Ik geloof in de heilige Geest

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
In het credo belijden wij: "Ik geloof in de heilige Geest". Maar als ons gevraagd zou worden: leg dat eens een beetje uit, zouden wij waarschijnlijk met de mond vol tanden staan. Spreken over de heilige Geest is moeilijk. God als Vader of God als Zoon, daar kan ik mij wel iemand onder voorstellen. Maar mij een voorstelling maken van God als heilige Geest, is heel wat moeilijker. Wij spreken wel van de geest van een groot man, van een goede geest in een gezin, van teamgeest in een voetbalclub. Maar die geest is moeilijk onder woorden te bren¬gen. Toch is Hij niet de grote Onbekende, zoals Hij soms genoemd wordt. Als de Shrift spreekt over Geest, gebruikt zij een woord dat "wind" betekent. Van de wind wordt dan gezegd: je weet niet waar hij vandaan komt en je weet niet waar hij naartoe gaat. De wind is een levendig, dynamisch verschijnsel: hij kan uitgroeien tot een storm die alles meesleurt, hij kan ook rustig zijn als een zachte bries. Geest is ook levensadem, de levensadem waardoor Adam mens werd.

Die Geest van God maakte zich meester van kleine mensen en stelde hen in staat om grote dingen te doen. Met die Geest van God werden koningen en profeten gezalfd, opdat zij zouden opkomen voor gerechtigheid en vrede. Die Geest overschaduwde de maagd Maria, zodat wie uit haar geboren werd, heilig werd genoemd, Zoon van God. Die Geest van God dreef Jezus om aan de armen de Blijde Boodschap te verkondigen. In die Geest bad Jezus als Hij God zijn Vader noemde. Die Geest gaf Jezus verder aan zijn Kerk. In die Geest zijn wij allen gedoopt en gevormd. Ook wij hebben dus die Geest ontvangen. Hij bewerkt in ons die innerlijke drang om onszelf te overstijgen in het doen van het goede. Gods Geest is het moreel appèl aan het geweten om steeds het goede te doen, om eerlijk te zijn en trouw aan het gegeven woord, om de morele wetten van het leven te respecteren, om anderen niet op te offeren aan je eigen belangen, niet steeds in aanbidding te liggen voor de afgoden van geld en comfort.

Maar de werking van de Geest in ons is niet dwingend. Je kunt zijn aansporingen in de wind slaan. Hoe kun je dan weten of je je door die Geest laat leiden? Door te kijken naar de vruchten van de Geest. Vruchten van de Geest zijn, zegt Sint Paulus, ‘liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, bescheidenheid, zelfbeheersing" (Gal. 5,22). Het zijn wat men noemt ‘zachte' deugden, deugden die in de wereld misschien niet zo van tel zijn, die haaks staan op de meedogenloze maatschappij van geweld, macht, concurrentie. En toch zijn het deze deugden die de mens doen leven. Je leeft niet van geweld, maar van liefde, niet van macht, maar van vrede, niet van conflicten, maar van zachtmoedigheid en geduld.

Dat man en vrouw elkaar trouw blijven ondanks verscheidenheid van karakter, elkander dragend in liefde, in goede en kwade dagen, in ziekte en gezondheid, telkens weer een uitweg zoekend wanneer hun wederzijdse liefde gevaar loopt, is een vrucht van de Geest. Dat een vrouw haar zieke man of een man zijn zieke vrouw jarenlang verpleegt, met steeds dezelfde liefde, met steeds hetzelfde geduld, is een vrucht van de Geest. Gods Geest is ook de ziel van onze gebeden. Hij is de kracht waarmee de heilige Monica, de moeder van de heilige Augustinus, negen jaar lang bad opdat haar zoon zich zou bekeren.

Gods Geest is Gods liefde, die uitgestort is in ons hart en in onuitsprekelijke verzuchtingen vanuit ons hart roept: "Abba, Vader!"