Is ons huis klaar voor Kerstmis? (2005)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 538 niet laden
Het schijnt zo te zijn - zowel bij mensen als bij vele diersoorten - dat zwangere vrouwen kort voor de bevalling een onweerstaanbare neiging krijgen om hun nest klaar te hebben, hun huis op te ruimen. Omgekeerd wordt dit proces voor wie van buitenaf toeschouwt, een teken dat de bevalling wel eens aanstaande zou kunnen zijn.

Nu is het niet mijn bedoeling om een persoonlijke vergelijking uit te lokken hoe dit bij ieder van ons thuis was, of we dit herkennen of juist de uitzondering waren, of wellicht het hele verhaal als een fabeltje beschouwen dat in werkelijkheid hooguit een enkele keer voorkomt.
Waar het mij wel om gaat is bij u en mezelf de vraag op te roepen
hoe het staat met onze voorbereiding op Kerstmis.

Mijn gok is dat de meesten van ons al wel eens hebben nagedacht over hoe we Kerstmis dit jaar gaan vieren: met wie we dit gaan doen, alleen of samen, nodigen we uit of worden we uitgenodigd, blijven we thuis, en vooral: zien we tegen de Kerstdagen op of kijken we er naar uit? Gezien het feit dat we nu in de kerk zijn, zullen de meesten ook wel bedacht hebben dat ze met de Kerstdagen naar de kerk gaan en misschien ook wel wanneer precies.
Is dit alles dan voldoende om een positief antwoord te durven geven op de vraag of ons 'huis' klaar is voor Kerstmis?

Ik was niet van plan hier een moralistisch verhaal te houden door u voor te houden dat Kerstmis toch meer is dan alleen maar lekker eten, en dat we ook eens zouden moeten denken aan de arme, eenzame mensen om ons heen, en dat daarmee het feest van Kerstmis alleen maar mooier en vreugdevoller wordt.
Ik hoop dat u mij hiervoor niet nodig hebt.
Wat ik wel graag samen met u zou doen is te rade gaan bij de Schriftlezingen van vandaag. Daar horen we koning David en Maria - ieder op hun geheel eigen wijze - hun voorbereidingen treffen, een huis willen creëren waar God bij hen kan wonen, een plek waar Hij wonen kan, een plaats om te rusten voor hem die God is, de enige ware, die maakt dat recht wordt gedaan aan de verworpenen der aarde, waar de doden tot leven komen. Dáár - in die nieuwe schepping, in die herstelde wereld - kan God wonen, kunnen God én mens tot rust komen.

David is door God tot koning gemaakt omwille van Israël. God heeft hem achter de schapen vandaan gehaald, en hem laten zalven tot toekomstig koning. [Zalven is het teken dat God deze mens voor een bijzondere, profetische, koninklijke taak aanwijst en daarom wordt er ook bij veel van onze sacramenten gezalfd, zoals bij de doop en het vormsel.] God heeft David (en met hem ook Israël) beschermd tegen Goliat en de Filistijnen, hem legeraanvoerder gemaakt en beschermd tegen de dodelijke jaloezie van koning Saul, en ten slotte koning gemaakt en alle vijanden van Israël aan hem onderworpen. Zo heeft David uiteindelijk in Jeruzalem, de nieuwe hoofdstad van heel Israël voor zichzelf een paleis kunnen laten bouwen.
Nu trok God bij de bevrijding uit Egypte in de woestijn met het volk Israël mee. Sinds die dagen wordt Gods aanwezigheid gesymboliseerd door de Ark van het Verbond, en staat in de tijd van David, inmiddels naar Jeruzalem gebracht, nóg onder tentdoek. David realiseert zich wat een contrast er is tussen zijn paleis en Gods tent. Hij wil daarom voor God een tempel bouwen.
In eerste instantie wordt hij ook in deze activiteit namens God bevestigd door de profeet Natan. Maar in tweede instantie krijgt David te horen dat God níet wil dat David dit doet.
Daarvoor geeft Natan drie redenen:
1. God laat zich niet vastpinnen: God heeft niet gevraagd om een paleis, maar de tent staat symbool voor een God die meetrekt met het volk Israël.
2. Niet David zal het huis voor God bouwen, maar zijn zoon. Inderdaad heeft Davids zoon Salomo de tempel in Jeruzalem gebouwd.
3. En ten slotte heeft God een ander huis in gedachten: het 'huis' dat God zal bouwen op de zoon van David, een huis van gerechtigheid en vrede dat de messiaanse tijd aankondigt, een huis waarvan Joden verwachten dat een zoon van David het zal aankondigen door zijn komst, een verwachting die christenen van de Joden hebben geleerd waardoor wij met Advent opnieuw heel bewust uitzien naar de komst van het messiaanse koninkrijk waarvan we met Kerstmis vieren dat het in Jezus Messias in ons midden is gekomen, maar ook dat van ons wordt gevraagd er aan mee te werken tot zijn wederkomst.

Nee, David zal voor God geen huis bouwen, geen tempel. God zal voor David een huis bouwen, voor eeuwig een koningshuis vestigen, het huis van David. David neemt een initiatief en God keert het om.

Bij Maria ligt het initiatief vanaf het begin geheel aan Gods kant. In de Bijbelavonden van deze Advent hebben we deze passage als deel van Lucas 1 en 2 gelezen. We hebben gezien hoezeer Maria, en dus ook Jezus, in de lijn staan van de traditie van God met Israël, hoe hier een engel als boodschapper van God de geboorte aankondigt van iemand met wie God grote bedoelingen heeft voor het gehele volk en heel de wereld. En als steeds zijn ook nu zijn weer de eerste woorden die God tot een mens richt: "Vrees niet." Angst weerhoudt ons ervan om open te staan. "Wees gegroet, en verheug je, want je zult een kind ontvangen dat groot zal worden genoemd. God zal hem de troon van zijn vader David schenken en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jakob (= Israël!) en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen."

Maria snapt niet wat haar overkomt, en dit hoeft ook niet. Geen mens hoeft God te zijn, geen mens hoeft te snappen wat hem of haar overkomt of wat er in de wereld gebeurt. Het enige dat wordt gevraagd is dat we open staan voor Gods bedoelingen en Gods heil. En dat doet Maria als zij zegt: "Ik ben de dienares van de Heer." Als dienares van de Heer plaatst zij zichzelf in de lijn van de dienstknecht van de Heer, diegene die zichzelf voor heel het volk, met heel het eigen leven in dienst van Gods bedoelingen stelt. Het evangelie leest Jezus in deze traditie vanaf de profeten, en ook zijn moeder Maria dus.

De Schriftlezingen van de week voor Kerstmis zeggen ons dat God in ons midden wil wonen, in ónze wereld, in ons leven, en vragen ons om daar voor open te staan, mee te werken aan zo'n wereld.
Wat denkt u?
Zouden mensen aan de voorbereidingen van ons 'huis' kunnen zien dat wij geloven dat God weldra op komst is, dat de geboorte aanstaande is?