De rijke jongeling

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Als die rijke man nu eens ‘ja' had gezegd op de uitnodiging van de Heer om alles te verkopen en aan de armen te geven: wat zou hij dan hebben ontdekt, wat zou er dan met hem zijn gebeurd? Het plezierige is dat we een antwoord op die vraag hebben, maar dan van een andere man, die inderdaad op die uitnodiging is ingegaan. En dat is Franciscus van Assisi, van wie velen niet meer weten dan dat zijn feestdag samenvalt met werelddierendag. Maar diezelfde Franciscus heeft ontdekt de onvoorstelbare rijkdom van de vrijwillige armoede.

Wij moeten goed begrijpen dat armoede niet alleen op materiële dingen betrekking heeft. Het is meer een levenshouding, waarin je niets als je eigen bezit ziet, maar alles beschouwt als een geschenk dat ons in bruikleen is gegeven. Dus niet alleen geld, maar ook onze gezondheid, onze talenten, onze functie, het water, de lucht, de dieren, de planten. Niets mag van jou zijn. Alles wat er is, wat je hebt, heb je in bruikleen. Pas wie dit helemaal beseft wordt als Franciscus een blije en dankbare mens. Dat heeft hij ontdekt.

Franciscus heeft dit concreet ingevuld. Zo had hij niet graag dat zijn broeders een hoge functie nastreven. Mensen moeten ‘jij' tegen je kunnen zeggen en je voornaam mogen gebruiken. Dan ben je veel dichter bij elkaar. En als je toch tot een hoge functie geroepen bent, dan moet je zo hartelijk en liefdevol met de anderen praten, dat die anderen met jou om kunnen gaan zoals een heer met zijn dienaar. Daarom heeft hij ook de naam ‘minister' uitgevonden voor iemand die leiding geeft.

Hij heeft ook niet graag dat zijn broeders kloosters bouwen of bezitten. Want dan bouw je een muur om je heen, waardoor je anderen buitensluit, en waardoor je zelf eenzaam wordt. Als je geen eigen huis hebt zul je je bij elkaar thuis moeten voelen. En dat is belangrijker dan een kasteel of een bungalow. Daarom zegt hij ergens: overal waar mijn broeders elkaar ontmoeten zullen ze elkaars huisgenoten zijn.

Franciscus wil geen bezit. Want voor hem was het duidelijk: als je bezit hebt, zul je dat willen beschermen, en daar heb je weer echte of figuurlijke wapens voor nodig. En wapengebruik escaleert voor je het weet.

Hij wil zelfs dat zijn broeders afstand doen van hun irritaties. Want dan ben je kwaad om het kwaad van een ander. En dat is dubbel kwaad. Dan vormt men zich een kapitaal aan schuld. Zo moeten wij ook geen bezit nemen van de natuur. De natuur, het milieu is niet van jou. Heel de natuur bestaat uit broeders en zusters van je. Broeder zon, en zuster maan en zuster aarde. Die mag je niet vergiftigen. Die mag je niet bevuilen. Want dan zou je je broeder, je zuster, je moeder vergiftigen. Als hij nu zou leven zou hij zeggen: hoe haal je het in je hoofd om kernafval in zee te dumpen, om gif zo maar in een rivier te storten.

Je hebt ook geen recht op je gezondheid. Je moet niet denken dat gezondheid je eigendom is. Want als die je ontvalt, word je opstandig. Wees blij en dankbaar voor ieder stukje aan je dat gezond is. Dan zul je ook veel zuiniger met je gezondheid omgaan.

Alles is van God. Dus alles is van de liefde. Alles is bezit van de liefde. Alles staat in dienst van de liefde. Als je dus iets hebt dat een ander broodnodig heeft, dan is het al niet meer van jou, maar voor die ander. Dan moet je het geven.

Een schitterend ideaal, dat die arme van Assisi heeft bereikt, en dat ook voor ons een ideaal mag zijn.