Het evangelie van vandaag verkondigt ons op de eerste plaats Gods heilshandelen. De engel werd immers ‘van Godswege naar Maria gezonden'. Het heil begint bij God, God heeft in alles het eerste woord. Maar in zijn heilshandelen gaat God de mens niet voorbij, Hij neemt de mens op in zijn heilsplan, Hij vraagt zijn medewerking.
Op de uitnodiging van God, geeft Maria volmondig haar jawoord: ‘Zie de dienstmaagd des Heren'. Maria is bereid om zich in alles aan Gods wil toe te vertrouwen. Zij zegt ‘ja' ofschoon ze nog niet weet waarheen de weg waarop ze zich begeeft voeren zal. Zij vertrouwt zich geheel en al aan God toe, die niet alleen de aanvang maar ook de voltooiing in handen houdt. Zij durft dit jawoord uit te spreken omdat zij gelooft in de groet van de engel: ‘De Heer is met u', zij weet dat zij zich op God kan verlaten.
Een volmondig jawoord kun je alleen maar uitspreken als iemand je in liefde heeft toegesproken. Maria weet zich aanvaard bij God en daarom kan ze in elke situatie van haar leven ja zeggen tegen God.
Zo staat Maria bij de menswording, plaatsvervangend voor ons allen. Maria weet zich immers verbonden met de andere mensen die God liefheeft, die God wil redden, en zo spreekt zij niet alleen namens de mensheid maar ook ten bate van de mensheid haar jawoord uit. Zo wordt Maria opgenomen in het jawoord van God, die het heil van alle mensen wil, in het jawoord van Jezus die zijn leven wil geven als losprijs voor allen. Zo geeft zij door haar jawoord als het ware aan God toegang in deze wereld.
Dat jawoord dat Maria plaatsvervangend gesproken heeft voor ons, toen de volheid van de tijd aangebroken was, moeten wij nu in deze adventstijd persoonlijk overnemen. Ook wij moeten ons jawoord geven aan God, die onze Heiland wil zijn, ook wij moe¬ten ons verenigen met het jawoord van Jezus door zijn zending van heil in deze wereld voort te zetten. Met het jawoord van de dienstmaagd van Nazaret is het heil begonnen, maar zonder haar jawoord in ons hart over te nemen komt de verlossing niet tot bij ons. In de persoon van Maria wordt ook ons gevraagd ons jawoord uit te spreken: ja aan God, ja aan de Kerk, ja aan de wereld, ja aan ons zelf. God zoekt ons, maar zijn heil kan slechts daar komen, waar de mens zich persoonlijk openstelt voor het heil.
Dit jawoord mogen ook wij spreken vanuit de belofte: ‘De Heer is met u': God is niet tegen ons, niet boven of onder ons. Hij is met u, heel persoonlijk met ons, zoals wij zijn. Wij hoeven Gods aanwezigheid niet eerst te verdienen, God is met ons, eenvoudig omdat Hij ons liefheeft.
Laten we in deze dagen opzien naar Maria, en haar vragen wij dat wij dezelfde grondhouding ons mogen eigen maken tegenover de wil van God. Dan kan God in ons en door ons opnieuw in deze wereld geboren worden.