Achtentwintigste zondag door het jaar (2003)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 201 niet laden

Mag het iets meer zijn, vraagt de groenteman als hij drie kilo appels voor me afweegt. Ja natuurlijk. Zou je een half uurtje kunnen overwerken, vraagt een afdelingshoofd in een ziekenhuis, er heeft zich iemand ziek gemeld. Ja natuurlijk. Wil jij voor mij vandaag de afwas doen, vraagt het ene zusje aan de ander, want ik moet naar een extra repetitie. Ja natuurlijk.
Mag het iets meer zijn? Als het in ons voordeel is, dan is het altijd wel: ja natuurlijk. Maar als het in ons nadeel is, als het wat meer van ons vraagt dan wat gewoon is, zeggen we dan ook altijd: ja natuurlijk? Of voelen we ons al heel gauw overvraagd? Zeggen en denken we: dat hoef ik niet en dus doe ik het niet.
Onze rechten en plichten zijn in veel gevallen duidelijk omschreven. En dat we voor onze rechten moeten opkomen, dat wordt ons van alle kanten aangepraat. Met onze plichten springen we vaak wat slordiger om. Maar als het gaat om meer doen dan je moet, dan wordt het wel eens heel moeilijk.
Een moeder van vier kinderen met nog een halve baan rekende eens uit dat zij wel 10 tot 12 uur per dag aan het werk was. Zij besloot om het eens anders te doen: 8 uur per dag en geen minuut meer. Het gevolg was dat er 's avond soms niet meer gekookt werd of dat de hele afwas bleef staan, of de bedden niet opgemaakt werden omdat haar werktijd verstreken was.
Een bejaard echtpaar woonden nog zelfstandig, hij was zwaar gehandicapt maar met wat hulp van de thuiszorg lukte het de vrouw heel goed om voor hem te zorgen. Maar op een dag besloot zij op aandringen van vriendinnen dat een achturige werkdag ook voor haar moest gelden, en dus stopte zij met zorgen als haar tijd om was.
Ik denk dat u dit allemaal absurde voorbeelden vindt, geen moeder en geen echtgenote zal zo redeneren en handelen. Gelukkig niet, anders liep het in veel situaties grandioos fout. Maar op andere terreinen wordt er vaak wel zo gedacht en gehandeld.
Arbeidsverhoudingen worden tegenwoordig door allerlei CAO's bepaald, die precies vastleggen hoeveel en hoelang er gewerkt mag worden. Het is goed dat op dit terrein rechten en plichten precies omschreven zijn. Toch blijft op allerlei gebied de vraag staan: Mag het iets meer zijn?
Die vraag wordt ons allemaal gesteld als het gaat om zorg en aandacht te hebben voor elkaar, als het gaat om een goede sfeer en saamhorigheid in een gemeenschap, als het gaat om mensen die het moeilijk hebben te ondersteunen.
Mag het iets meer zijn, dat vroeg Jezus ook aan die jongeman in het evangelie. Het was zo te horen een heel brave en idealistische jongen, die beslist niet oppervlakkig door het leven ging en er wat meer van wilde maken dan de meeste anderen. Maar toen Jezus aan zijn bezit, zijn geld kwam, toen was dat over. Dat was teveel gevraagd, dat kon hij niet opbrengen. En dat gebeurt wel vaker.
Je hebt natuurlijk wel mensen die er de kantjes vanaf lopen, die nooit ergens aan meedoen, die altijd aan de zijlijn blijven staan, maar die soms wel commentaar hebben op hetgeen anderen doen. Maar de meeste mensen zijn best van goede wil. Ze willen ook best iets doen voor de gemeenschap maar als het concreet wordt ingevuld, dan schrikken ze wel eens en voelen zij zich al gauw overvraagd. Dat is me teveel.
Kom toch bij ons koor, we kunnen hard wat nieuwe leden gebruiken. Ik vind zingen best leuk, maar ik ga niet elke week in de kerk zingen. Wil je niet helpen bij het brigadieren? We komen nog enkele mensen tekort. Ik zou best wat willen helpen, maar ik ga me niet daarop vastleggen. Wil je wat vrijwilligerswerk doen in het verzorgingstehuis? Dat zou ik graag doen maar ik heb een drukke baan ik heb er gewoon geen tijd voor. En dat is tegenwoordig bij veel jongere mensen heel vaak de werkelijkheid. Anderzijds, waar een wil is, is een weg, zegt men wel.
Mag het iets meer zijn dan wat is voorgeschreven, iets meer dan moet? Gelukkig zijn er in onze gemeenschap die dat wel opbrengen, die dat gewoon doen uit de goedheid van hun hart. En bijna altijd zijn ze heel blij dat ze het kunnen doen.