Ons Heer hemelvaart - 2014

Zusters en broeders,

Zowel in de eerste lezing als in het evangelie horen we het verhaal van het afscheid van Jezus van zijn de leerlingen. En we weten: een afscheid doet pijn en is moeilijk te verwerken. Zeker een afscheid dat definitief is, zoals een overlijden. Dat doet zo’n pijn dat het nooit helemaal te verwerken is. Maar Jezus’ afscheid is geen overlijden, wel een afscheid bij leven.

Hoe voelen de leerlingen zich daarbij? En de leerlingen, wie zijn dat eigenlijk? Dat zijn mannen die enkele jaren voordien alles achtergelaten hebben om Jezus te volgen: hun jonge volwassenheid, hun familie, hun beroep, misschien zelfs hun gezin. Waarom hebben ze dat gedaan? Omdat ze hoge verwachtingen koesterden. En die verwachtingen, dat zijn niet de verwachtingen van Jezus zelf. Dat komt geregeld tot uiting in alle vier de evangelies, en het is niet anders in het evangelie van vandaag. Jezus belooft zijn leerlingen dat zij zullen gezegend worden met de heilige Geest. Zij stellen daar geen vragen bij, ze reageren daar niet eens op, maar vragen wel of Hij nu het koninkrijk van Israël zal herstellen. Want dat is het wat hen echt interesseert, dat is de verwachting die ze koesterden, en dat is wellicht ook de reden waarom ze Hem gevolgd zijn: omdat ze hoopten dat Hij er de Romeinse bezetter zou uit jagen en opnieuw het koninkrijk van David zou oprichten. En wellicht hoopten ze zelf een goede post te krijgen in dat koninkrijk.

En wellicht rijst daarbij de vraag waar wijzelf staan, en wat onze verwachtingen zijn. Wat is ons geloof, en wat en hoe is onze hoop. Hebben ook wij, net als de apostelen, alleen maar puur wereldlijke verlangens? Verwachten ook wij dat God die verlangens zal vervullen? Alleen die verlangens, onze verlangens? En misschien zijn we ook om een andere reden met de apostelen te vergelijken. In het evangelie hoorden we dat ze in Galilea naar de berg trokken die Jezus hun had aangewezen, en ‘toen zij Hem zagen, wierpen ze zich in aanbidding neer; sommigen echter twijfelden.’ Horen wijzelf misschien ook bij die ‘sommigen die twijfelen’? Durven ook wij wel eens twijfelen?

Zoals altijd kunnen we best naar Jezus luisteren. Op de vraag van zijn leerlingen of Hij het rijk van Israël herstelt, antwoordt Hij: ‘Het komt u niet toe dag en uur te kennen die de Vader in zijn macht heeft vastgesteld.’ Hij herhaalt dat Gods Geest over hen zal komen. En die Geest komt niet om menselijke en wereldlijke macht te verwerven, maar om overal van Hem, van Jezus dus, te getuigen, van Jeruzalem tot aan het einde van de wereld. En in het evangelie zegt Hij hetzelfde, alleen gebruikt Hij hier andere woorden. ‘Maak alle volkeren tot mijn leerlingen’, zegt Hij daar. En Hij voegt eraan toe: ‘En wees er gerust in: Ik ben altijd en alle dagen met u, tot aan de voleinding van de wereld.’

De hemelvaart van Jezus is dus geen afscheid, integendeel. Het is een viering van de blijvende aanwezigheid van Jezus onder ons en van de zending die Hij aan zijn leerlingen en aan ons gaf. Die zending heeft niets te maken met puur menselijke en puur wereldlijke verlangens en verwachtingen. Niet te verwonderen dus dat die twee mannen in witte gewaden, die twee engelen, aan de apostelen vragen waarom ze naar de hemel staan te staren. Nee, dat moeten ze niet doen, naar de hemel staren, maar zich inzetten op de aarde, dat is wat ze moeten doen. Zich inzetten voor de boodschap van Jezus, de leer van Jezus, het enige gebod van Jezus, en dat is: hou van God en hou van de mensen.

Zusters en broeders, die boodschap geldt ook voor ons: dat ons geloof niet herleid wordt tot verwachtingen en wensen waar alleen wijzelf beter van worden - enfin, dat denken we toch - , maar dat we leven naar Jezus’ woorden en daden. Met de zekerheid van de mooiste belofte die Hij ooit heeft gedaan: ‘Wees er maar gerust in’, zegt Hij ‘Ik ben altijd en alle dagen met u, tot aan de voleinding van de wereld.’ Als er iets te vieren is, is het wel dat: dat Jezus blijvend onder ons zal zijn. Amen.