Drievuldigheidszondag (2006)

Beste dorpsgenoten,

"Kijk maar van het ene uiteinde van de hemel tot aan het andere." Dat zijn woorden uit de eerste lezing die we zojuist gehoord hebben. We hebben nu bewijzen dat onze oudste voorouders al drieduizend (300.000) jaar geleden bij elkaar kwamen om samen uitdrukking te brengen aan hun verwondering, vreugde en schrik als zij opzagen naar de hemel en meemaakten wat er aan de hemel en op aarde gebeurde. Zolang is het al geleden dat zij hun weg begonnen hier op aarde. De Aarde die voor hun gevoel nog een onderdeel was van die wijde, mysterieuze hemel die hen van alle kanten omgaf.

Wij kijken niet meer zoveel naar de hemel. Daar valt trouwens ook niet veel meer te zien nu de aarde helemaal in het licht is gezet.

Zo lang geleden hadden ze nog niet de apparaten die wij tegenwoordig gebruiken en toch zochten ze naar de oorsprong van alles dat zij zagen. Daar waren ze mensen voor!

En toen ze geleidelijk primitieve werktuigen en wapens leerden maken en met name toen ze het vuur ontdekt hadden, begonnen zij zich af te vragen wie hemel en aarde wel gemaakt zou hebben. Ze bleven niet staan bij verwondering. Ze begonnen na te denken en zich vragen te stellen en er kwamen priesters, profeten en andere wijze mensen die antwoorden vonden.

Deze zoekers en denkers begonnen toen zelf een wereld te bouwen of te scheppen: er was een god, of goden, die woonden in de hemel boven, achter het uitspansel dat ze zagen en die hadden de aarde en de hemel geschapen met alles er op en er aan. En als je goed leefde en dingen deed waar de goden van hielden, dan zou het je goed gaan hier op aarde.

De Joden waren een volk dat zich heel intens verdiepte in het bestaan van die schepper. Ze kwamen tot een Wet, die volgens hun verhalen door God zelf aan hen geopenbaard was. Die wet schreef voor wat je mocht eten en drinken, welke feesten je moest vieren, waar en hoe die God vereerd wilde worden. Het hart van die wet was: saamhorigheid, samen één zijn, van mens tot mens, barmhartig en rechtvaardig met elkaar omgaan en met name aandacht geven aan mensen die het moeilijk hadden. "Wat gij wilt dat anderen u doen, doet dat ook aan hen." Zo dienden zij God en waren zij tevens samen sterk tegen de vijand.

Er kwam een mens, Jezus van Nazareth, die de Wet tot vlees en bloed maakte. Mensen zagen in hem het beeld van God, hij leefde zo dat mensen zich aangesproken voelden alsof God zelf tot hen sprak en hen liet zien waar het in het leven om ging.

Die Jezus konden ze niet vergeten, zelfs na zijn dood bleef hij tot hen spreken. Dat voelden ze vooral als ze op zondag bij elkaar kwamen om naar zijn woorden te luisteren en brood en wijn met elkaar te delen zoals hij hen dat had voorgedaan.

Hier moest ik denken aan Johan Crujjf. Hoe lang heeft hij al niet meer gevoetbald? Op 11 februari 1974 bracht hij zijn elftal FC Barcelona tot een 0-5 overwinning op Real Madrid. Zijn triomf deed denken aan Jezus die een week voor Pasen als een koning Jerusalem binnentrok. Maar nog steeds wordt Cruijff aangehaald en voorgesteld als de beste, de meest geniale voetballer. Ze kunnen hem niet vergeten. Steeds wordt hij er bij gehaald als een voorbeeld, ook door Marco van Basten. En nu ik het toch over voetballen heb, nog een paar wijze woorden van diezelfde coach van het Oranje elftal. Hij sprak over Clarence Seedorf en zei: "Clarence kan goed voetballen, als hij de bal heeft. Dan kan hij met de bal meer dan vele anderen. Maar voetballen doe je voor een groot gedeelte zonder bal. In hoeverre is hij dan nog steeds belangrijk, goed en waardevol? En in hoeverre maakt hij het hele team over de volle negentig minuten sterker? Dat zijn ook afwegingen die wij moeten maken. Wij moeten kijken of hij het team in alle facetten sterker maakt." Aldus Marco van Basten.

"Nog een paar uitspraken die ik gelezen heb: "Zonder onderlinge binding wordt niemand wereldkampioen." En: "Zo draait het dus toch om het plezier, en de wezenlijkste vorm daarvan is slechts te bereiken met de armen over elkaars schouders of, zo nodig, om elkaars middel."

In die geest is het Christendom begonnen dat zich vormde op basis van de herinnering aan Jezus. Om die saamhorigheid van mens tot mens ging het. Maar geleidelijk werd die saamhorigheid vervangen door macht. Macht die over mensen kon oordelen en kon zeggen: "Jij hoort er bij, jij niet. Jij bent goed, jij niet." Want langere tijd in hoog aanzien staan zonder zelfverrijking, corruptie en partijbelang is nog niemand ooit gegeven, ook het christendom niet.

Zo komen we uit bij de Heilige Drievuldigheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. Een heel sterke constructie, goed onderbouwd door geleerden en gepresenteerd door de keizer van het Romeinse rijk.

Die Heilige Drievuldigheid is geworden tot het hart van het Christendom. En zo werd 300 jaar na zijn dood Jezus van Nazareth ingeruild tegen Gods glorie die men meende te zien in de glorie van het Romeinse keizerrijk.

Als we toch zin willen vinden in dat heilig geheim van Vader, Zoon en heilige Geest, dan moeten we het zoeken in eenheid en saamhorigheid : drie personen en toch volledig één God.

Toch een model voor een grote wereld met ontelbare mensen en toch samen een, mensen die elkaar vasthouden door dik en dun, zoals de twee handen de aardbol vasthouden.

Dat het zo moge worden.