Achtentwintigste zondag door het jaar (2009)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 201 niet laden

Ik ben ooit op bezoek geweest in een parochie in het Noorden van de Filippijnen. Daar werkten twee Belgische priesters, broers van elkaar. Van huis uit hadden ze nogal wat centen en daarmee hadden ze een prachtige kerk gebouwd en een grote ruime pastorie. Ze hadden een sjieke auto. Wat huisvesting en leefwijze betreft staken ze ver uit boven de meesten van hun parochianen.
Ik ken ook een priester die in Brazilië werkt, in de sloppenwijken van een enorme grote stad. Hij werkt er niet alleen maar woont er ook, in net zo'n armzalig krotje als zijn parochianen, hij eet hetzelfde voedsel en heeft geen auto.
Ik dacht dat deze twee voorbeelden een goede illustratie vormden van het evangelieverhaal van vandaag. Waar gaat het om? De vraag is: Wat is nodig om een goed leven te leiden? Daar kun je verschillende antwoorden op geven.
De eerste voorwaarde voor een goed leven is dat je niemand kwaad doet, niemand benadeelt, niemand pijn doet. Dat wordt vooral verwoord in de tien geboden en andere leefregels die moeten voorkomen dat er chaos ontstaat tussen mensen. Maar hier gaat het wel om een soort minimum. Als je geen slechte dingen doet, ben je daardoor alleen nog geen goede mens.
Een tweede voorwaarde voor een goed leven is dat je je plichten vervult, je plichten die voortvloeien uit je beroep, uit je werk, de plichten van ouders, leerkrachten, pastoors, bestuurders, noem maar op.
Wie dat doet, leeft goed. Maar echt goed zijn gaat vaak een stuk verder. Wat gewoon goed is, kan vaak toch beter, en daar gaat het Jezus om. En dat betere bestaat in meer doen dan je per se verplicht ben, meer dan je moet. Velen zullen dat dom vinden. maar voor hem is dat de ware levenswijsheid. We mogen niet tevreden zijn met het minimum, maar in de geest van Jezus moeten we idealisten zijn, mensen die streven naar iets hogers, iets beters.
Om even terug te komen op de voorbeelden waarmee ik begonnen ben. Die Belgische broers met hun mooie kerk en pastorie vervulden hun plichten heel goed, het waren goede en toegewijde priesters. En toch een priester die zelf ook in een krot gaat wonen, die in zijn solidariteit met zijn parochianen ook hun armoede deelt, voor die mens heb ik grote bewondering. Maar niet iedereen kan dat opbrengen en velen zullen het maar dom vinden. Maar ik denk dat hij in de geest van Jezus veel meer voor zijn mensen betekent, dan iemand die precies zijn plichten vervult.
Gewoon goed leven of het betere doen. Voor die keuze staan we allemaal. En laten we niet vergeten: het heeft bovenal te maken met de manier waarop we omgaan met elkaar. De geboden die in het evangelie genoemd worden betreffen onze minimale plichten jegens onze evenmens. Als we die in ons leven onderhouden, dan is het in elk geval niet slecht. Maar is het dan goed genoeg? Ook tegen ons zou gezegd kunnen worden: er ontbreekt nog iets: je kunt nog meer doen. Voor die rijke jongeman in het evangelie was dat: ga verkopen wat je bezit en geef het aan de armen, m.a.w. doe wat meer voor noodlijdende medemensen.
Er ontbreekt nog iets, je kunt nog meer doen. Wat betekent dat voor ons, mensen van goede wil? Het is moeilijk om dat in zijn algemeenheid in te vullen, iedere mens en iedere levenssituatie is verschillend. Voor de een kan het vrijwilligerswerk zijn, of misschien wat meer vrijwilligerswerk, voor een ander het regelmatig bezoeken van een zieke of eenzame mens, voor een derde: het geduldig luisteren naar het verhaal dat hij al tien keer gehoord hebt. Het kan de vorm krijgen van verdraagzaamheid, vergevingsgezindheid, een woord van troost, een gebaar van hartelijkheid, en soms ook de vorm van een geldelijke bijdrage.
De man uit het evangelie ging ontdaan heen. Dat wat meer doen was voor hem een brug te ver. Wat doen wij? Durven wij wel wat meer te doen dan per se moet, wat meer voor de gemeenschap, wat meer voor de parochie, wat meer voor de jeugd, wat meer voor de ouderen. Een beetje meer kan al een heel groot verschil maken voor een leefbare gemeenschap.