28e Zondag B (2006)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 419 niet laden

Ooit, dierbare gasten en parochianen van deze Vredeskerk; ooit werd de stad Barneveld (ja, geloof 't of niet, maar dat is een stad!); ooit werd Barneveld belegerd ... Vijandelijke troepen lagen rondom de stad, buiten muren en stadsgracht. En het duurde nogal ... véle, vele maanden ... De honger gierde door de straten, de Barnevelders waren ten einde raad ... Wat te doen? Toen kwam iemand op een geweldig idee: Het enige vette varken dat we nog hebben ... laten we dat over de muur werken ... Dan denken onze belegeraars: O, die hebben nog zát te eten, die kunnen nog eindeloos voort, wij moeten tot Sint-Juttemis wachten totdat wij die stad eindelijk kunnen innemen ... En, inderdaad mensen, zo gaat het verhaal: de belegeraars dropen af ... Heel vaak, veelgeliefden, moet ik aan dit verhaal denken en vaak vertel ik het: Omdat dit verhaal namelijk precies uítdrukt, wat mij betreft, hoe het er met onze kerk binnen de samenleving waar wij deel van uitmaken vóórstaat en hoe ik geneigd ben om daar mee om te gaan. De omstandigheden voor onze kerk zijn "moeilijk", zijn "problematisch" om het netjes te zeggen. Maar ik kan natuurlijk ook gewoon zeggen: die zijn "beroerd". Ik hoef U dat denk ik niet verder toe te lichten ... En de vraag is dan natuurlijk: hoe ga je daar mee om. Nou, wat mij betreft dus: precies als toen in Barneveld! We spelen gewoon een beetje blufpoker! Het jasje waarin wij als parochiegemeenschap zitten, deze kerk, is geen reële uitdrukking van hoe wij er menselijkerwijs gesproken voorstaan. Want, geef toe, mensen: Wij zijn in zekere zin maar een armzalig clubje ... Wat de centjes betreft, ik heb 't Elly Visser vaak genoeg horen zeggen; wat de centjes betreft drijft de parochie op tachtig-plussers. Ja, U hoort het goed: Tachtig-plussers drágen in financiële zin de parochie ... Niet echt een gezonde situatie dus ... Uit pure wanhoop als het ware ben ik er afgelopen Kerst toe overgegaan om maandelijks maar zelf E 100,-- per maand aan kerkbijdrage over te maken zodat ik nu behoor tot de twaalf financiële steunpilaren van de parochie zoals mij in een brief van de pastoor zelf gemeld werd ...

En toch, veelgeliefden: We gaan gewoon dóór alsof onze neus bloedt. We doen gewoon alsof er niets aan de hand is verder en we laten "het breed hangen" zelfs. We doen gewoon alsof het de meest vanzelfsprekende zaak van de wereld is dat hier midden in De Pijp zo'n enorme kerk staat (groter dan de kathedraal van Paramaribo!); dat je daar vier keer per dag een viering kunt bijwonen, dat drie keer per dag de klok luidt, dat de kerk iedere middag open is, dat het altaar altijd versierd is met de meest fantastische bloemen (ook vandaag weer!), dat de geestelijkheid om de haverklap "iets nieuws aan heeft" en ga zo maar door ... We doen hier gewoon net alsof dat alles de gewoonste zaak van de wereld is, maar veelgeliefden: dat ís het natuurlijk helemaal níet ... nee, integendeel ... Want het dak van kerk en pastorie lekt verschrikkelijk, echt als een mándje en ook in de muren slaat het vocht dóór - met alle nare gevolgen van dien ... en zo kan ik nog wel even doorgaan over wat er allemaal mis is met ons pand hier. 't Kost minstens drie miljoen euro om alles goed te restaureren. En veelgeliefden, dat geld is er bij langen na niet en ik heb ook geen idee waar we het vandaan zouden moeten toveren ... Ja, we kunnen wel een zeker bedrag aan subsidie krijgen. De gemeente Amsterdam is ons gelukkig goed gezind ... Maar die eventuele subsidie volstáát niet ... Het bisdom ziet restauratie van de kerk ook helemaal niet zo zitten ... Ja, men zit hier in deze regio met nóg twee grote, monumentale kerkgebouwen: de Agnes en de Rozenkranskerk (de "Obrecht") ...

Nu was ik laatst met Anya Banen in Schagen om in de Christoforus-parochie aldaar iets te vertellen over onze alpha-cursus en toen zag ik: daar hadden ze een pen. Daar hadden ze een pen. Déze pen: In verschillende vrolijke kleurtjes. En op de buitenkant staat gedrukt: "De Christoforus blijft vitaal want ...". En als je dan op de pen drukt dan zie je achter een transparant venstertje in de pen allerlei opwekkende teksten verschijnen. Ik citeer: "Je kunt op mij rekenen", "Gods huis, mijn tweede huis", "Christus is mij alles waard" (dat vind ik de mooiste!), "Ik voel mij geroepen" - en zo nog een paar teksten, acht in totaal ... En ik zag die pen en ik dacht ... hé: Kerstmis! Het aantal mensen dat zich vorig jaar met Kerst heeft opgegeven als parochiaan of vriend/vriendin/begunstiger van onze parochie laat nog te wensen over ... Dus hoe gaan we dat dit jaar aanpakken? "Bingo!", dacht ik: "Eureka!" - de pen uit Schagen! Als wij nou ook zo'n soort pen laten maken dan delen we die aan het begin van de nachtmis uit en vragen we de aanwezige mensen om zich in te schrijven! Want - daarvoor kwamen Maria en Jozef tenslotte óók naar Bethlehem, om zich in te laten schrijven ...  Ja, veelgeliefden, alleen, dat zich inschrijven, dat gebeurde niet van godswege. Nee, dat gebeurde van overheidswege, dat gebeurde op last van keizer Augustus - die gewoon een wrede, nietsontziende heerser was die over lijken ging ... Dus om nou naar díens voorbeeld aan de mensen die hier de nachtmis bezoeken te gaan vragen om zich in te schrijven ... Beetje moeilijk ... En dan het evangelie van vandaag ... over die rijke jongen tegen wie Jezus zegt: "verkoop alles wat je hebt, geef het geld aan de armen en kom dan terug om mij te volgen". Want: "gemakkelijker is het voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan ..." Dus, lieve mensen, om nou als een slimme kruidenier met zo'n pen centjes voor de kerk bij elkaar te gaan sprokkelen ... Waar ben je dan mee bezig, in evangelische zin ...?

