28e zondag door het jaar (2006)

Beste dorpsgenoten,

Dezer dagen las ik ergens over onze kerkdiensten: "de vraag is niet: wat houdt de mensen bezig maar welke teksten uit het oude en nieuwe testament zijn aan de beurt."

Dat sprak mij aan. Nooit wordt in de kerk rekening gehouden met u, de gelovigen, de kerkbezoekers. Om de drie jaar krijgt u dezelfde teksten voorgeschoteld, al of niet begrijpelijk, al of niet toepasselijk, al of niet bemoedigend. Mennen Sjaak heeft lang geleden een gedachte uitgesproken, die nu en dan ook wel bij u naar boven zal gekomen zijn: "mijnheer pastoor, u moet dat voorlezen uit die oude boeken en dat preken maar heel kort houden want het is de kal neet waerd."

Toen Paul Derks en ik gisteren de boel hier klaar zette voor de eerste mis in het nieuwe seizoen, zei Paul in de loop van ons gesprek: "in het onderwijs waar tientallen jaren alles hetzelfde gebleven is, zijn in de laatste tien jaar al drie hervormingen ingevoerd." De kerkelijke gezagsdragers daarentegen houden de kerk in een positie dat hervormingen te laat komen. Volgens het heel natuurlijk menselijk beginsel: als je de macht eenmaal hebt, ben je alleen nog maar bang dat je ze kwijt raakt!

Als er iets is dat u bezig houdt en dat u in de kerk graag als onderwerp voor een preek zou willen aanbieden, dan nodig ik u van harte uit dat ter sprake te brengen. Ik ga daar graag op in als ik er tenminste iets zinnigs over kan zeggen. Hier past een zinnetje dat ik gisteren in de krant las: "wanneer je burgers eerder bij initiatieven betrekt vergroot je de intelligentie van je organisatie en de legitimiteit van je beleid." Het komt wel niet uit de bijbel maar past toch in het boek der wijsheid waaruit we vandaag onze portie gekregen hebben.

Ook ik moet me houden aan de teksten die voor elke zondag zijn voorgeschreven. Soms spreekt zo'n tekst me aan en dan kan ik ze gebruiken als uitgangspunt voor de preek.

Vandaag hebben we het beroemde verhaal van de rijke jongeling. Hij leeft zoals men behoort te leven, al van jongs af aan onderhoudt hij de geboden. Toch voelt hij alsof hij van zijn leven meer kan maken, wat hij uitdrukt in de woorden: "wat moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?" Dan krijgt hij dat harde antwoord van Jezus: alles verkopen, de opbrengst aan de armen geven en zich dan aansluiten bij de volgelingen van jezus.

Wat heeft Jezus toch tegen geld en rijkdom als je verder goed leeft en alle geboden onderhoudt? Hij zou beter moeten weten. Want we kunnen lezen dat er een aantal vrouwen zijn, die zich in de buurt van Jezus en zijn gezelschap ophouden en voor hun levensonderhoud zorgen. Die vrouwen zijn daartoe in staat omdat ze geld hebben en meer of minder rijk zijn. Het was dus ongepast en onverwacht dat Jezus toch zo praatte tegen die rijke jongeman. Dat vonden zijn leerlingen ook: "wie kan er dan nog gered worden?" Vroegen zij zich af. Jezus houdt vol: je moet alles prijsgeven en achterlaten en zelfs bereid zijn om vervolgingen te ondergaan. Bedoelde Jezus werkelijk te zeggen dat alleen een arm en hard leven het honderdvoudige zal opleveren in de toekomstige wereld?

Hier hebben we een heel duidelijk voorbeeld van het feit dat Jezus, als kind van zijn tijd, spreekt vanuit een wereldbeeld dat ons totaal vreemd is. In de tijd van Jezus was geld een dood ding, dood als een dode boom, heel groot misschien maar wel dood. Er waren geen banken die het voor je konden uitzetten zodat je er rente van kreeg, zoals je van een boom vruchten plukt. Geld werd alleen tegen hoger woekerrente uitgeleend zodat het meer kwaad dan goed deed. We hoeven dus niet eens te proberen de woorden van Jezus uit te leggen!

Als we dan toch een positie willen innemen met betrekking tot arm en rijk, dan kunnen we denken aan Mohammed Yunus, een heel rijke man in Bangladesh, een van de armste landen ter wereld. Hij gebruikt zijn rijkdom wereldwijd niet om bezitlozen een aalmoes te geven maar om hen een heel klein beetje, b.v. 10 euro, te lenen, b.v. Om een betere schop te kopen om de grond om te spitten zodat die een grotere oogst oplevert. Daarmee wordt de lage rente betaald, en het geleende bedrag geleidelijk afgelost. Zo kunnen arme mensen hun armoede te boven komen. Een bijzonderheid daarbij: in de praktijk is gebleken dat lenen aan vrouwen de beste manier is om het geld ten goede te laten komen aan de hele gemeenschap. En dank zij die methode heeft de heer Yunus de Nobelprijs voor de vrede gekregen.

U ziet het: in onze tijd hebben we niets aan wat Jezus over rijkdom zegt. Zijn wereld is voorbij en hij komt niet in aanmerking voor de Nobelprijs. Wij zouden aan de rijke jongeman nu een heel andere raad geven. En Jezus zou ons daarin volgen.

Amen.