Pinksteren: Zoals de Vader Mij gezonden heeft…

Homilie: Pinksteren: Zoals de Vader Mij gezonden heeft…

'Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u', is de opdracht die hoort bij de gave van de heilige Geest. De leerlingen ontvangen de heilige Geest niet voor zichzelf, maar om de zending van Jezus, die als Zoon van God voor ons mensen is gestorven en als Heer verrezen om aan de rechterhand van de Vader te zitten, voort te zetten. Die zending was, is en blijft het spreken van de taal van Gods liefde en vergeving voor iedere mens.

Jezus heeft dat zijn leven lang gedaan tot het uiterste toe. Hij sprak de taal van de liefde niet alleen met woorden, maar zette die woorden ook om in daden. Hij gaf hongerigen te eten, dorstigen te drinken, zieken genas Hij en zelfs doden wekte Hij ten leven. Die liefde en zorg beperkt zich niet tot het grote geheel, maar heeft ook oog voor het persoonlijk detail zoals de wijn op de bruiloft van Kana. In dat alles heeft Jezus laten zien hoeveel God, wiens Zoon Hij is, van mensen houdt en welke wereld en welk leven die God voor ogen had toen Hij de aarde schiep en aan ons mensen, die naar zijn beeld en gelijkenis geschapen zijn, toevertrouwde. Dat het uiteindelijk niet geworden is wat God voor ogen had, is niet te wijten aan goddelijke schoonheidsfoutjes in de Schepping, maar aan de keuze van de mens zelf die geleid heeft tot de gebrokenheid van die Schepping.

De keuze die leidt tot gebrokenheid heet in bijbels en theologisch taalgebruik zonde, de keuze voor het kwade of het bewust achterwege laten van het goede. Deze zonde verwijdert een mens van God en van zijn naaste. Maar ook daarvan laat Jezus zien dat de schade niet onherstelbaar hoeft te zijn. De zonde kan vergeven en het kwaad dat erdoor veroorzaakt wordt door de vergeving hersteld doordat het iemand door een oprechte vergeving niet langer wordt aangerekend. Deze vergeving was al in Jezus' tijd een heikel punt, in de onze tijd ligt de vergeving nog veel gevoeliger. De mogelijkheid van vergeving heeft met rasse schreden plaats gemaakt voor het moeten van vergelding.

'Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u', is de opdracht die hoort bij de gave van de heilige Geest. Als wij ons als gelovigen niet los weten te maken van die sterk toenemende vergeldingsdrang, dreigt niet alleen het voorbeeld, maar ook de inhoud van Jezus zending steeds verder uit het zicht van de gebroken wereld en de gebroken mens te verdwijnen. Wij moeten, wanneer wij vandaag de dag nog echt volgelingen van Christus willen zijn, opnieuw en steeds meer de taal van liefde en vergeving leren spreken. Een taal die niet alleen woorden kent, maar die haar grammatica aan daden ontleent. Wij moeten liefhebben in concrete daden. Wij moeten vergeven aan concrete personen.

'Ik moet niks', is het levensmotto van deze tijd en tot op zekere hoogt is dat ook waar. Wij hoeven niet lief te hebben zonder onderscheid des persoons, wij hoeven helemaal niemand te vergeven. Maar dan moeten we ons ook geen volgeling van Christus meer noemen! Het is of het één, of het ander. Want een echte volgeling van Christus weet door Hem, met Hem en in Hem dat iedere mens liefde en vergeving nodig heeft. Iedere mens ook hij- en zijzelf. Zonder liefde verhonger je, droogt je ziel uit, wordt je ziek en sterf je stukje bij beetje. Zonder vergeving blijf je brokken maken, wordt de

weg terug onbegaanbaar en nemen de gevolgen van de zonde in het leven van anderen en in je eigen leven steeds definitievere vormen aan.

'Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u', is de opdracht die hoort bij de gave van de heilige Geest. Blazen wij vandaag zoals zovelen in onze wereld tegen deze woorden van Jezus of laten we Jezus in de besloten en misschien zelfs gesloten ruimte van ons hart over ons blazen om die heilige Geest hier en nu n deze viering te ontvangen die ons opnieuw leert de taal van liefde en vergeving te spreken? Ik wens ons, ieder afzonderlijk, vandaag, hier en nu in deze viering van de Eucharistie, dat laatste toe, want alleen de taal van liefde en vergeving, alleen de taal geworteld in ons hart, de taal van God zelf, is in staat ons bij ieder spreken te vervullen met vreugde en vrede en te beseffen dat wij deze taal niet uit onszelf spreken, maar dat wij juist daartoe in deze tijd en deze wereld gezonden zijn.