4e zondag van de advent (2005)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 201 niet laden
Koning David wilde een huis voor God bouwen, een plek waar God thuis zou zijn, zich thuis zou voelen een plek dus waar God te vinden zou zijn, waar je Hem kon ontmoeten. En David had wellicht een prachtig bouwwerk voor ogen, een schitterende tempel, tot meerdere eer en glorie van God en van hemzelf, want dat laatste speelde waarschijnlijk ook een grote rol.
Maar God wilde niet in een stenen gebouw wonen, hij gaf de voorkeur aan een tent, om aan te geven dat hij met de mensen meetrok in hun leven en dat hij niet vastzat op een bepaalde plek.
In de loop der eeuwen zijn er ontelbare kerken gebouwd, huizen van God, soms prachtige bouwwerken, schitterende kathedralen, allemaal tot meerdere eer en glorie van God, en meestal ook tot die van koningen en bisschoppen. Of die bouwwerken echt de plekken zijn waar je God kunt vinden, of God zich daarin echt thuis voelt, valt te betwijfelen. Hij is waarschijnlijk veel meer te vinden in een eenvoudige dorpskerk of in een bouwvallige kapel ergens in Afrika of Latijns Amerika.
Maar eigenlijk moeten we God helemaal niet zoeken in gebouwen van steen. Hij wil thuis zijn in mensen. In mensen is Hij te vinden. Dat is de boodschap van de lezingen van vandaag.
God laat zich niet vinden in de grote stad Jeruzalem met zijn tempel en met al die hoogwaardigheidsbekleders eromheen. Hij laat zich wel vinden bij een eenvoudige timmerman en zijn vrouw in een dorpje in de tweederangs provincie in een achteraf gelegen landje. God laat zich vinden in hun kindje wiens geboorte we volgende week gaan vieren.
In dat kind zet God heel onze denkwereld op zijn kop. Wij zijn geneigd om in het groot te denken, we willen ook zelf graag groot en machtig zijn. We hebben in het verleden geleerd om over God te praten als de almachtige, als degene voor wie niets onmogelijk is, als de Heer van al wat bestaat. Wij zouden zelf zo graag even voor God willen spelen om, zo dromen we, de wereld naar onze hand te zetten, om met goddelijk macht alles even anders te maken. Maar als we zo denken, zo dromen over de almachtige, over de alleskunner, hebben we een absoluut verkeerd beeld van God.
Met kerstmis wijst Hij naar een kindje in een kribbe en zegt Hij tegen ons: daar ben ik te vinden, niet in het grote maar in het kleine, niet in het machtige maar in het kwetsbare. Dat zet onze denkwereld wel even op zijn kop. We zijn gewend om God een beetje te zien als de grote almachtige probleemoplosser, problemen die wij maar al te vaak zelf veroorzaakt hebben. Wij bidden dan om zijn hulp, Hij kan toch alles, waarom helpt Hij nou niet?
Maar in feite is het andersom: Hij vraagt steeds weer onze hulp. Hij vraagt ons om Hem te helpen om de wereld beter te maken, hij vraagt ons om Hem te helpen om te werken aan vrede op aarde, Hij vraagt ons om Hem te helpen om medemensen ondersteunen, die op eigen kracht niet meer verder kunnen om tranen te drogen van hen die verdrietig zijn, om oog en aandacht te hebben voor hen die eenzaam zijn. God kan niet alle problemen die er zijn zelf oplossen. daar heeft hij ieder van ons voor nodig.
Waar is God te vinden, niet in stenen gebouwen, niet in mensen, bekleed met macht en gezag over anderen. Hij is te vinden in mensen die klein en kwetsbaar zijn en die hulp nodig hebben om door het leven te gaan. Hij is te vinden in mensen goed doen aan elkaar, elkaar helpen, juist zoals Jezus van Nazaret deed. In hem verscheen God op bijzondere wijze in onze wereld.
En natuurlijk is God ook de almachtige, de schepper van hemel en aarde, en natuurlijk mogen we biddend zijn hulp vragen als we het moeilijk hebben, en natuurlijk ervaren heel veel mensen zijn kracht zodat ze verder kunnen, en natuurlijk is het een gegeven dat een mens in nood leert bidden.
Maar het is ook goed om ook eens naar die andere kant te kijken en te denken aan een God die een beroep doet op onze hulp, op een God die te vinden is in het kleine en weerloze. Want die God openbaart zich met kerstmis in een kindje, geboren in een stal, geboren om Gods gezicht in de wereld te zijn: het gezicht van een klein mensje die vraagt om liefde en aandacht.