Te veel gevraagd

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

De rijke jongeling mag dan welstellend zijn, materialist is hij niet. De grote levensvragen houden hem bezig. Hij weet dat de bestemming van de mens niet ligt in rijkdom en bezit, en dat het leven niet eindigt met de dood. Er is eeuwig leven. De grote vraag is hoe hij dat kan verwerven. Met die vraag gaat hij naar Jezus, de betrouwbare leraar.

Jezus verwijst onmiddellijk naar de geboden. Die zijn haast allemaal negatief geformuleerd: gij zult niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen enzovoort. Ze geven als het ware een onderste grens aan. Wie wel doodt of steelt, weet met zekerheid dat hij zo het eeuwige leven niet binnenkomt. Maar voor onze man vormt dat geen probleem. Hij kan met een gerust geweten zeggen dat hij van kindsbeen af al die geboden onderhouden heeft. Jezus spreekt hem daarin niet tegen. De man is ‘in orde'. Hij leeft in overeenstemming met de voorschriften van zijn godsdienst en is dus op weg naar het eeuwige leven. Dat hij rijk is, doet verder niet ter zake.

De vragen zijn beantwoord. Hier had het gesprek kunnen eindigen. Maar her krijgt een heel nieuwe wending door dat ene zinnetje: ‘Jezus keek hem aan en ging van hem houden.' Tot nu toe spraken de beide mannen over voorschriften, over de wet: het was zakelijk. Maar nu wordt alles anders. Over de voorschriften been grijpt nu een persoonlijke ontmoeting plaats. De godsdienstigheid is nu niet langer alleen een kwestie van geboden en verboden. Ze wordt nu ontmoeting met Iemand. Waar Jezus eerst van zichzelf weg verwees naar de wet, treedt Hij nu zelf met een liefdevolle blik op de man toe. Ook nu zegt Jezus niet: ‘Man, het is slecht dat je rijk bent.' Wel wil Hij duidelijk maken: ‘Als je met Mij mee wilt, moet er met dat bezit van jou iets gebeuren. Verkoop het en geef het aan de armen, kom dan terug en volg Mij.' De man blokkeert. Dat is te veel gevraagd. De persoonlijke ontmoeting met Jezus is voor hem een te grote schok. Ontsteld en ontdaan gaat hij heen. Die blokkering zet Jezus aan het mijmeren. Wat zijn mensen toch gehecht aan de dingen die ze bezitten! Hoe moeilijk wordt het dan om echt lief te hebben. Voor een kameel is het gemakkelijker...

Nogmaals, Jezus zegt niet dat rijkdom op zichzelf slecht is. Maar aan de rijken die Hij ontmoet en liefdevol aankijkt, vraagt Hij dat ook hun bezittingen in de dynamiek van zijn liefde opgenomen zouden worden. Dat ze met andere woorden gave aan anderen zouden worden.

Dat is de overgang van de ‘voorschriftengodsdienst' naar het echte geloof, naar de persoonlijke ontmoeting met de Heer. Wanneer Hij ons liefdevol aankijkt, wordt van ons meer gevraagd dan alleen maar het onderhouden van geboden en verboden. Zijn liefde laat niets onberoerd en maakt alles anders. Ook ons bezit is dan niet langer helemaal van ons.

Vraagt de Heer dat van iedereen? Hij vraagt dat aan ieder die Hij liefdevol aankijkt.