22e zondag door het jaar C

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

De evangelielezing van vorige week eindigde met: ‘De laatsten zullen de eersten zijn'. Die laatste zin zou vandaag de eerste kunnen zijn, de titel van de evangelielezing.

God schijnt een voorkeur te hebben voor dat wat achteraan komt, voor dat wat zwak is, klein en onaanzienlijk. Niet de oudste, Kaïn of Esau, maar de jongste, Abel en Jakob, heeft zijn voorkeur. Niet de oudste en sterke Eliab, maar David, de kleinste van allemaal, kiest Hij als koning. Niet in de eerste stad van het land Jeruzalem wordt de Messias geboren, maar in het gehucht Betlehem. En niet uit rijke ouders, mensen van aanzien, maar uit heel gewone, ongeletterde mensen wordt Hij geboren.

Inderdaad, de laatsten zijn bij Hem vaak de eersten. En zo - leert Jezus zijn volgelingen - zou het onder jullie ook moeten zijn. Tegen hen die altijd voorop willen staan, zegt Hij vandaag: Ken je plaats. En zij die van het leven een feest willen maken, moeten ook eens aan de laatsten denken: armen, gebrekkigen, kreupelen, mensen die je nooit terug kunnen vragen.

Beide lezingen vandaag nodigen uit tot bescheidenheid en eenvoud. Gewoon doen, is het advies, en je niet gewichtiger voordoen dan je bent.

‘Waarom merken nog maar zo weinig mensen iets van God?', vroeg een jongen aan zijn joodse leermeester. En de rabbi antwoordde: ‘Omdat er nog maar weinig mensen zich diep genoeg willen bukken'.

Als mensen van een hoogontwikkelde samenleving hebben we best recht en reden om fier overeind te lopen. Opkomen voor jezelf, de kaas niet van je brood laten eten, laten horen wie je bent, zorgen dat je gezien wordt, scoren waar het kan... het wordt overal gepropageerd, terwijl bescheidenheid nauwelijks wordt aangeprezen, en nederigheid iets is voor ‘doetjes' en ‘watjes', die over zich laten lopen. En in zo ‘n wereld, met alle aandacht voor de eersten, komen we God nauwelijks tegen, zegt die rabbi, ‘omdat er nog maar weinig mensen zijn die diep genoeg willen bukken'.

Daarom krijgen de mensen die dat nooit willen, er vandaag van Jezus van langs. De gasten die niet klein willen zijn, niet willen bukken, wordt de les gelezen. Maar ook de gastheer. Hij buigt wel, maar voor de verkeerde mensen. Hij doet sympathiek tegenover zijn soortgenoten, mensen van zijn niveau. Voor hen wil hij wel de getapte jongen zijn; zijn welgestelde vrienden heeft hij straks wellicht nog nodig; voor hen wil hij wel buigen, want ons kent ons...

Maar je moet ook willen buigen, willen bukken, leert Jezus, zoals die Samaritaan, voor arme sloebers, aan wie geen geld en geen eer te behalen valt. Je moet ook willen bukken voor mensen, die gebukt gaan onder verdriet en zorg, van wie je straks niet beter wordt, omdat ze echt niks terug kunnen doen. Dat soort mensen, leert Jezus, moeten we ook met eerbied tegemoet treden.

Wie naar boven likken, en trappen naar beneden, zijn nu vaak de eersten, maar straks, zegt Jezus, zullen zij de laatsten zijn.