28e zondag door het jaar (2009)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 477 niet laden

WOORD VAN WELKOM

Welkom in dit huis van wijsheid. Vandaag klinkt de oproep van Gods wijsheid die ons een weg wijst van vrijheid. We raken opnieuw verbonden met God die ons iedere dag weer leven en liefde schenkt. Mogen we hier open staan voor die gaven van God. We dragen vaak echter veel mee aan zorgen. Vaak zijn dat ook zorgen om onze materiële welvaart of zorgen om onze wereld. God roept ons op om meer ruimte te maken voor Christus die het lichtend teken is van wat God vraagt van mensen. Mogen wij ondanks onze zorgen toch steeds de roepstem, het appèl van de Heer verstaan om zíjn weg te volgen.

HERZLICH WILKOMMEN an unsere Deutsche Gäste die gekommen sind mit uns die Messe zu feiern. Dass sie die Anwesenheit Christi erfeharen werden in sein Wort und Sakrament.
WELCOME to all our foreign guests. We hope you'll experience the presence of the Lord in this Eucharist

HOMILIE

Het voorbije jaar zijn we getuige geweest van een nieuw fenomeen: geld kan verdampen.
We weten dat alles wat vloeibaar is, kan verdampen, maar dat ook geld en bezittingen kunnen verdampen, daar hadden de meeste mensen geen rekening mee gehouden. Beleggingen en bezittingen die een fundament voor veel mensen zijn in hun bestaan, zijn soms verdwenen of veel kleiner geworden. Zelfs het huizenbezit, dat vaak een concrete zekerheid voor mensen is, is ineens veel minder waard geworden. Paniek heeft zich meester gemaakt van bedrijven en afzonderlijke mensen omdat hun bestaanszekerheid aangetast leek of omdat mooie plannen ineens niet meer uitgevoerd konden worden.

De wetten van de economie leken minder zekerheid te bieden dan men aanvankelijk dacht. Het zijn echter economische wetten die de loop van de gebeurtenissen bepaald hebben. Men kan nu eenmaal niet bouwen op geld dat er niet is, men kan niet uitlenen als men zelf onvoldoende geld heeft. Er is eigenlijk geen geld verdampt, maar het bleek een fictie te zijn. In de wereld van de financiën die voor velen ondoorzichtig is, verdwalen mensen in mooie dromen die worden voorgespiegeld. Er is een nieuw soort analfabetisme ontstaan, naast ongeletterden en digibeten, zijn er ook financiële analfabeten die bij problemen aan het kortste eind trekken. Men heeft de risico's onderschat en de gevolgen zijn voorlopig nog niet voorbij.

Tegen deze achtergrond was het thema van de Prinsjesdagviering, enkele weken geleden, goed gekozen: de armoede van rijkdom. Op de ochtend van Prinsjesdag werd in de Grote Kerk in het bijzijn van een flink aantal politici nagedacht over dit thema. Rijkdom betekent niet automatisch vrijheid en menswaardigheid. Ook al kan de mens dan kiezen wat hij wil doen of verwerven, wil dat niet zeggen dat de mens groeit in menselijkheid. Wie veel heeft, wil steeds meer hebben, wie voorrechten heeft, wil die koste wat kost bewaren. Deze rijkdom maakt de mens tot slaaf van diens bezit. Zoals armoede mensen tot slavernij kan brengen kan ook grote welvaart de mens onvrij maken. Door de tegenstellingen tussen rijk en arm groeit de mensheid uit elkaar en kent men elkaar niet meer. Men erkent niet meer dat men verantwoordelijk is voor het welzijn van het geheel. In die lijn redeneert ook de paus in zijn jongste encycliek. Hij wijst op het begrip ontwikkeling dat een economische en technologische inhoud heeft gekregen. De mens heeft echter meer nodig om zich te ontwikkelen. Over die ontwikkeling spreekt Jezus zijn leerlingen aan.

De rijke man is ontsteld wanneer hij het heldere advies van Jezus verneemt. Hij heeft de geboden van God trouw nagevolgd, de Tien Geboden van Mozes kent hij op zijn duimpje, maar voluit leerling van Jezus en zijn evangelie worden, lukt hem niet. Hij is ontsteld. Hij heeft iets geleerd over zichzelf dat hem niet vrolijk maakt, maar intens verdrietig. Hij is geen vrij mens. Het blijkt dat zijn toewijding aan Gods geboden niet zo diep geworteld is. Wil hij als mens ook werkelijk aan God Zelf toegewijd zijn? Opvallend is dat Jezus in de opsomming van de geboden, slechts het tweede deel van de tien geboden noemt, de zogenaamde sociale geboden. De religieuze geboden die over de relatie van de mens met God gaan, over de eerbied voor zijn naam en de sabbat, worden niet genoemd. Juist daarin kan deze mens nog groeien, hij kan nog groeien in zijn liefde tot God. Al zijn goede bedoelingen, zijn mooie inspanningen vanwege de geboden, lijken te verdampen bij de oproep van Jezus alles te verkopen wat hij bezit en Jezus te volgen op het pad van het evangelie en op die manier het eerste gebod een plaats te geven in zijn leven.

Jezus kijkt hem liefdevol aan. Heeft de rijke jongeman die blik wel opgemerkt? We horen daar niets over: het woord van Jezus ontstelde hem en hij ging heen. Heeft hij wel ervaren dat Jezus hem daadwerkelijk roept om zijn volgeling te zijn? Heeft hij die boodschap wel verstaan? Hoe komt het dat hij die blik niet heeft opgemerkt? Denkt hij te veel aan zijn bezittingen die hij moet loslaten? Het zijn niet de rijkdommen en bezittingen zelf die de mensen verpesten, maar het gaat om de relatie die de mens ermee heeft. Er is blijkbaar geen ruimte bij deze jonge man om werkelijk te ervaren welke liefde God hem in Christus schenkt. Hij is vervuld van zijn materiële bezittingen en er is geen plek meer voor het evangelie.

Moge het ons gegeven zijn wel die blik van Christus op te merken en te ervaren dat de oproep van Jezus om zijn leerling te zijn daadwerkelijk voor ons bestemd is. Jezus zou ook ons liefdevol aankijken nu wij bezorgd zijn om de welvaart in ons land en Hij zou ons uitnodigen om na te gaan of er voldoende ruimte is in ons hart en ons leven voor God en voor de naaste. Een stukje onbezorgdheid, relativeringsvermogen en vrijheid kan die ruimte scheppen opdat wij meer vrij zijn. Die vorm van armoede beveelt Jezus ons aan: het vermogen om je bezorgdheid voor je materiële welvaart los te laten om meer ontvankelijk te zijn voor wat God je schenkt, voor de vruchten van het evangelie in je leven nu die perspectief bieden op een leven met God. Moge die evangelische houding ons vrij maken.

Amen