Hij kon niet delen

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Dikwijls en meestal verontschuldigend wordt de vraag gesteld: "is het dan genoeg een goed mens te zijn?" "je hoeft toch niet noodzakelijk christen of kerkganger te zijn om een goed mens te zijn."

Deze laatste bewering is juist. Christenen hebben nog geen monopolie in zake goed zijn. Dat is een opgave voor iedereen, wie hij ook is of wat hij ook denkt.

De jongeman uit het evangelie was een goed mens. Hij had al de geboden van jongs af aan onderhouden. Wie van ons durft hem dat nazeggen? Jezus keek hem dan ook liefdevol aan. En toch was de jongeman niet gelukkig. Hij wilde meer. Waarschijnlijk had hij al ervaren dat met geld maar een halve wereld te koop is. Rijkdom is gemakkelijk, maar het kan je leven niet vullen. Wie meent met geld alles, ook het geluk, te kopen, komt vroeg of laat bedrogen uit. Alleen liefde, vriendschap en solidariteit maken het leven rijk. Daarom kwam de jongeling naar Jezus met de vraag: "wat moet ik doen om het Rijk Gods te verwerven?" Daarbij dacht de jongeman zeker niet aan de hemel. Hij dacht aan het geluk. Zijn vraag was: "hoe kan ik echt gelukkig worden?" en Jezus antwoordde hem: "één zaak ontbreekt je nog, je moet leren delen met de anderen." Het echte geluk kun je alleen verwerven door de anderen, alleen het geluk dat je gedeeld hebt kan je echt gelukkig maken.

Dat begreep de jongeman niet. Hij kon niet intreden in de levensvisie van Jezus, want zo zegt het evangelie:" hij bezat vele goederen." Het bezit had hem in de greep. Hij wilde wel een goed mens zijn, versta ‘echt gelukkig zijn', maar zijn bezit tegelijkertijd met beide handen vasthouden. Hij was met zichzelf begaan, dacht alleen aan eigen geluk, wou zelf zijn zekerheid opbouwen. Hij besefte niet dat hij zijn rijkdom ook maar gekregen had, dat zijn bezittingen hem in bruikleen waren gegeven. Die zekerheid kon hij niet prijsgeven. Hij ging bedroefd weg. De tol om binnen te treden in dat Rijk van God, waar gegeven en gedeeld wordt, was hem te zwaar.

Eens vroeg een kind aan zijn moeder: "Mama, waarin bestaat het verschil tussen de hel en de hemel?" De moeder gaf volgende uitleg: "je moet je dat zo voorstellen: mensen zitten aan een heel grote tafel. Op die tafel staat alles wat de mensen nodig hebben. Maar er is een grote moeilijkheid: alle mensen hebben stijve armen en kunnen hun ellebogen niet plooien. Zij, die alleen aan zichzelf denken, dreigen te sterven van honger want ze kunnen het eten niet naar hun mond brengen. Verschrikkelijk! Dat is de hel. Maar zij die aan de anderen denken brengen met hun stijve armen het voedsel naar de mond van hun buurman. Die buurman geeft hen het voedsel zodat ze allen verzadigd worden. Dat is de hemel."

In dit evangelie vraagt Jezus onze aandacht niet voor de armen, wel voor de rijken, zij moeten geholpen worden. Jezus veroordeelt niet geld en bezit. Hij weet zeer goed wat mensen nodig hebben en wat hen blij kan maken. Maar Hij weet ook hoe rijkdom mensen blind kan maken voor het ware geluk. "Hoe moeilijk is het voor de rijke mensen binnen te gaan in het Rijk Gods." Zonder te delen kunnen wij niet binnengaan in de wereld die God voor de mensen gedroomd heeft. Als wij anderen niet willen helpen, sterven zij van honger achter een rijke tafel van liefde en vriendschap. Alleen wie eerst aan de anderen denkt en hen gelukkig maakt, zal zelf ook aan dezelfde tafel met geluk gevoed worden. Ons wordt niet onmiddellijk gevraagd alles te verkopen. Het is voldoende onze naaste in liefde tegemoet te treden, om straks zelf niet in de kou te staan.