De last van vele goederen (2009)

 Op weg naar Jeruzalem spreekt Jezus veel over navolging.  Marcus wijdt daaraan de ganse sectie vanaf vers 9,14 tot 10,52.  Onderweg naar Jeruzalem laat de evangelist een aantal praktische problemen defileren zoals communautaire problemen (9,33-50), onverbreekbaarheid van het huwelijk (10, 1-12), rijkdom en vrijwillige onthechting (10,17-31), streven naar gezag en roem (10,35-45).  Daarin klinkt telkens de oproep tot navolging van de Mensenzoon.  

« Plus qu'une simple indication géographique, le chemin est le lieu de la réflexion sur la manière d'être disciple (Mc. 9,33; 10,17-31.32-45) » (Cahiers d'Evangile n° 133).  De weg is bij Marcus een kans om te reflecteren over roeping.  Dit geschiedt langs onverwachte ontmoetingen.  Jezus was op weg en een man kwam aangelopen.  Dit is meer dan toeval.  De man schijnt immers te weten wie Jezus is, iemand die meer is dan een gewone passant.  De man eert Jezus, hij werpt zich voor hem op de knieën en noemt hem 'goed'. 

Toch wordt het geen geslaagde ontmoeting.  Het is alsof ze elkaar niet echt raken.  Jezus wimpelt die voorname groet van zich af.  Is het om afstand te scheppen?  Uit bescheidenheid?  Geeft hij daarmee aan dat God groter is dan de rondtrekkende predikant die hij is tot in zijn laatste levensdagen? 

Jezus hoort de vraag van die man: "Wat moet ik doen?"  Deze onbekende komt met de grote levensvragen die elke mens zich stellen kan.  Wat moet ik doen, wat kan ik weten, wat mag ik hopen?  De man zoekt het eeuwig leven.  Achteraf horen wij dat hij welstellend is.  Wil hij naast zijn rijkdom ook nog het eeuwig leven?  Of beseft hij in zijn rijkdom dat bezit hem niet echt gelukkig maakt?  Hij wil meer dan voorbijgaand geluk.  

Jezus waardeert wat die man al doet door de geboden te onderhouden.  Jezus somt enkele geboden op, maar noemt ze niet allemaal.  Hij spreekt enkel over de tweede tafel, over de sociale geboden.  Het is heel wat wanneer een mens deze onderhoudt.  De wereld zou er anders uit zien, mochten de mensen deze levensgeboden steeds opgevolgd hebben.  De zorgen, waar de wereldeconomie nu mee worstelt, zouden lichter zijn, hadden managers en bankiers eerlijker met het geld van anderen omgegaan.  Ongebreidelde jacht naar winst en genot maakt de mens niet gelukkiger.  De psalmisten bezingen de mensen die Gods wet trouw onderhouden.  Het is schoon een goed mens te zien.  Wanneer Jezus de man liefdevol aankijkt, dan straalt in zijn blik een waardering voor wat die man al heeft gedaan.  

Maar de liefdevolle blik van Jezus ziet tevens het diepe verlangen van de man naar het volle leven.  Jezus merkt dat hij gericht is op 'meer'.  Hij toont hem de weg erheen.  Hier scheiden echter de wegen.  Tegenover de liefdevolle blik komt een blik van droefheid bij de man, die ontsteld is over wat Jezus van hem vraagt. 

"Plotseling slaat het verhaal om in een droevige historie.  Het meest droevige is wellicht niet direct het gevoel van de man zelf mét al zijn bezittingen, maar het feit dat hij in die liefde die Jezus voor hem had, niet heeft geloofd.  'De liefde wordt niet bemind' (Bernardus van Clairvaux en Franciscus van Assisi).  Het geloof in die liefde had hem helemaal vrij kunnen maken.  'Eén ding ontbreekt jou' - hoe paradoxaal klinken die woorden; wat hem ontbreekt is de armoede!  Hij bezit te veel om te komen tot datgene waarnaar hij toch zozeer verlangde" (B. Standaert, De Jezusruimte, p. 67). 

In het evangelie weten we zelden, tenzij van de apostelen, wat mensen na hun ontmoeting met Jezus verder hebben gedaan en verricht.  Is de man met zijn vele bezittingen op zijn passen teruggekeerd?  Heeft de uitnodiging van Jezus hem verder bezig gehouden?  De leerlingen van Jezus zijn er alvast mee bezig.  Het radicale gezegde van Jezus over de kameel die gemakkelijker door het oog van een naald kan gaan dan dat een rijke in het koninkrijk kan komen, dit gezegde laat hun niet gemakkelijk los.  Het blijft ook ons uitdagen.  De vragen van de leerlingen zijn deze van de jonge kerk.  Ze hebben ondermeer betrekking op haar aandacht voor de armen.  Tot op vandaag zitten we gewrongen met vragen van het evangelie over welvaart en welzijn, over rijkdom, soberheid en armoede.  Wij wringen ons in allerhande bochten om niet echt te moeten kiezen.  Jezus zelf had alvast gekozen.  Hij had geen bezit.  Hij had zichzelf ontledigd.  Wijsheid was voor hem belangrijker dan bezit.  De zorg voor de arme ging hem ter harte. 

Niet alleen geld en bezit maar allerlei relaties kunnen in de weg staan om Jezus te volgen.  Loslaten kan bevrijding brengen.  Jezus biedt zijn vriendschap aan.  "Een mens heeft twee benen gekregen: één om in deze tijd te staan met je verantwoordelijkheid en je talenten, één in de eeuwigheid dat je afstand doet nemen van carrièrezucht en plat opportunisme" (Bert Claerhout in Kerk en Leven 11 maart 2009). 

De leerlingen van Jezus hebben veel losgelaten.  Zij hebben in gemeenschap met Jezus in de plaats daarvan nieuwe familiebanden geweven (Mc 3;32).  Dit ging  gepaard met vervolgingen.  Toch hebben ze zoveel vreugde gesmaakt en werden honderden kinderen, vaders en moeders aan hun zorg toevertrouwd.  Door te vertrouwen in Gods genade is hun armoede tot rijkdom omgevormd.