26e zondag door het jaar (2009)

Beste mensen

Wanneer we de lezingen van vandaag horen valt direct op dat in beide de volgelingen van een meester, zowel Jezus als van Mozes, kwaad zijn omdat anderen, die niet tot hun groep behoren, 'wonderen' verrichten.

Maar meteen valt ook op dat beide leiders er tegenin gaan, zolang het goede maar gebeurt, dat is het voornaamste.

Jezus maakt het heel duidelijk: het doet er niet toe dat iemand duivels uitdrijft in mijn naam. Want " wie niet tegen mij is, is voor mij."

En dan spreekt Jezus over een beker water geven. Is dat dan niet heel iets anders dan duivels uitdrijven?

Eigenlijk leest Jezus ons hier fijntjes de les. We zouden ervan kunnen uitgaan dat we als christenen wonderen, grote dingen moeten doen, dingen die opzien baren. 'Wie kan dat nou..' zou men in Nederland zeggen. Het zou kunnen betekenen dat we er stilletjes van onder muizen en zeggen: 'laat anderen dat maar doen'.

Maar, nee, zegt Jezus ons vandaag. Het gaat er niet in de eerste plaats om grote dingen te doen die opzien baren, neen, juist in het dagelijkse goed zijn daar kunnen we het verschil maken.

En Jezus verwijst daar telkens naar. Hij zegt toch: "Wie niet wordt als deze kinderen zal het koninkrijk van God niet binnen gaan." Wat anders kan Hij daarmee bedoelen dan zeggen dat het koninkrijk niet te vinden is in grote zaken maar in het de onbevangenheid van een spelend kind, een kind dat zoveel vreugde geeft door er gewoon te zijn.

Wie gewoon goed is voor de anderen, zonder bijbedoelingen, van die mensen zegt Jezus: 'wie niet tegen mij is, is voor mij.' Daarvoor hoef je niet naar de kerk te gaan, daarvoor hoef je zelfs niet katholiek te zijn.

Wie niet tegen is, is voor ons.  Het lijkt een te gemakkelijke veralgemening.  Wij mogen de anderen tegen hun wil in niet inlijven.  In ieder geval, anderen, die niet van ons gezelschap zijn, kunnen goede dingen doen.   Gelukkig maar, want zonder hen zou er nog minder goeds geschieden in de wereld.

God spreekt mij eveneens aan in mensen die niet tot de Kerk behoren.  Hij werkt in alle mensen.  Alle mensen zijn familie van God.  Ze zijn door Hem als goed geschapen, en bijgevolg in staat dit uit te stralen.

De Kerk opent voor ons de weg naar God, maar de toegang van God naar ons is niet beperkt tot zijn Kerk.  Jezus is voor een open Kerk.  Belangrijk is de relatie van mensen tot Christus.  Maar belangrijker nog is de relatie van Jezus tot de mens.  Zijn blik is ruimer dan de onze.

Het weze zo.