Achtentwintigste zondag door het jaar (2003)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 213 niet laden

Iemand komt aanlopen en valt voor Jezus op de knieën. D.w.z. dat er een dringend verzoek, een smeekbede aankomt. Een man vraagt om eeuwig leven. Bij Mt is het een jongeman. Als hij om een gelukkig en gezond leven had gevraagd zouden wij dat vrij normaal hebben gevonden maar deze jongen is nu al doordrongen van eeuwigheid; daarom smeekt hij. Kennelijk is hij geraakt door Jezus, dat hij hem aanspreekt met "Goede Meester".

Maar Jezus wijst dat "Goede" voor hem af, God, zijn Vader is goed; dat is het punt van uitgang. En hij noemt de 10 geboden maar de eerste drie - over God zelf - slaat hij over. Hij noemt de maatschappelijke, praktische, geboden, die waarmee gerechtigheid op aarde wordt waargemaakt, die op de medemens slaan: niet doden, geen echtbreuk, niet stelen, niet vals getuigen, niemand te kort doen. Het lijkt wel of die geboden voorwaarden zijn om eeuwig leven te verwerven, een ondergrens. Wij hebben daarmee geen moeite, vinden het zelfs logisch. Maar het zijn vérboden, geen géboden, ze zeggen wat niet mag en niet wat wel goed is. Is dat voldoende?

 

Dan pas noemt Jezus: "Eert uw vader en moeder". Gébod, wat wél moet. Wij vinden dat goed en terecht: zij die voor jou hebben gezorgd, moeite en inzet voor jou over hebben gehad, jou het leven hebben gegeven, hen houd je in ere. Maar er is meer dan het maatschappelijke, ze hebben meer gedaan dan je gevoed en gekleed, ze hebben jou ook over God geleerd, diens geboden geleerd, hebben jou God laten leren kennen, jou de weg naar eeuwig leven gewezen, voorgeleefd. Door ze het laatst te noemen leidt Jezus met "Eert uw vader en uw moeder" de man naar de eerste drie geboden. Die over God, naar het punt van uitgang. Laten we ons gelukkig prijzen als we zulke ouders hebben gehad en/of wijzelf zo in voldoende mate zijn, zijn geweest.

 

Als de jongeman dan zegt dat hij dat vanaf zijn jeugd heeft gedaan, - mede dank zij zijn ouders denken we dan - staan er die indringende woorden "Jezus keek hem aan en ging van hem te houden" zoals de Willibrord vertaalt. Er staat wel vaker dat Jezus iemand of zijn leerlingen of wie ook aankijkt; dan is er wat aan de hand maar hier staat ook nog dat hij van hem begint te houden. Jezus hoopt dat hij de man tot zich kan trekken, hem in zijn leven, levenshouding, kan laten meedoen, zijn houding naar zijn Abba. Al het aardse loslaten, slechts het minimum ervan hanteren en zich richten op God, een schat in de hemel bezitten.

 

'Een schat in de hemel bezitten' doet ons denken aan de Wijsheid waarom de persoon vraagt die in de 1e lezing aan het woord is "Ik bad en inzicht werd mij geschonken, ik smeekte en de geest der wijsheid kwam over mij". Als je probeert na te gaan wat in ons begrip wijsheid ligt opgesloten, dan kun je zeggen dat er drie elementen in liggen: inzicht, oordeel en handelen. Inzicht verwerf je door kennis, ervaring. Dan oordeelt de wijze wat goed is en wat niet goed is, wat terzake is en wat niet. Dan beslist zij/hij en handelt er naar of/en legt uit aan anderen. Meestal herkent of erkent iedereen die van goede wil is die wijsheid.

De wijsheid waar het hier om gaat, betreft nog meer, nog meer dan inzicht, oordelen en handelen. De Geest der Wijsheid biedt zicht op je leven, inzicht op je streven naar alles wat maximaal is, diepgang, genieten, eeuwigdurend­heid, volheid, eenheid, naar Gods Liefde. God leren kennen.

Hoe is God? HijZ is maximaal wat wij mensen, als goed zien, als vreugde ervaren, maximaal wat wij barmhartigheid noemen, geduld, trouw, zachtheid, vriendelijkheid, liefde. Alles gericht op eenheid, gevende en ontvangende liefde. Omdat wij dat alles zo benoemen, kun je stellen dat God zo is: God streeft naar eenheid met Hem in ons zelf , naar eenheid onder ons in Hem, misschien kun je wel zeggen: kosmische harmonie, alles in schoonheid omvattend.

Dat houdt ook in dat "... met haar (de wijsheid) vielen alle goede dingen mij ten deel en onmetelijke rijkdom lag in haar handen" (Willibrord 95). De vreugde, verhevenheid, de oproepende kracht van kunst, het verhelderende van menselijk inzicht, het ontroerende van schoonheid, het licht via een diamant - dat is alles een geestelijke rijkdom die boven aardse goederen uitgaat.

Psalm 90 bidt dan ook om Gods rijkste zegen. Het volk in nood - ook wij in onze nood - vraagt er om om door de crisis heen tot wijsheid van hart te komen, vraagt er om dat God laat zien waartoe HijZ in staat is. Dat wij aardse gebondenheid los kunnen laten en ons op Zijn heerlijkheid richten.

 

Een schat in de hemel bezitten. De jongeman kan het niet en Jezus is teleurgesteld. Hij kijkt zijn leerlingen aan: "Hoe moeilijk is het voor degenen die geld hebben het koninkrijk binnen te gaan." En nog eens, hij spreekt aan: "Kinderen", '... hoe moeilijk is dat. Eigenlijk is het onmogelijk.' Jezus die geen onderscheid maakt tussen arm en rijk, wiens goede nieuws voor iedereen is, sluit rijken eigenlijk uit. Hij lijkt wel wanhopig. Het is voor rijken ook niet eenvoudig, maar hen uitsluiten ... Hij kijkt hen weer aan. Het lijkt erop dat hij het machteloos in Gods handen overgeeft, dat Abba toch laat zien waartoe Hij in staat is. Hij is op weg naar Jeruzalem, hij zal alles geven - zelfs zijn leven - opdat toch maar het Rijk zal komen en die jongeman ... kan niet.

Dan vindt hij zijn troost bij zijn leerlingen die alles hebben achtergelaten. Hij belooft hun in dit leven reeds het honderdvoudige van aards bezit, veel meer dan aards bezit, en in het latere Leven diepgang, genieten, eeuwigdurendheid, volheid, eenheid. Dat alles ondanks vervolgingen die zij te verduren zullen hebben. Of misschien dank zij de vervolgingen. In nood leer je wijsheid. Hij heeft vervolging verduurd, hij had die wijsheid.

 

Ik hoop dat e.e.a. ook jongeren aanspreekt. Oude mensen zijn vaak zo onwijs, en jonge mensen moeten wijsheid nog verwerven. Het is ook nooit goed. Maar dat gaat over mensenwijsheid. Wat Jezus bedoelde is een levenshouding, een gericht zijn op de Vader. Die houding houdt het langste stand en daarmee kun je nu al bezig zijn. Het is ook zijn wijsheid. Vraag hem maar. Bij God is immers ook dat mogelijk.

 

Jezus keek hem aan en begon van hem te houden. Daar begint de wijsheid die hij ons wil meedelen. Zullen we even tijd gunnen dat over ons laten komen?