Nu aan het einde van de advent, met het feest van kerstmis dichtbij, vertrouwen wij ons toe aan God met heel ons hebben en houden, goed en niet goed. We mogen er op rekenen dat we niet voor niets hebben gewacht en uitgezien naar Gods erbarmen en vergeven.
Wachten..... waarop?
Wachten...waarop?
die vraag hebben wij onszelf gesteld
in deze advent.
Wachten
doet een mens niet graag
Opschieten
is het parool geworden.
Tijd is geld.
Zo verliezen we
het besef
dat wachten
tijd van rijpen
kan zijn.
Wachten... waarop?
wachten
tot de dagen
vol van vrede zullen worden.
Er wordt veel gewacht in het leven van een mens,
wachten voor de kassa in de winkel,
wachten op de bus, in de file,
wachten op de uitslag van de dokter
wachten of een behandeling aanslaat
en de gezondheid terugkeert.
Wachten op de geboorte van je kind.
Het ene wachten is het andere niet, het maakt nogal verschil of je wacht voor een kassa, of wacht de geboorte van een kind. Bij het eerste sta je misschien ongeduldig, hopend dat de caissière een beetje opschiet. Het tweede soort wachten vraagt ook geduld, maar het vraagt méér: je moet jezelf voorbereiden, er moet ruimte komen, er moet plaats zijn, in je zelf, in je huis. In de tijd van wachten rijpt en groeit het nieuwe leven.
Deze vierde zondag van de advent grijpt al vooruit op de geboorte van het kind van Betlehem. In het wachten op dit kind, ligt heel het verlangen van mensen naar vrede, naar geborgenheid, naar goedheid en gerechtigheid. Het wachten van mensen is niet voor niets geweest. Immers in dit kind wordt zichtbaar hoe God naar ons toekomt, niet als een God die bouwt op machtigen, of woont in paleizen. Maar als een God die er alles voor over heeft, als wij mensen maar tot leven komen. God komt tot ons in het kleine, het eenvoudige. God wil onder ons wonen, in alle bescheidenheid en oprechtheid. Opdat ons hart geraakt kan worden en wij op onze beurt mensen zijn die een ander nabij zijn, die trouw zijn met een hart vol gerechtigheid
Linda vroeg aan haar vader:' waar woont God? God woont overal, zei hij haar. Maar het antwoord bevredigde haar niet, omdat ze weinig zag van God overal.
Ze ging naar haar moeder en vroeg: 'waar woont God?' Haar moeder zei: God woont daar waar de mensen God toelaten......
Het is bijna kerstmis: de straten versierd, de winkels vol, mensen druk met het voorbereiden van het feest. Waar wachten we op ? Als het is op de vrede en het licht van kerstmis, is er ruimte in ons voor die God die onder ons wil wonen, en laten we de God die zo om mensen geeft toe in ons leven?
Laten wij het stil maken in ons zelf en in ons hart om in alle oprechtheid naar ons leven te kijken en zien hoe het er met ons voorstaat.