Veelgeliefden, wat is rijkdom? Ik denk: Rijkdom dat heeft met tellen te maken, met schrapen, met oppotten, met zuinigheid, met een berekenende levenshouding; met een houding ook waarin andere mensen, waarin arme mensen vooral in de eerste plaats gezien worden als een bedreiging: Ze zouwen eens een beroep op je doen ... Je zou ze eens wat moeten geven ... Met armoede heeft het evangelie geen probleem. Integendeel: we worden juist áángemoedigd om arm te worden, om ons van overtollige ballast te ontdoen, om los te laten. Want in rijkdom, daarin ziet het evangelie een groot gevaar ...Want rijkdom, geld: het is de grootste concurrent van God. Mensen zijn altijd geneigd om van geld hun God te maken; om dáárin, in het geld (of in hun zogenaamde "geestelijke vermogens" of in hun maatschappelijke positie en prestige) om daarin hun heil en zekerheid en veiligheid te zoeken - en níet in God ... Ik denk, wij mogen als gelovigen, als christenen dus zeker níet bouwen en vertrouwen op de macht van het getal. Dat is heiligschennend en goddeloos. In de kerkgeschiedenis is dat wèl heel veel gebeurd en dezelfde verleiding ligt nog altijd op de loer ... Ik kreeg laatst een brief waarin iemand de vraag stelde: "Hoe komt het dat we (...) altijd proberen ons gelijk in het hoofd van de ander te planten? Hoe komt het dat we de ander nodig hebben om te kunnen geloven? Dat we ons afgewezen voelen, zelfs eenzaam als de ander niet mee kan gaan in datgene waarin jij gelooft, waarin je wil geloven? Dat eeuwige verlangen om het goede, het juiste met de ander te willen delen. Het liefst op de manier zoals jijzelf dat voelt? Waar komt dat vandaan?". Tot zover de brief. Zeer terechte vragen zijn het die erin worden gesteld ... Ik denk, veelgeliefden: God verlangt dat wij zelfstandige mensen zijn die niet afhankelijk zijn van de bevestiging van anderen wat betreft hun levensweg en hun geloof. "En niemand die mijn hoop rechtvaardigt,/ en niemand weet van mij/dan Gij alleen die in mij ademt. Mijn levensdag ben Jij ..." - woorden uit een lied van Huub Oosterhuis dat we gezongen hebben aan het begin van mijn jubileum-viering een paar weken terug. En precies om díe woorden was het mij te doen: "Niemand die mijn hoop rechtvaardigt,/en niemand weet van mij/dan Gij alleen die in mij ademt./Mijn levensdag ben Jij."

Maar,  hoe moet het dan met het geld? Hoe komen U en ik rónd? En hoe komen we aan de centjes voor de kerk? Ach, veelgeliefden, ik denk: we zullen we zien ... Ons past op dit punt, zo dunkt mij, een zekere heilige zorgeloosheid. In het hindoeïsme kent men de "dana" de heilige offergave waarvan het de bedoeling is dat die gegeven wordt - niet vanuit een vrees dat we tekort zullen komen, maar vanuit een bewustzijn van overvloed; het bewustzijn dat wij allemaal in wezen rijke mensen zijn - alleen al vanwege dat simpele feit dát wij leven. Gemakkelijker gaat een kameel door het oog van de naald dan dat een rijke ingaat in het Koninkrijk van God. " (...) ze zeiden tegen elkaar: "Wie kan er dan nog gered worden?" Jezus keek hen aan en zei: Bij mensen is dat onmogelijk, maar niet bij God, want bij God is alles mogelijk." Hetzelfde geldt mijns inziens ten aanzien van die drie miljoen die we nodig hebben voor de restauratie van de kerk. Menselijkerwijs gesproken lijkt het onmogelijk dat wij zoals we hier bij elkaar zitten ooit aan dat bedrag zouden kunnen komen, maar bij God is niets onmogelijk. En als 't niet lukt mensen, als deze buurt, deze stad, deze samenleving en het bisdom in laatste instantie het niet nodig vinden dat deze kerk gerestaureerd wordt en behouden blijft - dan gaan we gewoon ergens anders heen met z'n allen, zo simpel is dat, naar de Obrecht of zo ... Ieder die z'n huis achterlaat, zegt de Heer, omwille van mij en het evangelie, die zal het hondervoudige aan huizen onder andere ontvangen - de ervaring van de verschillende bedevaarten die wij in de loop van de jaren vanuit deze parochie hebben gemaakt, hebben ons dát zeker geleerd: overal waren er altijd gastvrije kerken en mensen, geloofsgenoten of niet, die ons verwelkomden ...Gelovige mensen, wérkelijk gelovige mensen zouden zich overal thuis en veilig en geborgen moeten kunnen voelen ... en vooral bij elkáár. Want "de kerk" is uiteindelijk niet het gebouw, maar bestaat uit de levende stenen die een geestelijke tempel vormen met elkaar[12] (zie:Tweede brief van Petrus 2, 5). Moge het zo zijn. Amen.