Leven alsof

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

In Duitsland heeft men enkele jaren geleden een macaber experiment gedaan. 142 mannen, vrouwen en kinderen werden voor 144 uren in een atoomvrije bunker opgesloten. Het was een test om te zien of de mens bij een eventuele atoomaanval zes dagen en zes nachten, afgesloten van de buitenwereld, in een bunker zou kunnen leven. De zaak was voor de deelnemers echt winstgevend. Ze kregen 6.000 frank per dag en 1.500 frank volhardingspremie. Bovendien was het er ook nog gezellig. Ze vierden er een verjaardag met taart en koffie en brachten hun tijd door met kaarten en champagne. Toen ze na al die uren uit de bunker kwamen, werden ze als helden vereerd.

Dit eigenaardig ‘alsof-spel' is typisch voor onze tijd. Toch zal een echte atoomaanval wel enigszins anders uitvallen. Je zult het moeten stellen zonder premie, zonder spel en wat het resultaat zal zijn moet je ook afwachten...

Is ons leven soms geen alsof-spel? We leven ‘alsof' de dood voor anderen bestaat, ‘alsof' ziekte en leed niet voor ons bestemd zijn. En dit ‘alsof' maakt ons blind voor de werkelijkheid.

Jezus is een realist. Bij Hem geldt geen ‘alsof', bij Hem gaat het om de diepste zin van het leven. In het verhaal van dit evangelie is Hij bij een hooggeplaatste farizeeër uitgenodigd. Iedereen zoekt er naar een eervolle plaats, vooraan en dicht bij de gastheer. Als Jezus daar een opmerking over maakt is dat niet om een les in wellevendheid te geven. Het heeft zeker niets met etiquette te maken. Wel wil Hij een les geven in valse zelfoverschatting. Zet je op de plaats waar je echt thuishoort. Eigenlijk gaat het om de vraag: welke plaats heeft de mens in deze kosmos? Is het de plaats die hij zichzelf verovert? Is het de plaats die hem door omstandigheden wordt toegewezen? Het gaat om de plaats die hem van nature uit toekomt en die hem plaatst tegenover God. En dat is de laatste plaats! Daar staat de mens als schepsel tegenover zijn Schepper, als een ‘niets' tegenover het ‘Alles', als een tijdelijk wezen tegenover het Absolute, als een dienaar tegenover zijn Heer, als een schuldige tegenover zijn rechter.

Zou de mens ooit zo in de ban geweest zijn van zijn eigen kennen en kunnen als in onze tijd? Hij grijpt naar de oneindige ruimte, hij heeft macht over het kiemende leven en door de atoomkracht is hij zelfs in staat de wereld te vernietigen. Hij doet alsof hij heer en meester is van het heelal... En toch, tegenover God staat hij nog altijd op de laatste plaats.

Het is wel gemakkelijk over de mens in het algemeen te spreken, dan doe je niemand pijn. Maar, doen wij niet mee aan die zelfverheerlijking? Rijden we niet liever met een wagen boven onze stand, dan met een autootje van geringer formaat? Hoeveel miljoenen worden er dagelijks uitgegeven voor sieraden? Alsof de mens meer waard zou zijn als hij zo versierd is?

Neem de laatste plaats in, zegt Jezus; die komt je toe. En nederigheid is waarachtigheid. Zich afkeren van een alsof-wereld en zich keren naar God en de mensen: dat is de opgave voor een christen. Nederigheid weet dat alle talenten en gaven van God komen, nederigheid weet dat alle mensen even-naast zijn en gelijk. Als je tegenover God op de laatste plaats gaat staan, dan ken je je verhouding tegenover God. Wanneer elke mens voorkomend wordt tegenover elk ander mens, verandert de wereld en wordt ze dienst aan de mensen.