Je God is datgene waaraan je hart hangt

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Het zijn harde woorden die Jezus hier uitspreekt aan het adres van de rijken: ‘Voor een kameel is het gemakkelijker door het oog van een naald te gaan... Hoe moeilijk is het voor mensen die rijk zijn, het Rijk Gods binnen te gaan'. Niet zonder reden spreekt Marcus twee keer over de verbijstering van de leerlingen: ‘Wie kan dan nog gered worden?'

De vraag die zich opdringt is natuurlijk: wie behoort tot de rijken? Je kunt ze niet klasseren volgens hun bankrekening, het merk van hun auto, of de lengte van hun vakantiereizen. Rijk zijn is een relatief begrip. Vergeleken bij de hongerlijders in de Derde Wereld zijn zelfs de kansarmen onder ons rijk. Die spreuk geldt dus ook voor ons: hoe moeilijk is het voor hen die rijk zijn, het Rijk Gods binnen te gaan.

Maar wat betekent dat: het Rijk Gods binnengaan? Daarmee wordt zeker niet de hemel bedoeld, niet het leven na de dood. Het Rijk Gods is een werkelijkheid hier en nu, het Rijk Gods groeit, waar mensen in vrede en gerechtigheid samenleven, waar mensen goed zijn voor elkaar, waar mensen God de eerste plaats in hun leven geven, waar zijn evangelie bepalend is voor wat in het leven belangrijk of minder belangrijk is.

Als Jezus zegt: ‘Wee de rijken', dan bedoelt Hij de mensen die menen dat zij uit eigen kracht en met eigen middelen hun levensgeluk kunnen opbouwen, mensen die zich zo machtig wanen dat zij noch God, noch de mensen menen nodig te hebben. Het gaat eigenlijk niet om de vraag hoeveel geld of bezit iemand heeft maar om de vraag: waaraan hangt je hart? Voor een directeur die niets anders kent dan werken, is de arbeid zijn god geworden. Voor mensen die alleen maar denken aan goed eten en mooie kleren, is dat hun god geworden en zo zouden we verder kunnen gaan. Er zijn verschillende soorten van rijkdom die ons leven kunnen beheersen zodat zij de toegang tot het Rijk Gods barricaderen.

Ik zou u dat alles kunnen verduidelijken met een Joods verhaaltje. Een man komt bij een rabbi en zegt: ‘Rabbi, ik begrijp dit niet. Als je bij een arme komt, dan is die vriendelijk en helpt iedereen waar hij ook maar kan. Maar als je bij een rijke komt, dan ziet die je nog niet eens staan. Wat is dat eigenlijk met die rijkdom?' De rabbi zei: ‘Kom hier eens bij het raam staan. Wat zie je?' - ‘Ik zie een vrouw, rabbi'. - ‘En kom nu eens voor deze spiegel staan. Wat zie je nu?' - ‘Ik zie alleen mezelf en anders niets'. Daarop antwoordde de rabbi: ‘Kijk, het raam is van glas gemaakt en de spiegel ook. Je hoeft maar een beetje zilver achter het glas te strijken en je ziet alleen nog jezelf. Arme mensen zien de ander en kunnen met hen meevoelen, rijke mensen zien alleen zichzelf. Rijkdom sluit de blik af voor de anderen, je ziet alleen nog jezelf, je wordt zelfgenoegzaam, je gebruikt de anderen alleen in zover je er voordeel uit kunt halen'.

Jezus heeft de rijkdom op zich niet veroordeeld, maar alleen het gehecht zijn aan geld en bezit, omdat dit je hart verduistert. Egoïsme versmalt altijd je blikveld. Als we eerlijk zijn heeft dit evangelie dus voor ieder van ons een boodschap, want wij zijn allemaal blootgesteld aan de bekoring van macht en rijkdom. Laten wij ons eerlijk de vraag stellen: waaraan hangt mijn hart? Wat is de laatste maatstaf van mijn handelen in mijn leven? Het ligt niet in de macht van mensen het Rijk Gods tot eerste norm van je leven te maken, maar voor God is dat mogelijk. Hij kan ons het hart openen voor de hoogste waarden in het leven: vrede, gerechtigheid en liefde.

Wie zal dan gered worden? Hij die in alles op God durft te vertrouwen.