is je eigen schuld; had je maar meer moeten bidden, had je maar meer positieve gedachten moeten hebben. Dan laat je iemand in de steek en geeft hem of haar een trap na. Misschien omdat je zelf niet goed met ziekte en dood kunt omgaan.

In de lezingen van vandaag worden wel mensen genezen, en nog wel van melaatsheid, een vreselijke en erg besmettelijke ziekte, die mensen in vroeger tijden in een groot isolement bracht. Want niemand durfde hen meer aan te raken. In de eerste lezing dompelt Naäman, een heiden uit Syrië, zich onder in de Jordaan. Hij geneest. In het evangelie genezen tien melaatsen uit Samaria enkel door het gebed van Jezus. Het komt voor dat er wonderbaarlijke genezingen gebeuren. Dat is ook in onze tijd zo. De mensen die het overkomt, in Lourdes, bij Jomanda, bij een gebedsgenezer zoals Jan Zijlstra of waar dan ook, zijn dankbaar. Het is niet te verklaren vanuit de gangbare geneeskunde. Gewone dokters kijken vooral naar de ziekte, en minder naar de oorzaken, naar heel de mens. Daar is ook geen tijd voor. Alternatieve genezers zeggen dat zij meer holistisch werken, dus met oog voor het hele leven van die mens. Maar ook natuurartsen kunnen geen wonderen doen. En bij het proces tegen Jomanda werd heel duidelijk door de rechters gezegd: je mag de gewone gezondheidszorg niet dwarsbomen; je mag er alleen aanvullend werk bij doen. En wonderen doen, daarvan zeggen we in de kerk: dat kan geen dokter in het Antoniusziekenhuis, en ook niet de allerbeste natuurarts. Wonderen doen kan alleen God in de hemel. En God in de hemel werkt via mensen, van allerlei slag.

In de beide lezingen is sprake van een feitelijke genezing. Die is belangrijk, maar ze is ook een opstap naar iets anders, namelijk het verdiepen van de relatie met God. Naäman neemt grond uit Israël mee naar Syrië, want hij wil de God van Israël ook thuis een dankoffer kunnen brengen. Daar heb je joodse grond voor nodig; zo beleeft hij dat. En in het evangelie komt er welgeteld één van de tien genezen melaatsen terug om dankjewel te zeggen tegen Jezus. In de verhalen zeggen zowel de profeet Elisa als Jezus: "Je moet niet mij bedanken, maar God die in de hemel is". Zowel Elisa als Jezus hopen dat mensen na een genezing weer gaan leven als vrije mensen, vanuit hun diepste kern, vanuit hun ziel. Naäman en de ene melaatse uit Samaria doen dat; zij geven vorm aan hun relatie met God. Zij gaan weer rechtop, als vrij en dankbaar mens, door het leven.

Dat brengt me tenslotte op de gezondheidszorg hier in Nieuwegein. Laatst heb ik een directeur van een gezondheidscentrum horen zeggen: 60 % van de klachten waarmee mensen komen heeft eigenlijk geen medische achtergrond. 60 %, dat is wat! De klachten zijn wel serieus, maar ze hebben met andere dingen te maken; met eenzaamheid, met onverwerkte ervaringen, met stress, met een ongezonde levensstijl. Die directeur wil met de huisartsen de mensen veel vaker doorverwijzen naar activiteiten buiten het gezondheidscentrum. Activiteiten, waardoor mensen zelf iets kunnen gaan doen aan de oorzaken van hun lichamelijke of psychische klachten. Ik denk dat het heel goed is dat huisartsen minder slaappillen en antidepressiva gaan voorschrijven. Veel mensen hebben wel hulp nodig, maar andere hulp; hulp om eerlijk naar zichzelf te kijken, om naar binnen te gaan en geen uitvluchten meer te zoeken. Wat is er eigenlijk met mij aan de hand? En als je daar achter bent gekomen: hulp om er goed mee om te gaan. De dokter niet overvragen, en zelf de verantwoordelijkheid nemen voor je gezondheid. Want je kunt er zelf veel aan bijdragen. Eerlijk en onbevangen naar binnen durven kijken hoort daarbij.

Ik las in de krant dat veel basisschoolkinderen uit Amersfoort door meditatie zichzelf beter leren kennen. Ze leren stil worden; ze kijken naar wat er in de stilte naar boven komt aan gedachten en gevoelens over zichzelf. Blijkbaar leven die in hem of haar. Eerst dat accepteren, en dan pas kijken: klopt het, heeft het mij iets te zeggen? Of is het een angst die me is aangepraat bijvoorbeeld? Kinderen die zo onbevangen naar zichzelf leren kijken hebben minder depressies, en gaan andere kinderen minder pesten. Ik denk dat wij daar een groot voorbeeld aan kunnen nemen. Naäman en de melaatse uit het evangelie gingen ook die weg naar binnen. Ze hoopten dat God hen zou genezen. Ze hadden geluk; het gebeurde ook. Vervolgens verdiepten ze hun relatie met God. Ze zeiden dankjewel en bleven denk ik bezield leven, van binnenuit, vanuit hun eigen door God gegeven kracht. Ze waren dankbare mensen. En dankbare, open mensen gaan anders om met hun leven en met hun omgeving. Ze gaan ook anders om met ziekte, ook wanneer die ongeneeslijk is, en ze gaan anders om met de dood. Die open houding wens ik ons allen toe.

De tekst is ook aan de directeur van het gezondheidscentrum voorgelegd. Hij had de volgende aanvulling:
2e alinea: ook nu nog worden mensen die (chronisch) ziek zijn in een groot isolement gebracht of door het directe gevolg van hun ziekte of door de omgeving. Sociaal isolement, eenzaamheid zijn ons inziens nog steeds veel voorkomende onderdelen van ziekte! En dan praten we niet alleen over kanker, maar ook over suikerziekte, psychische aandoeningen, spier-gewrichtsziektes etc. etc.