De Heer is mijn herder (2009)

Verwelkoming

Goede zondag en een rustige vakantie. Ons samenzijn openen we in de naam van de Vader, de Zoon en de Geest. Als thema van deze viering kozen we één van de tussenlezingen van deze zondag, namelijk, psalm 23. Die heeft ons geïnspireerd als een verwoording van geloven. Ons, dat betekent Annelies en mezelf. Twee heel verschillende benaderingen, een als een verwoording van diep vertrouwen en een van verantwoordelijk-heid.

Openingsgebed

Goddelijke Herder
die de mensheid op uw schouders draagt,
laat de staf van uw woord
ons begeleiden op onze weg
Wees de stem
die ons bijeenroept,
zodat wij ons durven toevertrouwen
aan het licht van de dag
en wij antwoord kunnen bieden
aan de uitdagingen
van deze wereld.
Door uw kracht bewogen
en bezield.

Samen lezen: Psalm 23 toegeschreven aan David

De Heer is mijn herder,
het ontbreekt mij aan niets
Hij laat mij rusten in groene weiden
en voert mij naar vredig water,
hij geeft mij nieuwe kracht
en leidt mij langs veilige paden
tot eer van zijn naam.
Al gaat mijn weg
door een donker dal,
ik vrees geen gevaar,
want u bent bij mij,
uw stok en uw staf,
zij geven mij moed.
U nodigt mij aan tafel
voor het oog van wie mij benauwen
u zalft mijn hoofd met olie,
mijn beker vloeit over.
Geluk en genade volgen mij
alle dagen van mijn leven,
ik keer terug in het huis van de Heer

Korte bezinning:

Deze psalm drukt een fundamenteel vertrouwen uit. De tekst wordt toegeschreven aan David, niet de machtige koning of Opperpriester van een geïnstitutionaliseerde godsdienst. In deze psalm staat hij nog in de traditie van de "ark van het verbond", en de "verbondstent". Hij is de gelovige, die zoals het Godsvolk in Egypte recht staat met de staf in de hand, klaar om verder te trekken.

Voor ons is dit niet enkel een beeld, maar ook een realiteit. Een wereld van oppervlak-kigheid, individualisme en overdreven consumptie is zeker onze thuis niet. Wij kunnen niet aanvaarden dat het leven hier definitief is. Steeds kijken we voor ons uit en trekken verder naar de vervulling. We blijven bewust in onzekerheid en twijfel staan. De zin-volheid van ons leven vinden we in het samenzijn, het gedragen worden door de gemeenschap. Daar vinden we de kracht om samen te werken aan solidariteit, aan verbondenheid, zorg en aandacht voor kwetsbaarheid.

Het is een kracht die de machtigen van deze wereld verontrust, zoals het in het Magnificat verwoord wordt.

Want machtigen haalt Hij omlaag van hun troon,
eenvoudigen brengt Hij tot aanzien;
Behoeftigen schenkt Hij overvloed,
maar rijken gaan heen met lege handen

De voorbeelden hiervan zijn legio

  • de kracht van Maarten Luther King
  • de kracht van Gandhi
  • de kracht van Mandela
  • maar ook onze strijd tegen onrecht en uitsluiting,
  • de weg die holebi's in onze samenleving moesten gaan of nog moeten gaan,
  • vrouwen die nog moeten opkomen voor gelijke rechten
  • elke vorm van onrechtvaardigheid, verdrukking, honger

Voor niet-gelovigen, klinkt dit naïef en on"geloof"elijk, omdat wij kracht en zekerheid vinden in een "niet te bewijzen overtuiging", die haaks staat op de schijnidealen van deze maatschappij; omdat wij ons laten roepen door "wie wij God noemen".

Bezinning: Annelies

(1) Als ik probeer aan te voelen wat de herder uit psalm 23 werkelijk doet voor zijn schapen, dan merk ik dat er nog heel wat verantwoordelijkheid en initiatief is weggelegd voor de schapen zelf.

De herder brengt de schapen tot in de groene weiden, maar ze moeten er zelf van eten. Hij brengt hen bij vredig water, maar ze moeten er zelf van drinken.
Het is dus voor mij als mens mijn verantwoordelijkheid om iets te doen met dat aanbod van weiden en water,
om er voor te kiezen en het tot mij te nemen.
En het te "verteren".

Als ik in de groenste weide lig zonder te eten dan verhonger ik,
als ik bij het vredigste water lig zonder te drinken dan droog ik uit.

Wat die herder verder nog geeft, is niet een pasklare "voorgekauwde" oplossing voor mijn problemen,
maar de kracht en moed, dus de energie, om zelf mijn verantwoordelijkheden op te nemen.

Die kracht en moed zijn be-geest-ering, adem.
Die adem is niet alleen wat mijn lichaam, samen met voedsel en drank, nodig heeft
om te blijven functioneren in deze wereld.
Die be-Geest-ering is ook wie wij samen met de Vader en de Zoon onze God noemen.

(2) Ik herken me in psalm 23 niet alleen in de schapen. Ik kan de herder van deze psalm ook als model nemen voor mijn eigen doen en laten als mens naar de medemens toe die in nood is.
Dan zie ik een sterke oproep om ook daar te zorgen dat ik een aanbod verzorg, waarbinnen de andere zijn/haar eigen verantwoordelijkheden op kan nemen.
Een oproep om vooral niet te trappen in de traditionele valkuil van de hulpverlener die vol goede bedoelingen maar betuttelend alles eens vlug voor een ander gaat oplossen.

(3) Bovenal lees ik in de psalm dat ik niet noodzakelijk nu eens alleen maar schaap, dan eens alleen maar herder kan zijn. Ik ben allebei, op elk moment.
Want in mijn handelen in deze wereld weet ik me gedragen door mijn herder.
En wat die herder me schenkt, kan ik onmogelijk voor mezelf houden.