Levend water - oecumenische viering (2002)

Het eerste lied dat we in deze viering zongen begon met deze woorden: ‘De stilte zingt U toe, o Here.' velen van u hebben dit lied al dikwijls gezongen. En dus ook over deze woorden verder gedacht, maar misschien is het ook niet opgevallen. Hoe kan de stilte je nu toezingen? Stilte die zingt. Of is daarmee de stilte bedoeld die we na dit lied even hielden. Zoiets als een weldadige stilte, of toch een andere die stilte, zoals op de vierde mei, een stilte kan hartverscheurend zijn. Maar bestaat er eigenlijk wel stilte, als het echt stil wordt, dan kom ik pas toe aan de zachte geluiden om mij heen en de zachte geluiden in mijn ziel. Dat is dan nog geen stilte. Of wanneer we denken dat God het te druk heeft, zodat we hopen dat Hij even stil houdt voor ons. Een soort stilte in de hemel. En heel bijzonder is natuurlijk het als die twee stiltes samenvallen.

De stilte zingt U toe, o Here. Dichterlijke vrijheid, poëzie om meer uit de drukken dan die paar woorden zo direct kunnen zeggen.

Eigenlijk staat de Bijbel vol met dit soort teksten. Kijken we naar de eerste lezing. Waar gaat dat over? Gaat het echt over een tempel, en is dat dan een tempel die boven op een bron staat? En komt er uit dat ene kleine bronnetje een hele rivier, dat is net zoiets als de stilte die je toezingt. Of die bomen die twaalf keer per jaar vrucht dragen, dan denken we in onze tijd aan genetische manipulatie. Maar de woorden van Jezus overtreffen alles: Wie in Mij gelooft, ... Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Hoe moet je je dat voorstellen? Stilte die je toezingt, een stroom van levend water uit je binnenste.

Wanneer wij over de dingen van God willen spreken, gaan we stamelen, dan zegt Mozes, Heer, ik kan niet spreken. Dat geldt ook bij het spreken van de Geest, want die spreekt in ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.

Stromen van levend water. Dan denk je aan de vrouw aan de put die tegen Jezus zegt: ‘geef mij van dat water waar je geen dorst meer van krijgt, dan hoef ik niet hierheen te komen om te putten (Joh. 4,15).' Maar je denkt ook aan dood water, waar alle leven uit is, waar je niet van moet drinken, want dan word je ziek. Dood water als de tegenhanger van levend water, gezond water. In onze tijd weten we er alles van, want er worden reeds water conferenties gehouden. Er zij al doemscenario's van oorlogen om water, In Israël daalt het water van de dode zee, omdat er meer verdampt dan dat er aan water instroomt. En er stroomt minder water in, omdat de rivier meer gebruikt wordt voor bevloeiing en ander water verslinders.

Zo kan het wel iets begrijpelijker worden, maar toch, wat bedoelt Jezus nu met stromen van levend water die uit ons binnenste zullen vloeien. Jezus zei dit over de Geest, die zij die tot geloof in Hem kwamen, zouden ontvangen. Wordt het nu duidelijker of juist moeilijker, de Geest als een stroom van levend water.

We kennen de symbolen, de Bijbelse beeldspraak over de Geest, de Ruach, de Adem, de wind, het vuur, de duif. Nu bronnen van levend water, als Jezus spreekt over de Geest.

Maar misschien komen we verder als we de lezingen weer bij elkaar leggen. Dat water welt op van onder de drempel van de tempel. Gij weet dat uw lichaam een tempel is van de heilige geest, zegt Paulus (1. Kor. 16,9). En in de Openbaring lezen we: De rivier van het water des levens, helder als kristal, ontspringend uit de troon van God en van het lam. De hemel is Gods troon en de aarde is zijn voetbank. Maar over wie Hem liefheeft, zegt Jezus: Mijn Vader zal hem liefhebben en wij zullen tot hem komen en bij hem wonen.

Het lijkt erop dat hemel en aarde door Jezus steeds dichter naar elkaar toekomen. In zijn woorden lijkt ons hart, ons lichaam steeds meer de woning en de troon van God te worden. God zal bij ons wonen, ons lichaam als een tempel van de heilige Geest, bronnen van levend water zullen uit ons binnenste vloeien.

Maar Is Jezus Zelf niet het grootste voorbeeld? Als zijn zijde wordt geopend door de lans van de soldaat, dan staat er dat er water en bloed uit zijn zijde stroomde. Water en bloed, doop en Eucharistie, de twee sacramenten voornaamste van de Kerk. Zijn Lichaam is werkelijk tempel van de heilige Geest, en uit zijn zijde stroomt werkelijk water en bloed en die waterstroom en die stroom van zijn bloed is nooit meer gestopt. In de sacramenten gaat die stroom werkelijk verder.

En dan lezen we bij Paulus, dat wij zijn lichaam zijn, dat de Kerk zijn lichaam is, waarvan Hij het hoofd is. In dat lichaam van Christus zijn wij opgenomen, wij maken daar deel van uit, wat over zij Lichaam geschreven is, slaat ook op ons.

Bent u die levensstroom al tegengekomen, die altijd opborrelende bron? Die genezende bron, die dorstlessende bron, die definitief je dorst lest, die bron waarin leven is, vissen van allerlei soort. Een stroompje dat uitgroeit tot een brede levengevende rivier. Je zou hier de Moldau van Smetana bij kunnen beluisteren. Dezelfde beeldspraak als het mosterdzaadje dat uitgroeit tot een boom, of de graankorrel die in goede aarde valt en dertig, zestig en honderdvoudig vrucht draagt. Zo gaat het met alles dat uit de Geest wordt geboren. Zo is het met de Kerk zelf, daar begonnen bij de doop van Jezus door Johannes. Jij bent mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in jou heb Ik mijn behagen gesteld. Daar begint zijn openbaar leven en het gaat door in zijn Kerk, wereldwijd. Een bron is tot een rivier geworden.

Die lezing van Ezechiël heb ik daarom altijd een schitterende beeldspraak gevonden als verwijzend naar het doopsel dat Christus heeft gebracht: ... doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Het doopsel dat Jezus bracht begon als een stroompje over de hoofden van de leerlingen, en hoeveel water stroomt er nu niet dagelijks over de hoofden van kinderen en volwassenen wereldwijd. Maar ook die stroom van het Bloed van Christus, ook die stroom gaat door bij allen die deelnemen aan Eucharistie, zijn nieuwe avondmaal na Pasen.

Bent u die bron al tegengekomen? Misschien is het u niet opgevallen, maar u maakt zelf deel uit van die bron, van die rivier, van die stroom. Het woord van God is dichtbij, het is in uw mond en in uw hart. De Geest vervult uw hart, elk goed woord, elke goede daad, gedaan vanuit de geest is als een zaadje, als een nieuwe bron die leven brengt. Elk oprecht gebed, elke glas water aan een arme gegeven, is aan hem gegeven. Moge uit onze harten ook die bekers water uitgroeien tot een stroom van milddadigheid, die leven geeft aan allen die dorst hebben naar het levende water. Dan stroomt er uit ons eigen hart een bron van levend water. Amen.