2e Pinksterdag (2005)

Met het Pinksterverhaal uit de Handelingen nog naklinkend in onze oren hebben wij als eerste lezing gekozen het verhaal dat voor Lucas een grote rol speelde in het beschrijven van de pinksterervaring. Oorspronkelijk, vanaf het begin van de wereld, in oorsprong, toen ze nog dicht bij God waren, waren de mensen het eens met elkaar, letterlijk verstonden ze elkaar, ze hadden één taal. Maar in dit verhaal dat na het eten van de vrucht van kennis van goed en kwaad,- en na het verhaal van de eerste broedermoord, wel eens de derde zondeval wordt genoemd, wordt verteld hoe de mens die kennis over alles die hij heeft verworven wil toepassen en zich een macht wil verwerven waardoor hij heel de wereld in zijn macht heeft en het lijkt er wel op of God zich door die mens bedreigd voelt..... in ieder geval wordt zo het verschijnsel van de verschillende talen door de bijbelse schrijver verklaard als een gevolg van aspiraties van de mens die verder gaan dan in de scheppingsorde besloten ligt: de mens doet zich als God voor en dan valt de wereld uiteen.

Daartegenover zet Lucas het krachtige handelen van God. Waar de Geest waait verdwijnen de verschillen dan wel niet, maar ze zijn niet meer van betekenis want ieder hoort de apostelen spreken in zijn eigen taal. Kwam de verdeeldheid door de mens die zich naam wilde maken over de hele aarde, de eenheid komt door de enige die echt Naam mag hebben, God die zijn kracht doet gelden over de hele aarde en iedere mens en het aanschijn van de aarde wordt vernieuwd.
Johannes die in zijn evangelie op het eerste oog altijd een eigenzinnige benadering hanteert, kunnen we misschien ook benutten als commentator bij het verhaal van Lucas. Het evangelie is immers als laatste geschreven, aan het einde van de eerste eeuw, toen ook duidelijker begon te worden waar problemen in de christelijke boodschap zaten.

Die problemen zaten heel sterk -in dat opzicht is er weinig veranderd-, in de verhouding tussen de leerlingen van Jezus en wat Johannes noemt: ‘de wereld'. Hij bedoelt daarmee niet zomaar de wereld zoals wij daarover spreken als we om ons heen kijken. Hij bedoelt daarmee vooral aan te geven dat er mensen en groepering zijn die Jezus en waar hij voor stond helemaal niet kennen, er helemaal niet vertrouwd mee zijn of er zich zelfs tegen verzetten. In Johanneïsche ogen zijn de torenbouwers van Babel ongetwijfeld mensen van die vijandige wereld. Het is een wereld waar het kwaad sterke invloed heeft, een wereld die mensen tegen elkaar en tegen God uitspeelt, die met name de eigen belangen dient en helemaal niet in ‘liefde' is geïnteresseerd. Die wereld is duisternis, een duisternis waarin geen plaats is voor iemand die het licht van de wereld is.

De bijbel is een boek dat op veel plaatsen uiting geeft aan een grote kennis van wat mensen bezig houdt, een boek ook met veel begrip voor het menselijke handelen, zelfs is dat menselijk handelen verkeerd en gaat het tegen zijn wezen in. Zeg nou zelf: is het zo vreemd dat de mens zich een plaats probeert te verwerven op aarde? Daar is niets op tegen: het probleem van de mens is, zo vertelt het verhaal van Babel ons, dat hij zijn ambities in een verkeerd licht stelt: hij stelt zichzelf in het middelpunt en vergeet dat hij zijn hele bestaan aan God heeft te danken. God is de enige die echt Naam mag hebben. Door te weten van de vruchten van de boom van kennis van alles, is de mens eigenlijk een tragische figuur geworden. Hij heeft de kennis van alles maar hij kan dat niet goed hanteren en dus is verwarring, tweespalt, oorlog, onbegrip naar elkaar toe het gevolg.

Ook in het evangelie van Johannes zien we veel begrip voor de zwakke kanten van de mens: de leerlingen die zich alleen voelen bij het idee dat zonder Jezus zouden verder moeten ....., de leerlingen die er nog steeds weinig van begrijpen: ‘Heer hoe komt het dat.... en elders: ga je nu het rijk der hemelen herstellen? ‘.... Dan belooft Jezus hen een helper, die hen in alles zal bijstaan, een helper die verdeeldheid opheft, verstarde posities doet smelten, die koude harten verwarmt, die tot inzicht brengt, die je heel kies helpt om het juiste woord te vinden, de juiste snaar te raken....

Het is de Geest van God, wiens bestaan en wiens komst we met Pinksteren vieren die ons helpt om tot echt inzicht en ware wijsheid te komen; het is de kracht van God die in het begin zweefde over de wateren en die nu de chaos in onszelf weer kan gaan ordenen. Het enige dat wij hoeven te doen is proberen voor Haar open te staan.
God is groot genoeg, is krachtig genoeg en vooral is liefde genoeg om ons te ontdooien en in vuur en vlam te zetten, en de duistere uren zijn dan voorbij, haat en verdeeldheid smelten als sneeuw voor de zon, God wordt dan weer alles in allen.

Een spiritueel visioen van waaruit wij mogen leven .......

Dit jaar hebben we in onze parochiële agenda de ‘spiritualiteit' hoog op de agenda staan. In onze parochiekrant en op veel moment wordt daarover veel gesproken.... Soms kan daaruit de indruk ontstaan dat we van alles zouden moeten doen om spirituele mensen te worden.
Als ik Pinksteren goed begrijp gaat het er vooral om, dat Gods Geest zijn werk laten doen en dat we niet alsmaar op onszelf en onze eigen grote en kleine problemen zijn gefixeerd. Stellen wij ons open dan gaat die Geest in ons aan het werk, evengoed als bij de apostelen in Jerusalem, evengoed als bij de leerlingen tot wie Jezus sprak de laatste avond van zijn leven. Stellen wij ons open dan worden we vanzelf ‘spirituele' mensen, mensen die begeesterd zijn door Jezus van Nazareth en waarvoor hij heeft geleefd.
De helper die de Vader jullie in mijn naam zal zenden, zijn heilige Geest, zal jullie verder in alles onderrichten: Hij zal jullie alles laten begrijpen wat Ik jullie gezegd heb.

Durven we vertrouwen op God die zo zijn werk zal doen in ieder van ons.