Pasen (2002)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 201 niet laden
Pasen is opstaan. We vieren dat Jezus is opgestaan uit de dood om verder te leven in ieder die in Hem gelooft.
Pasen is opstaan ook voor ons. Als de nacht voorbij is, staan we op van bed. De wekker loopt af, we wrijven de slaap uit de ogen, we komen overeind en maken ons klaar voor de dag, een dag van actief bezig zijn. Dat is leven. Wie slaapt leeft niet echt, want leven uit zich in activiteiten. Leven is om je heen kijken, luisteren naar de geluiden om je heen, dingen doen voor jezelf of voor anderen. Wie zijn ogen sluit om te slapen, is in het duister, of het nu nacht is of dag.
Pasen is opstaan, weer tot leven komen, het is weer licht, we moeten aan het werk. Maar slapen we dan? Het antwoord is heel vaak: ja, we gaan dikwijls slapend door de dag, we zijn halve slaapwandelaars, de slaap van sleur en gewenning, de slaap van dat gewone gangetje. Maar daardoor zien we veel dingen niet, zien we te vaak niet de mogelijkheden die we krijgen om iets te doen voor anderen, om licht te zijn voor anderen. Te vaak horen we niet de vragen van mensen die we ontmoeten, hun onuitgesproken vragen naar wat warmte, naar wat aandacht, wat tijd, wat liefde.
Pasen is opstaan, in beweging komen om de droom van Jezus van Nazaret levend te houden, die droom van het rijk Gods op aarde, dat rijk van vrede en liefde voor alle mensen. Op Goede Vrijdag werd ook die droom vermoord, maar met Pasen vieren we dat die droom weer tot leven komt, in mensen van goede wil, in ieder van ons, als wij tenminste de moed hebben op te staan uit onze slaap, als wij overeind komen en onszelf de vraag stellen: wat kan ik vandaag doen om die oude droom een beetje werkelijkheid te maken in mijn eigen levenssituatie.
Als ik u vanavond zalig Pasen toewens, dan betekent dat eigenlijk: mensen wakker worden, opstaan, aan het werk, ieder op zijn eigen plek, maar ook samen als parochiegemeenschap.
Wij moeten licht zijn en anderen bijlichten. Wij moeten vuur zijn en anderen verwarmen. Wij moeten levend water zijn in de gemeenschap. Dat zou ons dagelijks werk moeten zijn. Zo moeten wij Jezus levend houden, niet alleen in onze herinneringen, niet alleen in onze vieringen maar ook en vooral in onze daden, in onze manier van leven.
Pasen is iets van het verleden, bijna 20 eeuwen geleden maar het is elke dag weer actueel. Die Jezus van toen schept nog steeds toekomst ondanks alle duisternis en ondergang in de wereld van vandaag. Hij schept nog steeds leven, ondanks de vele doden die nu vallen, ook in het land waarin hij geleefd en gestorven is.
In zijn geest moeten we aan het werk om nu toekomst en leven te scheppen. Dat zal het voor ons allen zijn een zalig Paasfeest.