Gast en gastheer

 

Wie niet nalaat om te onderstrepen dat Jezus mensen samenbrengt en met hen eet is Lucas. De maaltijd is een beeld van het Rijk Gods. In het veertiende hoofdstuk van zijn evangelie groepeert hij uitspraken van Jezus over maaltijden. Ze hebben een band met spreekwoorden over bescheidenheid, maar bevatten vooral de eigen toets van Jezus.

De juiste plaats

Jezus is in het evangelie gast én gastheer. Tegelijkertijd toont hij hoe wij zelf gast mogen zijn en anderen gastvrij mogen ontvangen.

Jezus was uitgenodigd bij Levi (Lc. 5,29). Hij kwam aan huis bij Farizeeën, al ging dit meestal gepaard met incidenten. Een vrouw waste hem de voeten (Lc.7,37); een gastheer had opmerkingen omdat hij zich niet stoorde aan de etiquette en met ongewassen handen aanzat (Lc. 11,38). Er werd over Jezus geroddeld omdat hij zondaars ontving en met hen at (Lc. 15,2).

Ten huize van een Farizeeër genas Jezus op een sabbat een zieke (Lc. 14,1). Hij had opmerkingen bij de manier waarom mensen aasden op de beste plaatsen (Lc. 14,7). Hij gaf aan hoe we als goede gastheer kunnen optreden (Lc. 14,12). Tenslotte verklaarde hij dat zijn hemelse vader een gastmaal aanbiedt waarop iedereen uitgenodigd is. Jezus wenst dat dit huis vol mag zijn (Lc. 14,23). Mensen van overal mogen binnen, zoals die keer toen hij een grote menigte spijzigde (Lc. 9,13).

Jezus observeert mensen, zoals zo vaak in het evangelie. Hij zegt wat hij ziet en wat hij erover denkt. Rondom maaltijden, bij schafttijd, bij een picknick valt er veel te zien van de drukte van mensen, hun haast zich zelf eerst te bedienen, hun al of niet attente houding voor anderen. Jezus had vaak gezien wie er op uit waren om de eerste plaatsen in te nemen (Lc. 11,43;20,46).

Het ging over een plechtige maaltijd, waar mensen aanlagen. De voornaamste plaatsen waren dicht bij de gastheer. Jezus zegt twee dingen. Allereerst dat ze zich niet mogen opdringen en de beste plaats opeisen. Je zal deze misschien moeten afstaan aan anderen. Het is gezond verstand dat hier spreekt. Vermijd een affront op te lopen. Weet waar je plaats is. Er zijn altijd dikhuidige die zich niet storen aan anderen en zich opdringen. M’as tu vu? Heb je mij gezien?

Geen valse nederigheid

Jezus geeft een tweede raad. Of is dit de pendant van de vorige? Stel je zo op dat je kans maakt hogerop te schuiven. Het lijkt alsof hier berekening meespeelt. Ik stel me nederig en onopvallend op maar reken er op dat ik zal mogen opschuiven. Neen, dat is niet goed. Het is een gevaarlijk spel met de nederigheid. Dit is valse nederigheid, die terecht wordt gehekeld, zoals Molière deed met Tartuffe in L’Avare. « Le refus de louanges est le désir d’être loué deux fois » ‘(La Roche de Foucauld). Lof afwijzen wijst op het verlangen twee keer geprezen te worden. “Eerwaarde pater, ik heb geen enkele deugd, maar de nederigheid zal men mij niet ontnemen.”

In de reclame geldt de regel van de bescheidenheid niet. Zorg dat je gezien wordt. Doe goed en zeg het. Aan de Lamennais, die nogal wat beroering veroorzaakte, werd het spreekwoord voorgehouden: « Le bien ne fait pas de bruit et le bruit ne fait pas de bien. » Waarop hij antwoordde: « Et de Lamennais fait du bien et du bruit. » Het goede maakt geen lawaai en het lawaai verricht niets goed. de Lamennais zei dat hij het een én het andere deed en verdiende zo een pluim voor zijn marketing.

Nederigheid kan je verkeerd begrijpen. Profileer je niet, om niet opgemerkt te worden. We willen ons niet verheffen. We verschuilen ons en ontlopen zo onze verantwoordelijkheden..

Nederigheid kan je maar vanuit een assertiviteit, vanuit een volheid. Je kan zoals Jezus je alleen klein maken vanuit een waardigheid. Bewust dat hij uit de Vader voorkwam, kon Jezus heel diep buigen en dienaar van allen worden (Fil. 2,5-11).

 

Het is de Vader van Jezus die de plaatsen aanwijst (ZJ 589). Hij oordeelt of wij bij de eerste of de laatste horen. Jezus heeft zelf voor de laagste plaats gekozen en had er geen moeite mee. “Wie is immers de grootste; die aanligt of die bedient? Niet hij die aanligt? Welnu, Ik ben onder u als degene die bedient”(Lc. 22,27). Hoogmoed is jezelf een plaats toekennen die je niet verdient. Nederigheid houdt vrijheid in: nu heb ik dit te doen. Nederigheid is de weg naar het leven. Zonder haar ga je niet vooruit. De nederige doet meer dan een hoogmoedige.

Gods voorkeurliefde

Lucas voegt er een tweede schuifje aan toe. Jezus geeft immers aan hoe we zelf als gastheer moeten optreden. Blijf niet in het zelfde kringetje. Nodig niet uit wie je het zelfde kan teruggeven. Laat berekening en baatzuchtigheid varen als je een maaltijd geeft en een dienst aanbiedt. Jezus prijst zalig wie de berekening doorbreekt en durft kiezen voor een omgekeerde wereld, waar armen en ‘gebrokenen’ meetellen.

Jezus wil dat wij onze blik veranderen. Heb je vrienden onder de armen? Welke tijd besteden we aan hen? Die zorg gebeurt in een aantal sociale restaurants. Gastgezinnen delen onbaatzuchtig bij internationale ontmoetingen. Mensen als de heilige Damiaan stellen hun tijd en gans hun leven ten dienste van anderen. Op zijn graf in Leuven staan de woorden: “Ik vind mijn grote vreugde de Heer te dienen in zijn arme en zieke kinderen, die van de andere mensen verstoten worden.”

De avond voor zijn lijden heeft Jezus met zijn leerlingen het laatste avondmaal gevierd (Lc. 22,14). Als verrezen kwam hij bij hen terug aan tafel. Hij voegde zich bij de Emmaüsgangers en brak voor hen het brood (Lc. 24,30). Hij is diezelfde avond bij de elf en eet er het stuk geroosterde vis (Lc. 24,43), dat hem wordt aangereikt. Het zijn tekenen dat het Rijk Gods aanbreekt (Lc. 22,18) en midden onder ons aanwezig is (Lc. 17,21).

Heer, laat ons nederig en klein de dienaars van uw grootheid zijn (ZJ 814).