een kerk die niet dient, dient tot niets 2010


Afgelopen week bracht kroonprins Willem Alexander een bezoek aan het abdijcomplex te Rolduc. Veeel mensen waren daar terecht heel trots op. Het was een heel bijzonder bezoek. Ook de bisschop en andere mensen van de kerk beleefden veel voldoening aan dit bezoek. Terecht, want de kerk heeft veel te bieden op het gebied van kunst en kultuur. Toch merken wij dat van ons als kerkgemeenschap meer gevraagd wordt om mensen op te roepen om Christus te volgen. Vooral op het gebied van dienstbaarheid mogen wij tonen wat het geloof ons waard is. In een lezing voor priesters in Den Bosch ging het over "het priesterlijk dienstwerk als dienst aan de vreugde". Kardinaal Walter Kasper ging in op de plaats van de priester (men kan het even zeer toepassen op iedere gelovige) . "De priester dient zich helemaal te geven voor God. Hij onderscheidt zich van de individualistische en hedopnistische levenshouding van deze tijd. In onze tijd nood heeft men nood aan priesters met een sterke innerlijke identiteit. Hij hekelt het clericalisme dat alleen maar geïnteresseerd is in carrierezucht: streven naar macht, invloed en aanzien.De priester dient herkenbaar te zijn. Die identiteit moet niet gezocht worden in clericalisme, dat een zwakke innerlijke identiteit probeert te compenseren door vaak lachwekkende uiterlijke kenmerken uit de barok of de 19e eeuw. Het gaat zich om het engagement met God en van daaruit met de mens.

Bij Jezus merken wij dat Hij een hekel heeft aan mensen die hun eigen soort in stand houden. Ze nodigen mensen uit waarmee ze vriendschappelijke of zakenrelaties onderhouden zodat zij er hun voordeel mee kunnen doen. Het wonderlijke is dat er in dergelijke kringen altijd mensen zijn die de beste plaats willen innemen. Bescheidenheid is hun vreemd. Daarom pleit Jezus bij zijn gastheer voor een andere stijl van gastvrijheid. "Nodig niet je vrienden, broers en bloedverwanten uit, want op hun beurt nodigen ze u uit en van hun krijgt u terug wat u zelf gegegevn hebt. Nodig armen, gebrekkigen en kreupelen uit. Zij kunnen u niet terug geven wat u hun gegeven hebt. Hiermee pleit Jezus voor een radicale goedheid. En staat zijn gedrag in schrille tegenstelling met welgestelde mensen uit zijn tijd.

Inderdaad merken wij veel mensen leven in een eigen kring, maar ook daaroor vaak een verengde visie krijgen op het leven in de wereld. Ook op het gebied van het geloof. We merken dat geloof en leven vaak van elkaar zijn vervreemd omdat de mens niet verder kijkt dan het hier en nu. Walter Kasper zegt: "een priester moet uitstralen dat je niet louter een produkt bent van evolutie of van een blind toeval. Iemand is er die jou kent, die naar je luistert, die jou aanvaardt, bij wie je geborgen bent in leven en sterven. Het is typerend dat mensen die de nood van andere oppakten vanuit een religieuse bewogenheid en een verbinding wisten te leggen tussen God en de mensen in onze herinnering zijn blijven hangen omdat hun geloof zo concreet werd. De inzet voor de armen, de melaatsen, de onderdrukten, de zieken en de ontheemden. Jezus heeft ons laten zien dat daar, waar dienstbaarheid heerst, het geloof in God een levensechte inhoud krijgt. De Kerk die dient, verdient eer en hoogachting. Het is een opdracht van onze tijd om daar weer meer oog voor te krijgen en inhoud aan te geven. Zeker in een tijd waarin bezuinigingen vaak meer aandacht krijgen dan zorg voor de zwakken, liggen er voor de Kerk nieuwe kansen. De uitnodiging van de Heer om Hem te volgen ligt er. Nu nog het daadwerkelijk leven naar Zijn bestaan.