28e zondag door het jaar B

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Op de afdeling personeelszaken van bedrijven wordt regelmatig overlegd over de vraag wie er voor bevordering in aanmerking komen. Een promotie is aanlokkelijk. Een betere positie betekent gewoonlijk een beter salaris, meer aanzien en meer in-vloed. Om te promoveren moet je soms diploma's halen, goede referenties hebben, je baas niet te veel tegenspreken. Maar als er iemand promoveert, zijn er bijna altijd anderen die zich gepasseerd voelen, en dat levert dan vaak weer allerlei wrijvingen op en vervelende dingen onderling.

Zo is het in de burgermaatschappij (dat denken in hoger en lager), en zo is het niet veel anders in de kerk. Bij Jezus kwamen er toen ook al twee vragen om de beste plaatsen, en nog steeds wordt er ook in de kerk gesteggeld over de vraag wie op welke plaatsen wat te vertellen hebben. En er is een kerkelijk wetboek vol regels: wie naar wie moet luisteren, en wie wat te zeggen heeft over een ander. Tot kardinaal word je volgens datzelfde wetboek niet benoemd, maar verheven.

Het evangelie laat een heel ander geluid horen wanneer er twee om de beste plaats komen vragen, en de tien anderen kwaad zijn, omdat die ook hun aspiraties hebben. Zij vinden het ook makkelijker gediend en gehoorzaamd te worden. Dat is een heel menselijke trek in ons allemaal. Maar Jezus leeft en houdt ons iets anders voor: ‘Wie onder u groot wil worden, moet dienaar van allen zijn'.

Dat krijgen de apostelen maar heel langzaam door: dat ze, als ze met Hem meegaan om een belangrijke functie te krijgen, aan het verkeerde adres zijn. Wie Hem volgt om het tot gezagdrager te kunnen brengen, zal bedrogen uitkomen.

Wanneer Jezus, uit de weg geruimd door de machthebbers, gestorven is, wordt Hij betreurd door een klein groepje bange mensen, niet omdat Hij een vrome mens was die geloofde in God, maar omdat Hij namens God zijn mond opendeed tegen alles wat oneerlijk was in de samenleving en de joodse godsdienst van toen. Zo'n manier van doen wordt je niet in dank afgenomen. Die gaat je pijn kosten. Wie Hem volgen wil, moet die beker ook willen drinken. In plaats van eigenbelang en de beste plaatsen voor jezelf het belang van anderen behartigen en zelf met minder tevreden zijn als je een ander daarmee gelukkig kunt maken. Waar niemand de beste plaats voor zichzelf opeist, zit iedereen goed!

Wij meten de waarde van een mens veel te dikwijls af naar het succes dat hij heeft, de naam die hij heeft gemaakt, en de winst die hij heeft geboekt. Dwars daartegen in leert Jezus: Ware grootheid berust op dienst. Niet de Heer, maar de knecht zit bij Hem op de eerste rang, en wie de eerste wil zijn, moet slaaf van allen worden.

Maar let wel: slaaf worden betekent niet slaafs zijn en op alles ja en amen zeggen. Dat deed Jezus beslist niet. Hij nam het op voor mensen die werden vernikst, en keerde zich tegen een godsdienstig systeem dat sommige mensen op een troon zette, en anderen kleineerde. Zijn dienstbaarheid, zijn slaafzijn was geen kwestie van voortdurend aanpassen en toegeven, maar van durven kiezen. Wie in zijn geest slaaf wil worden, moet iemand zijn met ruggengraat!